Bijna dagelijks waren ze tijdens de coronapandemie in het nieuws om de actualiteit te duiden: arts-microbioloog Marc Bonten en viroloog Marion Koopmans. Hoe kijken zij vijf jaar na de eerste besmettingen terug op die gezondheidscrisis? Welke lessen zijn er geleerd en zijn we klaar voor een volgende virusaanval?
De snelle verspreiding van vogelgriep in de Verenigde Staten stelt viroloog Marion Koopmans (Steyl, 1956) en microbioloog Marc Bonten (Weert, 1964) allerminst gerust. Vorig jaar is het H5N1-virus daar overgesprongen op koeien. Dieren op honderden melkveebedrijven in zestien Amerikaanse staten zijn er al mee besmet. Het is vooral de ‘tamme’ reactie van de overheid die beiden zorgen baart.
„Economische belangen lijken er voorrang te krijgen. Besmette boerderijen worden niet op slot gezet en men blijft koeien vervoeren. Opsporen, testen en indammen, dat is het scenario bij dit soort uitbraken. Men neemt het probleem niet écht serieus”, ziet Koopmans. „In elke liter melk van zo’n zieke koe zitten miljoenen virusdeeltjes. In grote delen van het land wordt vogelgriep in het rioolwater gevonden. Dit op deze schaal, dat is nooit eerder vertoond.”
En niet alleen dieren worden ziek. Sinds vorig voorjaar zijn ook bijna zeventig mensen besmet geraakt. Het gaat vooral om medewerkers van melk- en pluimveebedrijven. De meesten hadden alleen milde klachten. Begin vorige maand overleed in een ziekenhuis in de staat Louisiana een oudere man aan vogelgriep. De eerste Amerikaanse vogelgriepdode. Hij zou de infectie hebben opgelopen via de vogels in zijn tuin. In Canada vocht een besmet 13-jarig meisje op de ic voor haar leven. Zij redde het uiteindelijk.
Het H5N1-vogelpestvirus duikt eind jaren 90 voor het eerst op bij een ganzenboerderij in China en daarna ook in Thailand en Vietnam. „Landen waar het gewoonte is om, bijvoorbeeld, rauwe kip te eten en ook het bloed van deze dieren te drinken”, weet Bonten. „De helft van alle mensen die besmet raakten, ging dood, toen. Zo’n hoog percentage, dat was schrikken.”
In de jaren erna verspreidt het virus zich via trekvogels over de hele wereld. Tot op Antarctica. Meeuwen, eenden en zwanen leggen massaal het loodje. Pluimveebedrijven raken besmet door overvliegende vogels, ook in ons land. Miljoenen kippen worden geruimd.
Arts-microbioloog Marc Bonten. Foto: Jean-Pierre Jans
„Vooral sinds 2020 is het hard gegaan”, aldus Koopmans. „We zien steeds meer spillovers naar andere zoogdieren. Er is vogelgriep gevonden in katten, varkens, zeehonden, wasberen, otters, pinguïns en poema’s. En in de VS gaat het virus nu dus rond in koeien.”
Waar zit precies jullie grote zorg?
„In algemene zin geldt: hoe meer besmettingen, hoe groter de kans dat het virus gaat muteren. Van vorm veranderen. Precies zoals we hebben gezien bij de coronapandemie”, legt Koopmans uit. In het lichaam van de overleden oudere man uit Louisiana is al zo’n mutatie gevonden. Het virus had zich aangepast, waardoor het zich beter kon binden aan menselijke luchtwegcellen.
„Nog worden mensen alleen ziek van dieren, of door het drinken van rauwe, besmette koemelk. Veel Amerikanen zijn daar dol op. Anders wordt het als door mutaties het virus ook van mens op mens overdraagbaar is. Wij zitten hier inmiddels in het griepseizoen. De Amerikanen net zo. Wat als het H5N1-virus zich vermengt met het ‘gewone’ wintergriepvirus, dan krijg je een heel nieuw virus en komt de mogelijkheid van een nieuwe pandemie akelig dichtbij. De situatie nu in de VS, het is een grote gok. Ik hou niet van gokken, daarom vertel ik het. Misschien gebeurt er niets, dat zou mooi zijn. Maar het zou me niet verbazen als het wél misgaat.”
