‘Landschap met de doop van de kamerling’ (ca. 1638) door Herman van Swanevelt. Olieverf op doek (98,1 bij 130,2 centimeter). Foto: Rijksmuseum Amsterdam
In het eerste nummer van ‘Kunstschrift’ van dit jaar tonen schitterende afbeeldingen in full colour hoe het diepste geloofsbeleven steeds gepaard ging met de schoonste kunst.
Bladerend door het pas verschenen Kunstschrift nr. 1 van dit jaar, over ‘Geloof en Schoonheid’, ontdekken we zoveel prachtige afbeeldingen van oude kunst, dat je niet weet waar je moet beginnen.
Het magazine toont veel kunst die we kennen, maar waarvan we nooit genoeg krijgen omdat elk religieus schilderij of sculptuur zo verbazend mooi gemaakt is dat die ons door de tijd steeds weer raakt. Kunstenaars hebben het Geloof vormgegeven tot iets dat je een schatkist vol spiritualiteit kunt noemen.
Gebedenboekje
Soms is dat zo intens gedaan, dat je niet gelovig hoeft te zijn om iets te voelen dat met geloofsbelevenis te maken heeft. Zoals het Amsterdamse weesmeisje rond 1900 dat op een schilderij van Nicolaas van der Waay een gebedenboekje raadpleegt.
De interactie tussen het boekje en de concentratie waarmee ze de tekst tot zich neemt, maakt het tot een indringend portret van het geloof. De kern van het schilderij is de reflecterende lichtbron van het papier op het gezicht. Geloof wordt daarin uitgebeeld via de met licht omgeven schoonheid en jeugd van het weesmeisje.
En dan, uitgestrekt over twee pagina’s, het weelderige berg- en boslandschap met een waterstroom van Herman van Swaneveld uit circa 1638. We zijn in Ethiopië, al doet al dat overweldigende struweel daar niet meteen aan denken. Wat lager gelegen zijn witte en zwarte mensen aanwezig. Een zwarte man wordt gedoopt door de heilige Philippus, één van de twaalf apostelen.
Maar het is vooral de schoonheid van deze heiïge natuur die gekoppeld wordt aan een geloofsritueel als de doop. Een landschap waarin je niet gek zou opkijken als God daar zelf rondliep.
Schilderkunstige betovering
Er is veel meer, zoals het magische De rook van ambergris van John Singer Sargent (1880) of de sprookjesachtige Taj Mahal in maanlicht van Marius Bauer, voorbeelden van schilderkunstige betovering.
'Kunstschrift' nr. 1 van 2026. Foto: Uitgeverij Kunst en Schrijven
Op een andere pagina van Kunstschrift zien we het rechterluik afgebeeld van de beroemde, metershoge en brede Portinari-triptiek van vóór 1482 van Hugo van der Goes. Een ware openbaring. Twee mooie en duur geklede vrouwen staan naast elkaar. De één, in het rood gekleed, kijkt opzij naar wat de ander in haar hand heeft. Ze dragen de attributen waarmee we ze herkennen als de heiligen Margaretha (boek, kruis en duivel) en de heilige Maria Magdalena (zalfpot).
Je vraagt je af: heeft kunst per definitie een religieuze oorsprong? Het schijnt dat onze schoonheidsbeleving én geloofsbeleving in onze hersenen ongeveer in hetzelfde gebied liggen. Want door extatisch te geloven of je hevig laten ontroeren door schoonheid treedt in hetzelfde hersengebied activiteit op.
Dat is een interessante gedachte die veel verklaart. Die ook verklaart waarom we bij een conceptueel kunstwerk (ijzerdraad op een plankje, bijvoorbeeld) nauwelijks tot niets voelen en door pakweg de wonderschone Annunciatie van Orazio Gentileschi uit 1623 verbaasd en geroerd worden. Schoonheid en Geloof, in verf uitgedrukt vanwege ons eeuwige zoeken naar iets hogers.
Kunstschrift nr. 1, jaargang 2026. Verkrijgbaar in boekhandel en museumshops. Prijs: 12,75 euro.