Ze kwam om kwart voor 10 de woonkamer in met een ernstig gezicht: „Ik ga toch een beroep doen op jouw flexibiliteit.”
We zouden om half 12 al een aanhanger huren, maar zij had net een zitbank geregeld, die op dat tijdstip gehaald moest worden.
Het flexibele wat van mij werd verwacht was direct de laptop dicht, regelen dat ik de kar eerder kon halen, zodat we die bank konden oppikken en de studentenkamer van jongste zoon in stad inrichten, na het sauzen de vorige dag. Verrassing voor hem.
We laadden wat we hadden in de kar, reden naar Stad, het bleek weer heel heet, haalden bank, maar in plaats van daarna het bed, zei mijn vrouw: „We zijn dichtbij IKEA…, da’s alleen een tafeltje.”
Ik weigerde mee te gaan, zette haar af en bracht alvast bank en rest naar de kamer. Meteen het bed halen lukte mij niet. Zij had de bon en het voorstel de factuur later te tonen leidde tot lichte hoon: „Meneer, dat is echt de verkeerde volgorde.”
Ik weer richting IKEA, waar mijn vrouw een half uur extra nodig had. Ik kon toen niks en daarna was het: ‘Twintig minuten nog.’
Broodjes haring dan maar. Ik had de eerste nog niet op of zij kon opgepikt worden, waarna we bed ophaalden, weer alles bij de kamer uitlaadden, zij ging schoonmaken, ik de kar wegbracht, terugkeerde en aan het monteren sloeg: bank, tafel, bureaustoel en twee stoelen. Ik dreef net als de dag ervoor van het zweet, daarna installeerde ik pick-up, versterker en boxen, hing gordijnen op, maakte de achterwand van het bed vast en propten we om 7 uur alle afval in de auto.
De eindredactrice had mij twee uur eerder al een appje gestuurd, waar de column bleef: ‘Heb je misschien al vakantie?’