Carmen Arias, op weg naar de traditionele 'Ronda de las Madres' van de Moeders van Plaza de Mayo, nummer 2499, in Buenos Aires, Argentinië. Foto: Anita Pouchard Serra
Vijftig jaar na de start van de laatste militaire dictatuur in Argentinië lopen de Moeders van de Plaza de Mayo nog steeds hun rondes. Iedere donderdagmiddag vragen zij aandacht voor hun verdwenen kinderen. Maar er is ook een nieuwe strijd. Op pad met presidente Carmen Arias (84). „We leven opnieuw in een dictatuur.”
‘Dit kleine beetje dat ik kan doen, is niet alleen aan jou opgedragen, maar is volledig gewijd aan en geïnspireerd door jouw strijd en die van je kameraden, die zonder twijfel deel uitmaken van de geschiedenis van dit prachtige land. Lieve Ángel, een dikke knuffel. Je blijft het baken dat mijn lange leven leidt. Je zus die je nooit zal vergeten, Carmen.’
Ferm overhandigt ze een kopie van haar afstudeerscriptie waarin de impactvolle woorden de afronding zijn van haar studie Sociale Wetenschappen die Carmen Arias op 75-jarige leeftijd voltooide. „Ik heb mijn scriptie bewust niet online staan, want deze woorden zijn niet voor ieders ogen bestemd”, zegt ze. Het thema: haar familierelaas en de strijd van haar broertje.
Voor de 2.499ste keer
Buenos Aires, begin jaren 60. De directeur van de basisschool legt zijn hand vol vertrouwen op Ángels schouder. „Dit kleintje gaat een hele grote meneer worden”, vertelt hij zijn moeder. Ángels oudere en enige zus naast zijn drie broers, Carmen, herinnert zich dit trotse moment als de dag van gisteren. „Mijn broertje was een studiebol. Hij was zo intelligent.” Ángel voelde een paar jaar later op die schouders een enorme verantwoordelijkheid om zijn land te bevrijden van de militairen die op 24 maart 1976 via een staatsgreep de macht pakten in Argentinië. Ruim een jaar later verdween Ángel. Voorgoed.
„Dit voelt alsof we onze kinderen een knuffel geven”, zegt Carmen, terwijl ze vlijtig haar witte hoofddoek met de geborduurde tekst ‘Zij die verdwenen moeten levend verschijnen’ opdoet. Ze is een stuk emotioneler als ze ‘m op heeft, vindt zij zelf. Vandaag gaan de Moeders van de Plaza de Mayo voor de 2.499ste keer naar het centrale plein in Buenos Aires om aandacht te vragen voor hun verdwenen kinderen. Dat doen ze sinds 30 april 1977. Iedere donderdag, klokslag half vier. Omdat ze niet mochten samenscholen tijdens de dictatuur, besloten ze rondes te gaan lopen. Het is misschien wel het langstlopende protest ter wereld.
We leven in een door het volk gekozen dictatuur
Bij binnenkomst van het gebouw van de Moeders aan het verderop gelegen Congresplein slingert een televisie – meer ruis dan ontvangst – oorlogsbeelden de in brand staande wereld in. Het Israëlische leger heeft zojuist een Iraans gevechtsvliegtuigje uit de lucht geschoten. Daarnaast een muur vol foto’s van Che Guevara.
De 84-jarige Carmen schuifelt strijdbaar door het bastion waar zij sinds eind 2022 presidente van is. „Een revolutionair is iemand die ’s ochtends opstaat en denkt: wat ga ik vandaag voor de ander doen? Ik zou wat dat betreft graag zoals mijn broer willen zijn, maar ik weet niet of ik daarin slaag. Nu ben ik vooral boos op onze huidige regering, wat een ramp. We leven opnieuw in een – hetzij door het volk gekozen – dictatuur.” Ze is ontgoocheld, maar niet verpletterd door het soortelijk gewicht van de geschiedenis.
Carmen Arias toont haar moeder op een schilderij in het hoofdkantoor. Foto: Anita Pouchard Serra
De laatste Argentijnse militaire dictatuur – met straffe hand geleid door generaal Jorge Videla – hield zeven jaar stand. Een periode vol staatsterrorisme, folteringen en verdwijningen. Naar schatting 30 duizend mensen verdwenen tussen 1976 en 1983. Het is een inktzwarte pagina in de recente geschiedenis van het Zuid-Amerikaanse land. Tegenstanders van het regime werden op klaarlichte dag opgepakt en overgebracht naar een van de achthonderd clandestiene detentiecentra in het land.
