Tijdens 35 jaar Noorderlicht heeft Wim Melis grote ontwikkelingen in de fotografie voorbij zien komen. Foto: Siese Veenstra
Wim Melis (61) stopt als hoofdcurator bij Noorderlicht in Groningen. Als man achter de schermen maakte hij 35 jaar lang fototentoonstellingen en -festivals die tot de beste van de wereld behoren.
Het is 1990. De fotogalerie van cultureel studentencentrum USVA bestaat tien jaar. De tentoonstellingscommissie vindt dat wel reden voor een feestje: een fotofestival met meerdere exposities, workshops en lezingen. Noorderlicht is geboren.
Een van de organisatoren is Wim Melis, die vanuit Losser naar Groningen gekomen is voor een studie Sterrenkunde en Technische Natuurkunde. „Daarnaast wilde ik leuke dingen doen.’’ Zijn huisgenoot had een doka geïnstalleerd op zolder. Dat leek Melis ook wel wat: „Fotografie en Sterrenkunde; het heeft beide te maken met kijken en verwondering.’’ Bij de USVA sluit hij zich aan bij de ‘Dinsdagavondgroep’, onder leiding van Ton Broekhuis. „Dan ging je met elkaar foto’s bespreken. Of je werkte aan eenzelfde opdracht.’’ Daarnaast schreef en fotografeerde hij voor Nait Soez’n, de krant van de Groninger Studentenbond. „Ik wilde naast mijn studie betrokken zijn bij de maatschappij. Bij Nait Soez’n schreef ik over politiek en andere onderwerpen in de samenleving.’’
Kunst en maatschappelijke betrokkenheid
Bij de USVA is ook het Gronings Foto Kollektief (GFK). Deze groep richt zich op geëngageerde fotografie. Wim Melis is daar kort bij betrokken. Hij is al wel langer actief bij de tentoonstellingscommissie. „Het organiseren van exposities sprak mij direct aan.’’
Uit deze ingrediënten ontstaat Noorderlicht: „Bij de Dinsdagavondgroep zocht je als fotograaf naar een eigen stijl. Het GFK was meer politiek en activistisch. Deze achtergrond vind je terug bij Noorderlicht, dat altijd een balans zocht tussen kunst en maatschappelijke onderwerpen.’’
Melis maakt zijn studie af en blijft betrokken bij Noorderlicht. Eerst als coördinator en sinds 1995 als curator. „Fotografie als communicatiemiddel, dat rechtstreeks verbonden is aan de werkelijkheid, vond ik interessant. Maar als fotograaf werk je solitair. En organiseren doe je samen. Dat doe ik liever.’’
Vrijwilligerswerk en professionalisering
De eerste editie van Noorderlicht sloeg enorm aan. De tientallen foto-exposities in Groningen en aanverwante activiteiten werden ook landelijk zeer gewaardeerd. Dat vroeg om een vervolg: een jaar later was er weer een fotomanifestatie. Daarna werd Noorderlicht tweejaarlijks. Met weinig middelen en veel enthousiasme was er een festival ontstaan.
„Wat begon als een spontaan feestje is wat uit de hand gelopen’’, omschrijft Melis het. ,,Aanvankelijk werkten we op vrijwillige basis. Pas in 2000 is de organisatie geprofessionaliseerd. Dat leek eerst onmogelijk. Noorderlicht werd toegelaten tot de BIS en kreeg serieuze rijkssubsidie. Dat werd later weer minder, helemaal door de flinke bezuinigingen van Halbe Zijlstra (staatssecretaris Cultuur 2010-2012, red.).’’
Een reeks foto’s van Rebecca Naidowski tijdens Noorderlicht-festival 'Regenerate' in de Akerk in Groningen, 2023. Foto: Monika Balu
In de jaren 90 kwamen er thematische hoofdtentoonstellingen. Onder titels als Common lives, De hof van Eden en Global detail bleef Noorderlicht een mix van artistieke fotografie en documentair werk tonen.
