Vincent van Gogh schilderde in geel het synoniem van zonlicht, warmte en affectie; dat had hij in zijn leven het meeste nodig | Kunst kijken met Eric Bos
‘Het gele huis’ (1888) door Vincent van Gogh. Olieverf op doek (72 bij 91,5 centimeter). Foto: Eric Bos
Het Van Gogh Museum in Amsterdam besloot de kleur geel in de schilderijen van Van Gogh te onderzoeken. Dat leidde tot een leuke en leerzame tentoonstelling.
Wat was er eigenlijk met de kleur geel, waarover Vincent van schreef dat citroengeel ziekelijk was, dat het op verse boter leek en uit goudtonen bestond? Of op ‘de dofgele kleur van bijvoorbeeld een hoop gedorst graan’?
Het Van Gogh Museum stelde zich die vraag toen het voor de zoveelste keer naar de eigen Zonnebloemen keek die Van Gogh in 1888 en 1889 als serie had geschilderd. Uit dat onderzoek kwam een tentoonstelling voort over het gebruik van de kleur geel bij Van Gogh en bij collega’s als Marc Chagall, Aristide Maillol en Hilma af Klint die, zo zien we op de tentoonstelling, op zoek naar spiritualiteit en zonlicht, het geel royaal in hun schilderijen verwerkten.
Als we de trap nemen naar de bovenverdieping van het Amsterdamse museum stappen we de installatie Colour experiment (2015) binnen van de Deense kunstenaar Olafur Eliasson. Hij gebruikt monofrequentielampen die licht uitzenden binnen het gele spectrum. Alle kleuren verdwijnen geleidelijk, tot het geel overblijft zodat iedereen om je heen er ineens knalgeel uitziet. ‘Geel is een kleur die je overweldigt,’ zegt hij.
Zinderend goudgeel tarweveld
De tentoonstelling Geel onderzoekt wat geel eigenlijk is, wat het fysiek en psychologisch met je doet, waarvoor het symbool staat en waarom Vincent van Gogh zoveel geel in zijn schilderijen gebruikte. Zijn Zonnebloemen zijn daavan een uitgesproken voorbeeld.
En daar is het Het gele huis in Arles dat staat te stralen alsof het van zonlicht is gemaakt. Verderop zien we De opwekking van Lazarus (1890) dat bijna helemaal geel geschilderd is, waardoor geel meteen een doodskleur wordt. Het zinderende goudgeel zien we terug in Van Goghs gele Tarweveld met maaier bij opkomende zon (1889).
In onze cultuur staat geel voor zonnig, verwarmend, uitbundig. Geel is gedurfd en opdringerig, soms zelfs uitgesproken brutaal. In Van Goghs tijd werden emotionele en symbolische betekenissen aan geel toegeschreven.
De complete okerfamilie
Eind 19de eeuw stond de kleur geel ineens in de aandacht doordat het synthetische geel werd uitgevonden. Allerlei geeltinten, zoals cadmiumgeel, chromaatgeel, permanent geel, Napels geel en citroengeel. De laatste variant zien we op de tentoonstelling terug in de gele citroen die Édouard Manet in 1880 schilderde.
Eigenlijk was geel een aardekleur, de complete okerfamilie zogezegd. Van lichtgeel tot diep oranje, bijna bruin. In een vitrinekastje staan allerlei geheimzinnige potjes met okerpigmenten en ook een ruw brok natuurlijk okergeel.
Voor een nog persoonlijker ervaring met geel moeten we eigenlijk naar de okergroeve bij het Zuid-Franse Roussillon in de Vaucluse. Daar wandel je door een geel landschap, het poedergeel nestelt zich via je schoenveters tussen je tenen. Als het gaat regenen, verandert het in waterverf.
Ook Van Gogh ontdekte het geel in Zuid-Frankrijk, om precies te zijn in Arles, 2 uur rijden van Roussillon. Hij haastte zich naar de verfwinkel en schilderde zijn zonnebloemen met het heldergele loodchromaat, het synoniem van zonlicht, warmte en affectie. Dat had hij in zijn leven het meest nodig.