Jan Glas: ,,Het gaat mij erom wat ik in mijn hoofd heb vorm te geven." Foto: Harry Tielman
Vrijdagavond in Drenthe. Jan Glas is vanuit de stad Groningen naar De Literaire Hemel in Amen gekomen om te vertellen over zijn nieuwe dichtbundel ‘Een mooi verhaal’.
In poëzie mag alles. Ook een dichter tijdens een interview een plastic bakje met 25 genummerde briefjes overhandigen waarvan elk nummer naar een vraag verwijst. Het verzoek is of Jan Glas uit dat bakje een briefje wil pakken.
Dat wil hij. Maar eerst wil hij een gedicht voorlezen waarin hij zichzelf voorstelt. Een wat langere reis eindigt met de regels ‘Wat ik te bieden heb, ik val met de deur in huis:/ ik ben een truffel, opgegraven door een varken./ Heb slanke handen en haal honden aan. Een eenling// met weinig ambities. Ik hoef geen man te zijn./ Ik wil er eentje spelen.’
Dan pakt hij nummer 17. De vraag luidt: Wat is je ambitie?
,,Wat ik wil is vormgeven. Dat is bij mij begonnen met tekenen en schilderen. Ik ben opgeleid tot beeldend kunstenaar. Ik liep daarin vast. Nu geef ik vorm in taal. Het is niet eens een behoefte om een gedicht te schrijven. Het gaat mij erom wat ik in mijn hoofd heb vorm te geven. Niet meer dan dat.”
Dichter Jan Glas tijdens een interview in De Literaire Hemel in café De Amer. Foto: Harry Tielman
Glas haalt nummer 13 uit het bakje: Jij bent de eerste en de laatste dichter die Groningstalige gedichten heeft voorgedragen op Poetry International. Hoe ging dat?
,,Wat mij opviel in de Groningstalige wereld is dat dichters altijd binnen die wereld bleven. Dat wilde ik niet. Ik trad bijvoorbeeld met mijn Groningstalige gedichten op in Utrecht – dat werkte heel goed. Mensen verstonden de helft, maar ze vonden het geweldig. In Ierland, waar ik ook vertalingen van mijn poëzie liet horen, riepen ze dat ik die moest weglaten. Ze herkenden de melodie.”
Nummer 18: Hoe kijk je naar je ontwikkeling als dichter?
,,Eind vorige eeuw ben ik voor de lol gedichten gaan schrijven, in het Hogelands. Toen mijn broer doodging, wilde ik ook serieuze dingen in het Gronings schrijven. De Groningstalige poëzie is een beetje conservatief. Als ik voor een grijzer publiek wat cryptische poëzie voorlas, bleef de zaal dood. Poëzie is communicatie. Als ik dan bruine bonen en reuzel in mijn gedichten stopte, kwam die zaal weer tot leven. Mensen kwamen niet voor de poëzie, maar voor de taal van vroeger. Het leidde tot een behoefte op een andere manier te schrijven. Dat is het Nederlands geworden.”
1. Je bent geboren in Uithuizen, in 1958. Hoe was dat?
,,Helemaal niet leuk. Ik wist al op mijn achtste dat ik homo ben, ik wist dat ik mijn draai niet kon vinden in dat dorp. Ik ben opgegroeid in een middenstandsgezin waar van alles mis was. De reflex was: alles binnen houden. Er hoefde bij ons maar iets te gebeuren of mijn moeder rende naar het raam om alles dicht te doen. Heel benauwend. Alles moest ook mooi zijn. Op het dorp hield iedereen elkaar in de gaten. De teneur was ‘verbeeld je maar niks’. Dat kreeg ik om de haverklap te horen. Ik heb er tot mijn negentiende gewoond.”
19. Wat is het recept voor een gelukkig leven?
,,Wat een rare vraag. Ik vind het streven naar geluk zo’n brokkentocht. In december vind ik het heerlijk om in een treurigheid, een soort depressie te raken. De stekker eruit. Geen zin hebben om af te spreken, een beetje zelfmedelijden. Daar is het een seizoen voor. Helemaal in de winterslaap. En dan er weer uit. Met het woord geluk kan ik niets.”
22. Je bent een begenadigd fotograaf. Op Instagram plaats je foto’s onder de naam Kokjebalder.
,,Een vriendin verkocht Barbies op Markplaats. Om de verkoop aan te jagen besloot ik een bod uit te brengen. Niet onder eigen naam, ik hoef geen Barbie, maar als Albert Klokje. Daar is het anagram Kokjebalder uit voortgekomen. Als je die naam intikt op internet, kom je altijd bij mij uit. Exposeren doe ik niet. Omdat ik geen fotograaf ben, maar een beeldend kunstenaar met een camera. Ik kreeg het zweet op de rug van het bewerken van foto’s. Die techniek, heel vervelend. Ik doe alles op gevoel.”
Dichter Jan Glas: ,,Ik doe alles op gevoel.” Foto: Harry Tielman
20. Klopt het dat jij mensen wilt opbeuren met je gedichten?
,,Nee. Ik merk wel dat men soms om mijn gedichten lacht. Omdat ik zinnen en woorden gebruik die men niet verwacht, door de contrasten. Ik gebruik dingen die ik lees of op straat hoor. Daar heb ik ook een boekje van gemaakt, Flarden. Ik liep bijvoorbeeld achter drie vrouwen. Ineens hoorde ik een van hen zeggen ‘De manier waarop zij praatte was honderd procent begeleid wonen’. Zo’n fantastische zin. Die kun je niet bedenken. Dat soort zinnen gebruik ik voor mijn gedichten.”
,,Ik woon in de binnenstad van Groningen. Als ik de ramen van mijn keuken open, hoor ik mensen langskomen. Dan hoor je niet het hele verhaal, maar één zin. Als je iemand hoort zeggen ‘Jij verhindert mij dichter bij God te komen’ wil je misschien weten wat wordt teruggezegd. Maar dat is niet interessant. Wat interessant is, is dat die ene zin stimuleert om zelf het gat op te vullen. Dat is poëtisch.”
25. Zou je het gedicht De uitgeputte poes willen voorlezen?
,,Als ik poëzie lees, verveel ik mij vrij snel. Alsof ik steeds weer hetzelfde gedicht lees. Ik wil mij niet vervelen. Dat zie je ook terug aan mijn bundels. Als ik schrijf weet ik iedere keer niet waar het over zal gaan. Ieder gedicht is weer nieuw. Met Een mooi verhaal wilde ik een soort grabbelton maken. Dat als je het ene gedicht leest je bij het volgende denkt ‘wat krijgen we nu?’.
Tot slot leest Jan Glas De uitgeputte poes voor. De laatste regels gaan zo: ‘Tot ziens Logica/ Ik treiter je later weer verder./ Voor nu is dit een willekeurig oponthoud.// In de pauze die in de schemering ontstaat/ gaat op de hoge schoorsteenpijp de merel zingen.// Hij vertelt wat hij verzonnen heeft. Geen touw/ aan vast te knopen. Het is het betere verhaal.’
Een mooi verhaal
Een mooi verhaal (2024), Jan Glas. Foto: uitgeverij kleine Uil.
De dichtbundel ‘Een mooi verhaal’ van Jan Glas is verschenen bij uitgeverij kleine Uil. Prijs: 20 euro (54 blz.)