Bedrijfsleider Nel van der Velde en burgemeester Pleyte knipten samen het lint door. Foto: Jan Johan ten Have
De Voedselbank in Veendam is nu een supermarkt. Bezoekers doen er ‘gewoon’ even boodschappen. Ze kiezen zelf welke producten ze meenemen. „Zelf beslissen over je boodschappen is een enorme vooruitgang. Het neemt het stigma weg. Mensen gaan met een grote glimlach de winkel uit”, zegt bedrijfsleider Nel van der Velde.
De Voedselbank in Veendam is nu een supermarkt. Bezoekers doen er ‘gewoon’ even boodschappen. Ze kiezen zelf welke producten ze meenemen. „Zelf beslissen over je boodschappen is een enorme vooruitgang. Het neemt het stigma weg. Mensen gaan met een grote glimlach de winkel uit”, zegt bedrijfsleider Nel van der Velde.
Het lint was gespannen tussen twee winkelwagens. „Het ziet er nu uit als een supermarkt, zo’n uitstraling is belangrijk. Ik hoop dat dit veel voorspoed brengt”, zei burgemeester Annelies Pleyte bij de heropening vorige week. Daarna zagen tientallen vrijwilligers en gasten hoe ze het lint doorknipte.
De voedselbank in Veendam bestaat al jaren. Het idee voor een winkel ontstond in de coronatijd, toen de uitgifte buiten plaatsvond. Die opzet leek op een markt en sloeg aan bij de bezoekers. Vorig jaar zette de organisatie als proef producten op tafels. Ook dat beviel, dus volgde de overstap naar een volledig winkelconcept.
Vroeger vulden vrijwilligers wekelijks een bak, afgestemd op de grootte van het gezin. Die volle bak ging mee, zonder dat de bezoeker er iets over te zeggen had. Nu bepalen bezoekers tot negentig procent zelf wat ze meenemen. Alleen bij de verse afdeling, met groente, fruit, koeling en diepvries, springen vrijwilligers bij. De bezoeker geeft aan wat hij wil, het inpakken doen de vrijwilligers.
De omschakeling vroeg veel werk. Er kwam een complete winkelinventaris, betaald met geld van sponsors. De inrichting namen de vrijwilligers zelf op zich. „Om dat eerst goed op gang te krijgen, ben je twee, drie maanden verder”, legt de bedrijfsleider uit. In het begin wisten veel bezoekers niet goed wat ze moesten kiezen. Sommigen stonden wel een kwartier voor één product. Inmiddels is die keuzestress weg en overheerst de tevredenheid.
Een vast budget is er niet. Iedere bezoeker krijgt een gekleurd kaartje dat hoort bij de schappen. Daarop staat hoeveel iemand van een product mag meenemen. Een alleenstaande of een huishouden van twee personen krijgt bijvoorbeeld een geel kaartje. De aantallen wisselen per week. Voor maandproducten als wasmiddel, schoonmaakmiddel en toiletpapier geldt een keer per maand.
Toch zijn er ook zorgen. De voedselbank spreekt op dit moment haar voorraad aan, want de aanvoer loopt terug. Vanuit de winkels komt minder binnen en ook landelijk is de aanvoer mager. „We redden het”, zegt de bedrijfsleider, maar de marges worden kleiner.
Het aantal bezoekers schommelt. Volgens de organisatie hebben veel meer mensen recht op steun dan zich melden. Schaamte speelt daarbij een grote rol, vooral bij de oudere generatie die een leven lang heeft gewerkt. Nel: „Juist daarom is het zo belangrijk dat het stigma wordt weggenomen.”