Premier Rob Jetten tijdens een overleg over de Straat van Hormuz. Het kabinet zal maandag het Landelijk Crisisplan Olie activeren in fase 1. Foto: ANP
Het kabinet-Jetten schaalt maandag op naar fase 1 van het landelijk crisisplan olie. Dat gebeurt vanwege de toenemende spanningen in het Midden-Oosten, ook nu er opnieuw berichten zijn dat schepen zijn beschoten in de Straat van Hormuz. Dat melden ingewijden aan De Telegraaf.
Het is voor het eerst dat het kabinet deze fase aankondigt. Met de stap naar fase 1 – in ambtelijke termen ook wel de alerteringsfase genoemd - bereidt het kabinet zich voor op verdere problemen met de olie- en brandstofvoorziening, ook nu er nog geen acuut tekort aan olie of brandstof in Nederland is.
Automobilisten en bedrijven hoeven voorlopig dus nog niet te vrezen voor beperkingen, maar achter de schermen wordt wel opgeschaald en wordt een crisisstructuur ingericht. Ook wordt het Nationaal Crisiscentrum aangehaakt.
Het Landelijk Crisisplan Olie werd in 2023 opgesteld, nadat Rusland de brute oorlog in Oekraïne startte en hierdoor grote onzekerheid ontstond over de energievoorziening.
In deze eerste fase gaat het vooral om voorbereiden en coördineren, niet om ingrijpen. Zo wordt extra gelet op hoeveel olie en diesel er nog in opslag is, hoe de aanvoer verloopt en wat er internationaal gebeurt. Ook worden gesprekken geïntensiveerd met sectoren die veel brandstof gebruiken, zoals transportbedrijven, raffinaderijen en de landbouw.
Grote speler in Europa
Nederland is in Europa gezien een grote speler op de oliemarkt vanwege de grote havens, opslagterminals en raffinaderijen, onder meer in Rotterdam. Ons land importeert veel ruwe olie, verwerkt die tot brandstoffen en exporteert veel weer door. Vooral op het gebied van diesel en kerosine is Nederland binnen Europa netto-exporteur, meldden ambtenaren eerder al aan Kamerleden. Daar werd ook verteld dat er vooralsnog geen fysieke tekorten zijn.
Wel wordt nu verder bekeken welke stappen nodig zijn als de situatie verder verslechtert. Zo kunnen in een volgende fase vrijwillige oproepen volgen om het brandstofverbruik terug te dringen. Ook wordt in kaart gebracht welke sectoren voorrang zouden moeten krijgen als brandstof wel echt schaars wordt. Het gaat dan onder meer om hulpdiensten, de zorg, voedseltransport en defensie.
Als de tekorten verder oplopen, kan worden opgeschaald naar volgende fases van het crisisplan. In fase 2 zal de overheid openlijker waarschuwen en burgers en bedrijven oproepen om zuiniger met brandstof om te gaan. Die maatregelen zijn dan nog vrijwillig.
Rantsoenering
In fase 3 kunnen verplichte maatregelen volgen, zoals snelheidsverlagingen of productiebeperkingen voor bedrijven. Pas in de zwaarste fase, fase 4, is sprake van een echte oliecrisis en kan zelfs in het uiterste noodscenario rantsoenering worden ingevoerd. Volgens het kabinet is het zover voorlopig niet.
Naast het activeren van de crisisstructuur komt het kabinet maandag met een zogeheten ’Iran-pakket’ om de financiële gevolgen van de oplopende energie- en brandstofprijzen iets te verzachten, al zullen accijnzen niet verlaagd worden. Het pakket moet huishoudens en ondernemers wel iets tegemoetkomen nu de spanningen rond Iran weer toenemen.
Haagse bronnen meldden eerder al aan De Telegraaf dat het pakket onder meer bestaat uit een verhoging van de onbelaste kilometervergoeding, een lagere motorrijtuigenbelasting voor ondernemers met een bestelbusje en extra geld voor een hernieuwd energienoodfonds en isolatiemaatregelen. Ook wordt gekeken naar aanvullende steun en leencapaciteit voor mkb’ers in de problemen. De totale kosten moeten zo rond de 1 miljard euro blijven.