„De Wereldgezondheidsorganisatie heeft al gewaarschuwd”, vult Bonten aan. „De WHO waar president Trump nu is uitgestapt. Niet bij alle mensen die ziek zijn geworden, is duidelijk wat de ‘risicofactor’ is geweest. Hoe zijn ze besmet? Dat meisje in Canada, het kan domme pech zijn, maar het kan ook zijn dat er al meer verspreiding is dan wij weten, andere ‘routes’. Het virus is al overgesprongen op tientallen zoogdiersoorten. De mens is ook een zoogdier… Knappe koppen kunnen op basis van mutaties voorspellen welke kant een virus opgaat. Zij zien dat dit virus zich ontwikkelt richting een virus dat is aangepast aan mensen. En vergis je niet, een griepvirus kan dodelijker zijn dan een coronavirus.”
We horen sommige cynici al roepen: ‘Wat een bangmakerij’.
Bonten: „Dat mag, en ik snap het ook wel. In 2009 hadden we de Mexicaanse griep. Viroloog Ab Osterhaus waarschuwde toen bijna dagelijks dat de hemel op ons dak zou vallen. Uiteindelijk viel het achteraf allemaal erg mee. Wat je nu, vijf jaar na het begin van de coronacrisis, merkt, is dat mensen pandemie-moe zijn. Osterhaus werd op enig moment niet meer geloofd, dat speelt nu weer een beetje. Mensen denken, we zien wel. Terwijl het wel degelijk een reëel scenario is.”
Koopmans: „Het is altijd damned if you do, damned if you don’t. Waarschuw je vooraf te veel, dan deugt het niet, maar heb je te weinig geïnformeerd, dan krijg je eveneens verwijten. Er is simpelweg veel onduidelijk aan het begin van een uitbraak of pandemie. Volgende keer zal het weer net zo gaan, vrees ik.”
Viroloog Marion Koopmans. Foto: Jean-Pierre Jans
Hoe goed waren we vijf jaar geleden voorbereid op de Covidpandemie?
„Het eerste bericht was op 30 december 2019”, herinnert Koopmans zich. „Een Chinese krant schreef op Twitter over een folder van de GGD in Wuhan. Die riep mensen op zich te melden. Bij bezoekers van een markt waren enkele gevallen van longontsteking geconstateerd. Er bleek iets geks aan de hand. Op 8 januari volgde het nieuws dat het om een coronavirus ging. Toen hadden wij in Rotterdam direct zoiets van ‘dat is niet goed’. We waren toen overigens al volop bezig met internationaal onderzoek.”
Bonten las hetzelfde Twitterbericht op vakantie in Oostenrijk. „Eerlijk is eerlijk, ik keek daar niet direct erg van op. In de dagen erna kwam er meer informatie. De eerste besmetting in Thailand: oei, het is al het land uit. De vraag was toen nog of mensen het virus konden overdragen voordat ze zelf symptomen hebben. Ja, dus. Er volgden beelden van overvolle ic’s. Noodhospitalen. Eind januari ging Wuhan in lockdown, een stad met 13 miljoen inwoners.’’
,,Nederland vierde intussen nog gewoon carnaval. Eind februari kwamen de berichten uit Bergamo in Italië, waar ziekenhuizen mensen moesten weigeren, mortuaria overstroomden en het leger werd ingezet. Op 27 februari noteerden we de eerste Nederlandse besmetting en half maart zaten we zelf in lockdown. Het tempo heeft mij en velen verrast. Ja, we hebben het onderschat.”
Het RIVM hield het begin februari nog bij het advies: ‘Gebruik papieren zakdoekjes, was goed je handen en nies in je elleboog’. Je kreeg de indruk dat het zo’n vaart niet zou lopen.
„Aanvankelijk leek het daar ook op”, aldus Koopmans. „Voordat je precies weet hoe ernstig een pandemie wordt, dat duurt even. Je bent afhankelijk van lokale informatie, in dit geval uit China. Daar gingen ze van huis tot huis, op zoek naar mensen met longontsteking. Dat was immers het opvallendste ziektebeeld. Er werden weinig nieuwe infecties gevonden.