De angst van het gezin werd bewaarheid
Zo ook Ángel die in 1951 geboren was, een jaar nadat de familie van Carmen uit Spanje was geëmigreerd. Haar socialistische vader vocht nog tegen de Spaanse dictator Franco. Zestien dagen duurde de overtocht.
Een verlegen Ángel werd een ijverige student Medicijnen én politiek activistisch. De roerige jaren 60 en 70 in Argentinië zaten vol politieke polarisatie, maatschappelijk geweld en staatsrepressie. In opmaat naar 1976 maakte het land een reeks democratische regeringen en militaire dictaturen door die een klimaat van voortdurende sociaaleconomische instabiliteit veroorzaakten. Het sociale onrecht ging hem onder de huid zitten. Zijn toon werd met de dag strijdbaarder.
„Iedereen wist dat hij in het verzet zat. Een paar maanden voor de staatsgreep zei hij al: er komen hele zware tijden aan.” Telefonisch hield hij haar in de kapperszaak waar zij werkte op de hoogte. Thuis hadden ze geen telefoon. Na twee huiszoekingen dook Ángel samen met zijn vriendin elders onder.
Zijn bezorgde familie probeerde hem te overtuigen om het land te verlaten, naar Spanje of anders Cuba. „Nee, in Cuba heeft de revolutie al gewonnen. Nu moeten we ‘m hier winnen”, was zijn repliek. Ángel behoorde met zijn vriendin tot het verboden en gewapende Ejército Revolucionario del Pueblo (‘het revolutionaire volksleger’) dat in de clandestiniteit opereerde. „We wisten dat hij een risico liep, maar ik had nooit gedacht dat het zó ver zou komen.” De angst van het hele gezin werd op 17 mei 1977 bewaarheid.
De jongeren moeten het uiteindelijk overnemen
Aan de muur houden oud-presidenten als Fidel Castro, Hugo Chávez en Evo Morales een oogje in het zeil. Carmen zit rustig op haar stoel. In 2017 kreeg zij als ‘zus van’ officieel de witte hoofddoek. Iets wat daarvoor alleen voor moeders van verdwenen kinderen was. “Als jonkie kon ik de oudjes met gezondheidsproblemen helpen. Het was de mooiste prijs die ik in mijn leven heb ontvangen.” Vandaag de dag zijn er nog maar zeven Moeders in het hele land. Hun voortbestaan staat op het spel, want ook hier heeft niemand het eeuwige leven.
„We hebben eigenlijk bijna niemand meer om de hoofddoek aan door te geven. Dus daar worstelen we mee.” Idee is om de organisatie te laten bestaan, maar dan wellicht zonder het krachtige symbool. „De naam zal altijd hetzelfde blijven, maar de jongeren moeten het uiteindelijk overnemen”, zegt Carmen, die vrijwel direct na Ángels verdwijning begon mee te lopen.
Een volledig door paniek gevulde lijdensweg nam bezit van de familie. „Het is bijna niet uit te leggen”, zegt Carmen. „Daar begon onze ongekend pijnlijke strijd voor zo’n mooi persoon die simpelweg anders dacht en streed voor een betere wereld.” Een aangifte en verzoek tot Habeas Corpus – opheldering over of en hoe iemand vastzit – werden weggehoond door de autoriteiten. Vanaf dat moment voegden Carmen en haar moeder – tot aan haar dood – zich donderdags bij de Moeders op de Plaza de Mayo.
„We zijn nooit bang geweest. De kracht om onze kinderen te zoeken was en is veel sterker dan die van de angst. Ze hebben paarden op ons afgestuurd, vielen ons lastig, zetten ons zelfs vast. Sommigen van de Moeders zaten in hun eentje in de cel met een dood lichaam van iemand anders. Allemaal bedoeld om ons af te schrikken.” Carmen heeft sindsdien bijna geen donderdag gemist.
