Jenning de Boo droeg de winst van het EK sprint in januari 2025 op aan zijn opa Hans. Foto: Neeke Smit
Het had zomaar zo kunnen zijn dat we op deze Olympische Spelen voor Jenning van der Veen zouden juichen. En dus niet voor Jenning de Boo, de naam die klinkt als een klok.
Nee, je gaat er vast niet sneller van rijden als je anders heet. En Van der Veen klinkt degelijk en oer-Hollands. Voorwaar weinig mis mee als je schaatser bent. Maar toch. Jenning de Boo (22) is wel even andere koek. Alleen de naam al is bijkans explosief.
Toch had het voor de hand gelegen als het Groningse antwoord op de Amerikaan Jordan Stolz naar de naam Jenning van der Veen zou luisteren.
De korte uitleg waarom zulks niet het geval is? Jenning krijgt bij zijn geboorte van ouders Gerbrant (van der Veen) en Annetje (De Boo) simpelweg de achternaam van moederskant.
Maar het verhaal dat achter die geëmancipeerde naamwisseling schuilt, is te fraai om niet verder uit te diepen.
‘Een mooie en vredige dood’
Daarvoor kunnen we niet om Jennings opa heen. Hans de Boo overlijdt in januari vorig jaar op 89-jarige leeftijd in het UMCG in Groningen aan de gevolgen van een longontsteking. Zijn kleinzoon wint kort daarna in Thialf het EK sprint. Hij draagt de titel op aan zijn grootvader.
„Het was een mooie en vredige dood”, zegt Jenning destijds. „Ik heb nog anderhalf uur bij hem gezeten. Ik had er vrede mee. Hij zei dat hij er ook vrede mee had. Mijn opa zei tegen mijn ouders dat ik niets moest laten voor het schaatsen. Dat had hij liever dan dat ik nog een keer naar het ziekenhuis kwam. Ik kan nu wel zeggen dat dit kampioenschap ook voor mijn opa is.’’
Als Jenning niet zo gigantisch hard had kunnen schaatsen, was de kans groot geweest dat hij in de voetsporen van opa Hans medicijnen was gaan studeren.
Jenning de Boo, hier als Groninger Sporter van het Jaar 2025. Foto: Claus Dijk
‘Altijd kreeg ik een e-mailtje van hem’
Het voortbestaan van de familienaam De Boo is bij de geboorte van Jenning, de oudste thuis, nog niet veiliggesteld. Dus geven Jennings ouders hem de achternaam van zijn moeder. Het maakt opa Hans, die als bevlogen heraldicus verslingerd is aan familiewapens en -schilden, apetrots.
„Ik kon heel goed met mijn opa. Mijn oma was al overleden. Hij woonde alleen in Groningen. Ik ging nogal eens langs. We hadden dezelfde interesses. Hij was dokter en erg bezig met geschiedenis en oude familiewapens en schilden, heraldiek. Daarover kon ik goed met hem lullen.’’
Appen doet opa Hans trouwens niet na een wedstrijd van Jenning. Nee, hij stuurt steevast een e-mail na elke race. Goed gereden, jongen.
In Milaan zet Jenning de familienaam De Boo dus voort. Voor het oog van tv-kijkers over de hele wereld. Van bijna uitgestorven naar olympisch eremetaal.