,,Men verzuimde echter ook te kijken naar mildere klachten, mensen die alleen liepen te snotteren. Begrijpelijk, die zie je elke winter. Bedenk: er waren nog geen testen toen, ze moesten het wel specifieker maken. Zo is aanvankelijk onterecht geconcludeerd dat het wel meeviel. Overigens is in ons land wel degelijk snel en vrij groot actie ondernomen, maar inderdaad: niet snel genoeg.”
Er lagen draaiboeken klaar…
„Ja. Daarin staan allerlei scenario’s, variërend van mild tot rampzalig. Wat doe je als er paniek uitbreekt, als mensen het ziekenhuis, de apotheek of opslagplaatsen van vaccins bestormen? De oefeningen werden nu deels realiteit. Er dreigde, vooral in de eerste golf, een tekort aan ic-bedden en ‘code zwart’. Opgenomen patiënten stierven soms al dezelfde dag. Het virus zaaide angst, ook omdat artsen weinig konden doen: er was geen behandeling, (nog) geen vaccin of andere medicatie.”
Arts-microbioloog Marc Bonten: 'Mijn vrouw en ik zaten er middenin'. Foto: Jean-Pierre Jans
Bonten: „Mijn vrouw werkt in het academisch ziekenhuis Utrecht. We zaten er beiden middenin. Eind december was mijn moeder overleden. Daags voor Kerstmis hadden we met 350 mensen afscheid van haar genomen. Drie maanden later had ik alleen met mijn broer en vader bij de kist gestaan, meer mocht niet toen. Midden-Limburg was het epicentrum qua nieuwe infecties, mijn vader woont in Weert. Je maakt je zorgen. We wisten aanvankelijk nog weinig over het virus. Zeker, ik ben zelf ook bang geweest om ziek te worden.”
Bonten en Koopmans treden toe tot het Outbreak Management Team, de club deskundigen die het kabinet adviseert over maatregelen om de verspreiding van het virus in te dammen. De twee Limburgers verschijnen met grote regelmaat als duider op televisie. Ze worden BN’ers.
In twee jaar tijd krijgen we vier golven van een muterend virus over ons heen: de Wuhan-, alpha-, delta- en omicron-varianten. Aanvankelijk wordt er geklapt voor het zorgpersoneel. Later komen de verwijten, ook richting het kabinet en OMT. Steeds meer mensen zijn alle maatregelen beu. Jongeren rellen tegen de avondklok. Winkeliers en horeca-uitbaters roeren zich. Mensen willen hun vrijheid terug.
Hoe kijken jullie terug op de hele crisis?
Koopmans: „Het was een enorme rollercoaster. Heftig en bij tijd en wijle akelig, maar het heeft me ook veel energie gegeven. Waar anderen weinig anders konden dan het laten gebeuren, kon ik vol in de actiestand. Onderzoek doen, het virus volgen, dingen ontdekken. Het klinkt wellicht raar, maar zo’n pandemie: dat zijn toch de Olympische Spelen voor de virologie. Overigens heb ik het zelf ook gehad, corona. De hele familie. Ik lig niet zo snel plat, maar toen wel.”
„Ik heb twee jaar in het oog van de storm gezeten”, schetst Bonten. ,,Wat een natuurgeweld, zo’n virus, zoveel mensen die zo snel zo ziek werden. Vreselijk, maar voor mij als wetenschapper was het ook fascinerend.”
Het OMT werd, zeker in de eerste fase van de pandemie, gezien als een ’schaduwregering’. De maatregelen die jullie adviseerden, voerde het kabinet door…
„Niet altijd”, reageert Koopmans als eerste. Ze benadrukt dat „het sluiten van de scholen niet van ons kwam. Dat kwam van de leraren en bezorgde ouders. Het OMT vond het niet nodig: het risico zat immers veel minder bij jongeren dan bij ouderen. Laat de kinderen dus gewoon naar school gaan. Dat advies is niet overgenomen. De scholen sloten toch, onder maatschappelijke druk. Overigens is dat wel de rolverdeling: wij adviseerden, het kabinet besliste.”
Uit onderzoek van de GGD’en blijkt dat veel jongeren door die schoolsluiting emotionele schade hebben opgelopen. Een leerachterstand, het gemis van sociale contacten, depressies...