De kracht zit ‘m in het samenkomen
Videla en de zijnen wilden dat zij zouden stoppen en deden alsof deze dappere vrouwen gek waren. De geuzenterm Dwaze Moeders werd daarom een tijdje door de vrouwen gebruikt. Niets hield hen tegen. „Niemand had toch ooit kunnen bedenken dat een groep – met name – huisvrouwen zo sterk zou opstaan tegen een dictatuur? Individueel kun je weinig doen, maar de kracht zit ‘m in het samenkomen sinds 1977”, vertelt Carmen voordat zij in hun eigen busje stapt, dat bij hoge uitzondering vandaag exclusief voor deze krant is opengesteld om mee te reizen. Er is namelijk een sterke verbinding tussen de Moeders en ons land.
„We zijn hen eeuwig dankbaar”, glimlacht Carmen, doelend op de Nederlandse journalisten die in 1978 naar het WK voetbal in Argentinië afreisden, maar niet alleen voor het spelletje kwamen. Zij togen naar het plein om het leed en protest vast te leggen. „Vanaf dat moment kregen wij wereldwijde erkenning. We werden internationaal overal uitgenodigd. Jullie steun was essentieel.” Nederland begon zelfs geld in te zamelen voor de Moeders waarmee ze hun eerste kantoor konden huren.
„Het WK in 1978 was een lijdensweg voor mij. Mijn man was voetbalgek, maar om niets te hoeven horen, ging ik naar een andere kamer. Argentinië wilde laten zien dat het een groots land was. Ik heb alleen maar geleden.” Al die zogenaamd euforische mensen in haar kappersstoel, terwijl er zoveel aan de hand was. „Tot aan het vorige toernooi in Qatar had ik een bloedhekel aan WK’s.” Over dat het WK voetbal dit jaar een grote Donald Trump-show lijkt te worden, is ze gedecideerd: „Argentinië zou het moeten boycotten.”
Het is meteen stil in de bus
Om 15.20 uur is iedereen in de bus geklommen. Dat wil zeggen: Carmen en mede-Moeder Josefina ‘Pina’ de Fiore (94), aangevuld met een handvol vrijwilligers van de organisatie. De nog geen 2 kilometer vullen zich met dagelijkse onschuldige praatjes. De voorzichtig uitgelaten sfeer overstemt het gedempte rumoer van de miljoenenstad. Half vier stipt sluipt de witte Mercedesbus de Plaza de Mayo op. Het is meteen stil in de bus.
Pina de Fiore en Carmen Arias in Buenos Aires. Foto: Anita Pouchard Serra
Vanachter het glas zwaaien Carmen en Pina naar de pakweg 150 sympathisanten die zo de drie rondjes met hen mee zullen lopen. ‘Tot de overwinning erop volgt, lieve kinderen’, lezen zij op de bus. ‘We houden van jullie’ klinkt het, een zoen hier en eentje daar, terwijl de twee naar de start van de 2.499ste bijeenkomst worden geloodst. Plukjes Nederlandse toeristen (‘heel indrukwekkend hoeveel mensen nog bezig zijn met dit verhaal en wat er opgetuigd wordt’) volgen nauwgezet elke stap van de historisch stukgelopen schoenzolen.
Dwaze Moeder Pina de Fiore (94) zwaait naar de sympathisanten. Foto: Anita Pouchard Serra
De meute schrijdt waardig achter een omhoog gehouden spandoek: ‘Gebrek aan werk is een misdaad’. Op het eerste oog wellicht een buiten de context staande slogan, maar vergeet niet dat zij de strijd van hun kinderen – inclusief hun idealen – willen voortzetten. En dus moet de huidige radicaal rechtse president Javier Milei het ontgelden. Bij de eerste bocht richting het roze presidentiële paleis klinkt er: „Milei, fascist, je bent een terrorist” afgewisseld door „Milei, stuk afval, je bent de dictatuur.”
Er is een stevig haatdiscours losgebarsten
„Zeer zorgelijk”, karakteriseert Marcela Perelman per telefoon de huidige situatie waarin Milei de militaire dictatuur relativeert en goed praat. Een vorm van ontkenning, aldus Perelman, onderzoeksdirecteur van het Centrum voor Juridische en Sociale Studies (CELS). „Onder het mom van antiterrorisme stigmatiseert en criminaliseert de huidige regering op dit moment onder meer mensenrechtenorganisaties. Zij zoeken interne vijanden in onze maatschappij.” Er is een stevig haatdiscours losgebarsten. Vanuit de regering werd een bezoek gebracht aan gevangenen die vastzitten voor misdaden tegen de menselijkheid, gepleegd tijdens deze dictatuur.
