Suze Sanders draagt voor in boekhandel Godert Walter in Groningen. Foto: Geert Job Sevink
De Poëzieweek kent meerdere hoogtepunten. Die in Drenthe bestaat uit een nieuwe dichtbundel van Suze Sanders, ‘Draogers van twiefellocht’.
Wat is twiefellocht? In het woordenboek van de Drentse taal komt het niet voor. Wie naar de Nederlandse variant zoekt, twijfellicht, grijpt ook in de Dikke van Dale mis. In oude Nederlandstalige teksten, van Cyriel Buysse en Henriëtte Roland Holst, staat het daarentegen wel. Dan wordt het gebruikt voor schemer, voor de overgang van donker naar licht en omgekeerd, en voor een gemoedstoestand.
Suze Sanders gebruikte twiefellocht toen ze in Groningen, de stad waar ze al vijftig jaar woont, een Drentstalig gedicht schreef over een ervaring aan de andere kant van de wereld, Nieuw-Zeeland. Onvoldraogen heet het gedicht: ‘Onvoldraogen kwam ik oet het duuster/ zwöm in twiefellocht en op de tast/ totda’k aal dudelijker stemmen heurde// en luusterde hoe die vertrouwd en vrömd/ met zaachte toets mien kleine wereld kleurden/ limdig as een aquarel.’
Ze heeft een dochter in Nieuw-Zeeland. Acht jaar woont die er nu. ,,In het begin vond ik het vreselijk”, vertelt de moeder en inmiddels ook grootmoeder. ,,We zijn er vrij snel naar toegegaan. Dat kan ik alle ouders met een kind in het buitenland aanraden. Daarna ben ik nog drie keer geweest. De gedachte dat je er binnen een paar dagen kunt zijn, helpt ook. En gelukkig is er internet.”
Zelf trok ze op haar twintigste naar Noorwegen om als typiste te werken op het hoofdkantoor van een aluminiumbedrijf in Oslo. Die stap zou ze nooit hebben gezet als ze in Rotterdam, waar ze als kind kort woonde, geen kennis had gemaakt met het gezin van een Noorse kapitein – later verhuisde het gezin terug. De dochter van dat gezin is haar oudste vriendin.
Noorse mam
De moeder noemt ze haar ‘Noorse mam’ en heeft een prominente plek in Draogers van twiefellocht. ,,In Noorwegen was zij mijn houvast, iemand waar ik terecht kon. We hebben altijd contact gehouden. Toen ik bericht kreeg dat ze ziek was, moést ik er naartoe. Het was al duidelijk dat ze niet meer beter zou worden.”
Op weg naar huis, na het passeren van de grens tussen Noorwegen en Zweden, kreeg Sanders een huilbui. ,,Pats. Ineens. Ik weet nog dat ik dacht: het wordt nooit meer zoals het tot nu toe is geweest.”
En dat klopte. Na terugkeer in Nederland overleed niet alleen haar Noorse mam, maar stierf ook haar vader, hij sukkelde met zijn gezondheid. Een half jaar daarna kwam haar moeder uit de tijd, na een hersenbloeding.
Het leven is een grillige en vooral dunne lijn.
Nederlandstalig opgevoed
Bij de burgerlijke stand staat Suze Sanders ingeschreven als Albertien Hof. Ze is geboren in Goes, in 1953, de plaats waar haar ouders vanuit Drenthe naartoe trokken toen vader Hof een baan kreeg bij de Zeeuwse Landbouwmaatschappij – later werd hij burgemeester van Hendrik Ido Ambacht. De ouders spraken Drents met elkaar. Hun twee kinderen werden Nederlandstalig opgevoed.
Het Drents van Albertien kwam tot leven toen ze verkering kreeg met André Klunder, haar uit Overijssel afkomstige man. Ze woonde destijds al in Groningen, waar ze na haar jaar als typiste Noorse taal en letterkunde was gaan studeren. ,,Dat had ook in Noorwegen gekund, maar daar was mijn taalachterstand te groot voor. Ik koos voor Groningen omdat ik een vriendelijke brief kreeg van Amy van Marken (Nederlands kenner van Scandinavische talen, red.). En omdat ik zover mogelijk van mijn ouders wilde wonen.”