„De scholen dicht, dat had in die eerste golf nooit mogen gebeuren”, vindt Bonten. „Dat besluit is genomen op 14 maart 2020, daags voor onze eerste lockdown. Er waren toen nota bene nog nauwelijks infecties boven de grote rivieren.”
De verpleeghuizen op slot doen, was dat achteraf gezien een goed besluit?
Bonten: „Dat vind ik lastig, omdat ik niet weet hoeveel levens we er écht mee hebben gered. In oorlogstaal waren de tehuizen natuurlijk onverdedigbaar, zoveel broze mensen dicht op elkaar én te weinig beschermingsmiddelen. Ik weet wel dat het besluit, ons advies, enorm veel ellende heeft veroorzaakt. Kinderen die niet bij hun ouders konden komen en ouderen die eenzaam zijn gestorven.”
Welke lessen hebben we geleerd en welke hadden we moeten leren?
„Aan het begin van de pandemie bleek vooral hoe efficiënt wij de zorg hebben ingericht”, blikt Bonten terug. „Ik was nog hoofd van het lab microbiologie, hier in Utrecht. Om die PCR-tests te kunnen doen heb je materialen nodig. Die hadden we te weinig op voorraad. Voorraad kost geld. Bijbestellen was lastig: iedereen deed zaken met dezelfde leverancier. De goedkoopste. In het begin konden we 100 tests per dag analyseren, terwijl er duizenden nodig waren. Op het gebied van wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld naar de beste behandeling, was er maar weinig samenwerking. Bijna elk ziekenhuis startte een eigen studie, terwijl je juist veel patiënten in zo’n onderzoek nodig hebt om conclusies te kunnen trekken.’’
,,Ziekenhuizen waren ook niet ingesteld op het delen van gegevens. Ze wisten aanvankelijk niet eens van elkaar hoeveel patiënten er op de ic’s lagen. Beschamend. Pas later kwam de uitwisseling via het LCPS (Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding, red.) tot stand. De GGD’en dan, die zo’n belangrijke rol speelden bij het testen en vaccineren, vallen onder de gemeenten. Feitelijk had minister Hugo de Jonge niets over ze te zeggen. Niet handig in crisistijd. Dat is nog steeds zo. We hebben wel van alles geleerd, maar te weinig veranderd.”
Ligt er überhaupt een stappenplan, wat te doen bij de volgende pandemie?
„Niet dat ik weet”, zegt Bonten. „De realiteit is dat we nu minder ic-bedden operationeel hebben dan in 2020. Door bezuinigingen en personeelsgebrek. Alle tumult van wappies tijdens de vorige pandemie heeft er toe geleid dat de vaccinatiebereidheid bij mensen is gekelderd. Terwijl we nu juist met vaccins het virus eronder hebben gekregen. Hoe kunnen we dat vertrouwen herstellen, want zonder die pijler wordt het de volgende keer een hele ‘uitdaging’.”
De storm tegen die vaccins én het overheidsbeleid raasde het hardst op sociale media…
„Het verwijt dat ik bij de farmaceuten op schoot zit, dat raakt je integriteit. Totaal onterecht. De covid-vaccins zijn extreem effectief en veilig. Veiliger dan chemotherapie, waar niemand over twijfelt als ie kanker krijgt. Ik weet, het is een minderheid die zo tekeergaat, maar zij bepalen de stemming. Alle misinformatie die wordt verspreid, wie weet er nog wat fake en écht nieuws is? De polemiek die is begonnen tijdens de pandemie, splijt meer en meer onze samenleving. Wie gaat dat nog stoppen en hoe?”
Koopmans: „De algoritmes van de socials zijn gebaat bij controverse, ze jagen tegenstellingen aan. Er worden verkiezingen mee gewonnen. De doodsverwensingen die ik kreeg gedurende de pandemie, het is het nieuwe normaal geworden. Kijk hoe het gaat in de Amerikaanse politiek.”
Het kabinet wil 300 miljoen euro bezuinigen op de pandemische paraatheid…
Koopmans: „Dat lijkt mij buitengewoon onverstandig, zeker gezien de actuele dreiging vanuit de VS. Goedkoop is duurkoop. De politiek is van korte cycli, terwijl dit dingen zijn van lange adem.”
