Als er in de kunst over AI (Artificial Intelligence) wordt gesproken en over door computers gegenereerde beelden, dan hebben we het niet over autonome kunstuitingen. Maar die zijn er wel, door ‘denkende’ computers. ,,Een plus’’, vindt onderzoeker Leonardo Arriagada.
De ene kunstenaar staat er huiverig tegenover en laat AI voor wat het is. Peter O. Gerrits uit Roden bijvoorbeeld, die verklaart dat hij geen AI toepast in zijn geometrisch abstracte composities. De ander omarmt dit nieuwe gereedschap en probeert eruit te halen wat erin zit. Zoals Albert Smit uit Leeuwarden, die handig is met het invoeren van opdrachten in het programma Midjourney.
De programma’s die Gerrits eenmalig probeerde en Smit gebruikt, zijn zogeheten diffused models. Met de juiste zoektermen en opdrachten genereren die beelden. De opdrachtgever kan deze steeds aanpassen, totdat er een gewenst resultaat uitrolt. ,,Maar de computer is daarmee niet een creativeagent, niet de kunstenaar’’, aldus RUG-onderzoeker Leonardo Arriagada. ,,Natuurlijk kan de mate waarin de computer het werk doet verschillen, van slechts enkele tot tientallen procenten. Maar de computer voert alleen een taak uit.’’ Hij vergelijkt het met Michelangelo, die niet zelf de hele Sixtijnse kapel schilderde, maar assistenten had die hij opdrachten gaf. ,,Toch geldt Michelangelo uiteindelijk als de maker.’’
Zelfdenkend systeem
Daarnaast zijn er computers die zijn uitgerust met een algoritme dat bestaat uit twee delen, de zogeheten generator en discriminator. Dit wordt een GAN genoemd, een generative adversarial network oftewel generatief antagonistennetwerk. De generator maakt werken op basis van alle data die hem zijn ‘gevoerd’ (net als de diffused models). De discriminator beoordeelt deze uitkomsten en probeert ze te onderscheiden van menselijk gemaakte. Deze werkwijze is gebaseerd op de werking van het menselijk brein.
Portret van Edmond de Belamy
Een voorbeeld van een AI-portret gemaakt met zo’n computer was het Portret van Edmond de Belamy, dat in 2018 op een veiling bij Christie’s bijna 4 ton euro opbracht. Het Parijse collectief Obvious bedacht de fictieve familie Belamy, en voerde de computer 15.000 portretten uit de veertiende tot twintigste eeuw. Het vroeg vervolgens om gezichten bij de familieleden. Het portret van Edmond de Belamy was een portret dat er enerzijds zeventiende-eeuws, maar toch ook modern uitzag.
De GAN registreert de kunstgeschiedenis, die naar steeds meer abstractie neigt, en verwerkt dat. Vooral bij landschappen bleek dit het geval. Portretten laten echter beter zien hoe de computer in staat is tot creativiteit. Het portret kent een zekere vervorming, die het portret een soort onscherpte geeft. Dit komt doordat de computer nu nog makkelijker te foppen is dan het menselijk oog in het onderscheiden van belangrijke elementen in een portret zoals schouders en gezicht, aldus Hugo Caselles-Dupré van Obvious op de website van Christie’s.
Uiteraard gaat een GAN niet zelf aan de slag, maar moet iemand hem een opdracht geven bijvoorbeeld ‘maak een portret’. Maar dat is vergelijkbaar met de kerk die Michelangelo de opdracht gaf de Sixtijnse kapel te beschilderen. Of het Amsterdamse schuttersgilde dat Rembrandt vroeg een portret van de groep te maken, zegt Arriagada. De mens is in dit geval de opdrachtgever, maar niet de maker.
Voor dit gesprek zit hij achter zijn scherm in Chili. Samen met een aantal andere onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen wacht hij op fondsen voor vervolgonderzoek naar de waardering van AI-kunst. ,,Wij denken dat kunst gemaakt door GAN’s door mensen hoger wordt gewaardeerd dan kunst door computers zónder creatieve autonomie.’’ De scheppende computer kan veel, maar ontbeert gevoelens. In het werk mist de menselijke kijker de emotie. Arriagada vergelijkt het met de waardering voor figuratieve kunst tegenover abstractie. ,,Mensen vinden het makkelijker zich te verhouden tot figuratie.’’
Volgens Arriagada hangt dat samen met de ‘nauwe blik’ van de mens. ,,Toen de Europeanen Zuid-Amerika veroverden zagen ze de kunst van inheemse volken niet als kunst. In de vorige eeuw werd werk van vrouwelijke kunstenaars niet gezien als gelijk aan dat van mannelijke collega’s, en nu is er de kunst door emigranten waar men op neerkijkt. In de toekomst krijg je een vreemdeling die niet biologisch is, maar die wel wat kan.’’
Kunstenaars zouden de computer meer moeten zien als een collega, waarmee ze samenwerken, denkt hij. De beelden die de computer genereert kun je laten printen, maar ook laten schilderen met een robotarm. ,,De mens staat hier meer empathisch tegenover, want hoe meer de maker op onszelf lijkt, hoe meer we zijn product waarderen.’’ Arriagada hoopt hier in zijn nieuwe onderzoek ook aandacht aan te geven. Hij is ervan overtuigd dat er een plek is voor het nieuwe genre. ,,Want AI-kunst biedt kansen en inspiratie.’’