Muurschildering op het hoofdkantoor. Foto: Anita Pouchard Serra
De woordvoerder van de regering noemde de Moeders ‘het meest beschamende van dit universum’. Een influencer dicht bij president Milei beledigde hen niet alleen, maar riep zijn volgers ook op om ‘hun woede’ op hen te richten: ‘Mogen ze geen rust vinden tot de dag dat ze sterven.’ Context: deze uitspraken werden gedaan nadat de Moeders openlijk hun steun uitspraken voor de Venezolaanse president Nicolás Maduro in de aanloop naar de Venezolaanse verkiezingen in 2024.
De Moeders schurkten tot voor kort – bij de meer welwillende presidenten – dicht tegen de macht aan, inclusief het opzetten van sociale programma’s en een eigen universiteit waar Carmen op late leeftijd de vruchten van plukte. Deze regering wil hen monddood maken, want waar vorige regeringen nog in contact stonden met organisaties als de Moeders en het CELS, worden zij nu genegeerd. Fondsen vanuit de overheid zijn opgedroogd. „We worden met de grond gelijk gemaakt”, zegt Perelman. „Alsof ze het institutionele geheugen willen uitwissen. We moeten echt blijvend aandacht hebben voor deze periode, zeker nu de Moeders er binnenkort niet meer zijn.”
Korte toespraken, lang applaus
‘We zingen nog steeds, we vragen nog steeds, we dromen nog steeds, we hopen nog steeds’, klinkt het fanatieke gezang. De kaken van Carmen blijven stijf op elkaar. Haar mond gaat hoogstens open voor een diepe zucht of een teug lucht. „Vanaf het moment dat ik de hoofddoek op heb, lukt het mij niet om te zingen. Er komen zoveel herinneringen naar boven, ik heb het dan heel zwaar. Tegelijkertijd voel ik een rust over mij heen, omdat ik weet dat ik alles heb gedaan wat ik kon en dat we dat nog steeds doen.” Haar innerlijke vrede straalt door in haar gezicht.
<cutline_content>Carmen Arias </cutline_content>verloor haar broer Ángel in 1977 door het Argentijnse regime. Naar schatting verdwenen 30.000 mensen onder de militaire junta die het land van 1976-1983 bestuurde. Foto: Anita Pouchard Serra
Na afloop: korte toespraken, lang applaus. Zoals bij haar collega Demetrio. „Het is toch buitengewoon dat een Nederlandse krant vandaag verslag doet in aanloop naar de 2500ste keer en er geen nationaal medium te zien is? Het lijkt 1978 wel.” Gejuich. „De enigen die het destijds registreerden waren de veiligheidsdiensten.” Gelach. „Nederlandse media hebben letterlijk het leven van de Moeders gered. Argentinië kon niet langer ontkennen wat hier gebeurde. De Moeders hebben uiteindelijk van de dictatuur gewonnen. Ze zijn ontvoerd, gemarteld, vermoord en vervolgd, maar hun woord blijft hier gehoord worden op het Plaza de Mayo!” Handen op elkaar.
Ook Carmen krijgt zoals altijd de microfoon. „Als we Milei voor de verkiezingen van 2027 al kunnen wegsturen, zou dat geweldig zijn.” Ze is zeer bezorgd over de grote bezuinigingen op de gezondheidszorg en onderwijs. „Milei heeft niets met het volk op en regeert voor de 5 procent rijken van het land.”
Je moet vechten voor je land als dingen niet goed gaan
Het zit er weer op. Terug het busje in. Ze is helemaal alleen, zegt ze vandaag een paar keer. Haar man is er niet meer, haar vier broertjes ook niet. Carmen heeft geen kinderen. Het Spaanse meisje van wie de eerste herinneringen aan Argentinië die van de aankomsthaven zijn. Van de rauwe stad met al haar beton, terwijl zij uit een omringd door bergen en groen Spaans dorpje kwam.
Nu vindt deze krasse dame Argentinië – los van de huidige politieke context - het mooiste land op aarde. „Met al zijn natuurschoon, grondstoffen en klimaten. Ik heb hier nooit willen vertrekken. Het doet mij pijn jongelui te zien emigreren. Je moet vechten voor je land als dingen niet goed gaan. Ik blijf in de geest van Ángel strijden, zolang mijn lichaam het toestaat. De enige strijd die je verliest is die je opgeeft.”