Suze Sanders draagt voor uit de bundel 'Veenbrand' waarmee ze in 2014 de Dagblad van het Noorden Streektaalprijs won. Foto: Geert Job Sevink
Bij André Klunder spraken ze thuis plat. ,,Ik beschikte over een passieve kennis van het Drents, maar ben het pas in Overijssel gaan spreken”, vertelt ze. ,,Daarna kwam het schrijven, na een spellingscursus bij Radio Noord. Ik ben lang onzeker geweest over mijn Drents. Toen het eindresultaat van de cursus bekend werd gemaakt, durfde ik er niet heen. Bang om door de mand te vallen.”
Het verklaart enigszins de keuze voor haar pseudoniem. ,,Het was ook verlegenheid. Ik wilde het schrijven van gedichten voor mijzelf houden, niet iedereen hoefde het te weten. Sanders is naam van mijn oma aan moederskant uit Grolloo. Aanvankelijk koos ik als voornaam Iet. Op aanraden van Martin Koster, redacteur van tiedschrift Roet, is het Suze geworden.”
Māori-woorden
Draogers van twiefellocht is haar zevende bundel, dit keer met alleen Drentstalige gedichten. Dankzij de dochter in Nieuw-Zeeland duiken in sommige gedichten Māori-woorden op. Ontmoetingen aan de andere kant van de wereld en een online cursus hebben de interesse verder aangewakkerd.
De taal van de Māori laat zich niet vergelijken met het Drents, dat veel overeenkomsten heeft met de standaardtaal. ,,Het is de taal van een volstrekt andere cultuur”, vertelt ze. ,,Alleen al de manier van kennismaken. Een Māori zegt: ‘Dat is mijn berg, dat is mijn rivier, dat is mijn stam, dat is mijn onderstam, dat ons gemeenschapshuis en mijn naam is die en die. Zij redeneren vanuit het geheel. Wij vanuit het individu.”
Die andere kijk naar de wereld uit zich onder meer in de natuurbeleving. Voor het motto van haar bundel vertaalde ze het Māori-gezegde ‘Whatungarongaro te tangata toitū te whenua’ naar het Drents: ‘De mèensk giet hen, maor ’t laand blef.’ ,,Het zegt dat je de natuur met respect moeten behandelen en het zegt iets over de vergankelijkheid van de mens.”
Wees aordig. Altied
Haar bundel bevat nog een tweede Drentstalig motto. Het is vertaald vanuit het Engels: ‘Iederien diej treft worstelt argens met waoraj niks van weet. Wees aordig. Altied’. ,,Vroeger was ik meer van het oordelen. Nu krijg ik meer oog voor de andere kant”, zegt ze. ,,Eerder ging ik meer uit van mijn eigen situatie. Naarmate ik ouder word, is het meer wij dan ik.”
Twintig jaar geleden had ze de gedichten in Draogers van twiefellocht niet kunnen schrijven. ,,Mijn ouders leefden toen nog. En ik was nooit in Nieuw-Zeeland geweest. Het grote verschil zit in het besef niet meer terug te kunnen naar huis. De gezelligheid, de hartelijke ontvangst, de onvoorwaardelijke liefde van die plek komt nooit meer terug.”
Sinds de huilbui op de grens tussen Noorwegen en Zweden spreekt ze nog steeds met haar ouders, vertelt ze. ,,Als ik naar hun foto kijk, bijvoorbeeld. Ik heb ze verteld dat ik een nieuwe bundel heb gemaakt. Of als ik hun urn bezoek, in Grolloo achter de kerk waar ik gedoopt ben. Gewoon een gesprekje. Het voelt niet goed om het niet te doen. Ze leven in zekere zin voort.”
De grens, de scheiding tussen licht en duister, is niet zo hard.
'Draogers van twiefellocht' is de nieuwe dichtbundel van Suze Sanders. Foto: uitgeverij De Drentse Boek
De dichtbundel ‘Draogers van twiefellocht’ van Suze Sanders is een uitgave van Het Drentse Boek. Prijs: 13,50 euro (60 blz.) Bij aanschaf in de boekhandel wordt het Poëzieweekgeschenk ‘Plakboel’ van Charlotte Van den Broeck cadeau gegeven. De Poëzieweek duurt nog tot en met 5 februari