André Rouvoet, de baas van GGD GHOR-Nederland, noemt het in een brief aan het kabinet onverantwoord en onuitlegbaar. Hij trekt een vergelijking met ‘het afbreken van de Deltawerken omdat het een paar jaar droog is geweest’…
„Precies dat is wat we nodig hebben, een Deltaplan. Een ‘dijkverzwaring’ tegen het oprukken van infectieziekten”, reageert de viroloog. „En af en toe een oefening, om iedereen bij de les te houden. Want de vraag is niet of er een nieuwe pandemie komt, maar wanneer.”
Die zekerheid over een nieuwe pandemie, houdt verband met bredere zorgen…
„Ja, over hoe wij met onze aarde omgaan. Wij delen de aarde met dieren en planten. Dat is een evenwicht. Als je daarmee rommelt, ontstaan er problemen. Je ziet dat er veel beweging is, veel onrust. Door de klimaatverandering gaan beesten andere routes nemen. Muggen die tropische ziektes kunnen overbrengen, duiken steeds hoger in Europa op. De overbevolking en het kappen van regenwoud. Dieren komen in het nauw. De milieubelasting van de intensieve veehouderij: er zijn meer kippen en varkens in Limburg dan mensen. Kan dat niet een tandje minder?”
„Of daar veel mensen mee bezig zijn? Tot nu toe hoor ik vooral meer, meer, meer”, haakt Bonten in. „Nederland is echt een risicoland waar het gaat om zoönotische infecties. De Wuhan-variant zou zomaar eens de Ospel-variant kunnen worden. Ik zou zeggen: begin met de inperking van de bevolkingsgroei. Voorspeld is dat we in 2050 met ruim 10 miljard mensen zijn, hoe gaan we die allemaal voeden?”
Uiteraard gaat het in een gesprek met Marc Bonten en Marion Koopmans ook over de impact die de coronapandemie had op hun privéleven. De bedreigingen van landgenoten die het niet eens waren met hoe de crisis werd bestreden.
Vooral Koopmans kreeg het zwaar te verduren, met name op Twitter. „Ik zou duizenden, of zelfs miljoenen doden op mijn geweten hebben.” Reizen met de trein kon niet meer, dat was te lastig qua beveiliging. Ze kreeg haatmails en stapels dreigbrieven, ook op haar thuisadres. De viroloog heugt zich een familie-uitje richting het Rijksmuseum in Amsterdam. Viruscritici hadden haar gespot. „Ze begonnen op het raam te bonken, alsof ze de duivel zelf zagen.”
Ze vertelde erover in het boek Viroloog in een veranderende wereld dat ze samen met haar zoon Mischa schreef. „De laatste tijd is het gelukkig rustiger. Ik heb een dikke huid, maar het laat je natuurlijk niet koud.”
In 2020 kreeg Koopmans de Machiavelliprijs voor haar ‘niet aflatende inzet om de wetenschap over het coronavirus toegankelijk te maken voor een breed publiek’.
Nog is ze hoofd van de afdeling viroscience in het Erasmus MC Rotterdam, een gerenommeerd onderzoeks- en kenniscentrum. Daar was ze in 2013 de opvolger van Ab Osterhaus. In juni draagt ze zelf het stokje over. Maar de 68-jarige Koopmans wil het woord pensioen niet horen. Ze gaat door met haar onderzoekswerk.
Ook Marc Bonten werd verwenst en bedreigd. Vooral online. „In het begin waren wij de profeten, later een boksbeugel. Toen werd het grimmig. Ik herinner me dat ik op een dag naar huis fietste. Een man met een kind achterop kwam me tegemoet. Hij keek me aan en riep ‘vuile nazi’. Tijdens de laatste lockdown had je een groep die OMT-leden als ‘paniekzaaiers’ de Anton Mussert prijs uitreikte. Thuis, met draaiende camera. Bij mij zijn ze gelukkig nooit geweest, maar je leert ervan eerst even door het raam te kijken als de bel gaat.”
Bonten (60) is behalve hoogleraar moleculaire epidemiologie van infectieziekten aan de universiteit Utrecht CEO van Ecraid, een nieuwe organisatie waarin meerdere Europese onderzoeksinstellingen hun krachten bundelen in de strijd tegen infectieziekten.