Vervolgens werd het festival weer jaarlijks, met afwisselend manifestaties in Groningen en in Friesland. In het Fries Museum in Leeuwarden werd telkens fotografie uit een niet-Westers gebied getoond, zoals Afrika, Midden-Amerika en Arabische landen. „Omdat Noorderlicht professionaliseerde, gaf dat continuïteit voor de werknemers’’, legt Melis uit. „Ton Broekhuis had contact met toenmalig museumdirecteur Wim van Krimpen. Zij bedachten om in Leeuwarden foto’s uit andere werelddelen te tonen, die hier nog nooit of nauwelijks te zien waren. Dat was pionierswerk.’’
Van ambachtelijk doka-werk tot camera in de broekzak
Tijdens 35 jaar Noorderlicht heeft Wim Melis grote ontwikkelingen in de fotografie voorbij zien komen. Van analoog werk – met filmrolletje en afdrukken op papier – tot digitale fotografie. Waar eerst het ambacht van foto-drukken belangrijk was en het omslachtige doka-werk, fotografeert nu iedereen maar raak met z’n mobieltje. „Het ambacht was toen misschien wel een belangrijk onderdeel, maar heeft altijd in dienst gestaan van het narratief’’, vult Melis aan.
„Het verhaal heeft altijd voorop gestaan. Later kreeg je de digitale camera’s en tegenwoordig heeft iedereen met zijn telefoon een fototoestel in de broekzak.’’ Dat betekent dat de aanpak van Noorderlicht ook veranderde. „In de begintijd kon je nog echt nieuwe fotografie ontdekken. Maar op den duur was alles steeds vaker al op internet te vinden. In die overvloed aan beelden werd Noorderlicht een soort gids. Het verhaal werd nog belangrijker. Door foto’s in een context te plaatsen en in een nieuwe samenhang, wilden we de mensen blijven verrassen.’’
Expositie van het collectief Temps Zero in de Noorderlicht-galerie. Foto: Hanne van der Velde
Een van de laatste tentoonstellingen waar Melis aan meewerkte, is Pixel perception (2024) over kunstmatige intelligentie. „AI is een fascinerend onderwerp. Het vreemde is dat fotografie altijd voortkomt uit de werkelijkheid, maar dat die werkelijkheid voor AI niet meer nodig is. Fake-beelden zijn inmiddels ook niet meer van echt te onderscheiden. AI zal nog grote gevolgen hebben; niet alleen voor fotografie.’’
Voor het archief en nog steeds actueel
Twee jaar geleden werd Wim Melis plotseling ziek. De aandoening bleek goedaardig en hij kon er uiteindelijk voor behandeld worden. Maar mentaal en lichamelijk ervaart hij er de gevolgen nog van. Dat is de reden waarom hij stopt bij Noorderlicht. „De laatste jaren waren er al regelmatig gastcuratoren met wie ik samenwerkte. Zij hadden een eigen inbreng. Een ander geluid. Dat is ook belangrijk. Nu ik zelf niet meer door kan, is het goed dat een nieuwe generatie het overneemt, met nieuwe ideeën’’, concludeert hij.
,,Nu ik zelf niet meer door kan, is het goed dat een nieuwe generatie het overneemt, met nieuwe ideeën.'' Foto: Siese Veenstra
Melis blijft op kleine schaal actief als curator en als schrijver, bijvoorbeeld met een rubriek bij het blad Noorderbreedte. Daarnaast hoopt hij zo’n andere leuke hobby uit zijn studietijd nog eens op te kunnen pakken: muziek maken.
Momenteel legt hij de laatste hand aan het archief van Noorderlicht. Bij de boekenkast wijst hij naar verschillende rijen publicaties: vele tientallen catalogi, fotoboeken en andere uitgaven, die allemaal met tentoonstellingen en andere projecten van Noorderlicht te maken hebben. „In 2002 hadden we al een aangrijpende tentoonstelling over het conflict tussen Israël en Palestina. Acht jaar geleden Venezuela. Drie jaar geleden Oekraïne. Allemaal nog steeds actueel’’, somt Melis op. „Onze festivals zijn meermalen tot de beste van de wereld verkozen’’, vervolgt hij met gepaste trots. Het fotofeestje liep misschien wat uit de hand, maar er is niet zomaar wat neergezet.