Jenning de Boo debuteert in Milaan op de Olympische Spelen. Foto: ANP/Sem van der Wal
Zes jaar geleden ontwaakte Jenning de Boo ruw uit zijn olympische droom op de jeugdeditie van de Winterspelen. Met de lessen van toen in het hoofd krijgt de wereldkampioen in Milaan een nieuwe kans op goud.
Het zijn schitterende beelden. Beugelbekkie, lange benen, lachend zit hij in de topsportklas. Vier boterhammen als ontbijt, acht mee naar school. De dan 15-jarige Jenning de Boo vertelt in 2020 in Zappsport over zijn grootste toernooi tot dat moment. De Groninger gaat als shorttracker naar de Jeugd Olympische Winterspelen in Lausanne.
Het wordt geen succes. De tiener vliegt meteen uit het toernooi. „Ik was in hartstikke goede vorm. Toen ik ernaartoe ging, dacht ik echt: ik ga het daar wel even doen. Maar dat viel vies tegen”, zegt De Boo jaren later, aan de vooravond van zijn seniorendebuut op de Olympische Spelen. „Ik had toen alleen nog maar tegen Europeanen geschaatst. Ik schrok me een hoedje en werd in Lausanne even op mijn plek gezet door de Aziaten en de Russen.”
Niettemin doet de scholier na zijn pijnlijke aftocht in Zwitserland een stevige belofte, met de bravoure die hem nog altijd kenmerkt: „Over een paar jaar staan we er weer.”
Ontgroening
Dat moment is aangebroken. Op woensdag (1000 meter) en zaterdag (500 meter) geldt De Boo als voorname medaillekandidaat. Hoewel hij het shorttracken ondertussen inruilde voor de langebaan, denkt de olympische debutant nog regelmatig terug aan zijn ontgroening van zes jaar geleden.
„Ik vergelijk Milaan een beetje met die Jeugd Olympische Spelen. Ik hield me daar toch een beetje aan vast, om voor mezelf een beeld te vormen. Lausanne was het eerste wat bij mij naar boven kwam.”
Zijn Reggeborgh-collega’s binnen de oranjebrigade van TeamNL beschikken over een schat aan ervaring op de Winterspelen. Kjeld Nuis en coach Gerard van Velde veroverden onvergetelijke gouden plakken. Een ideale helpdesk voor nieuwkomer De Boo, zo lijkt het.
„Heel erg fijn, maar ik moet zeggen dat ik tot nu toe niet veel vragen heb gesteld. Ik vind het juist heel leuk om alles een beetje op me af te laten komen. Dat ik het allemaal mag meemaken. Dat de Spelen me een beetje overvallen vind ik eerlijk gezegd niet zo erg.”
Jenning de Boo op kop tijdens een training met Kjeld Nuis en Femke Kok. Foto: ANP/Sem van der Wal
Opgewekt en onbevangen blikt de 22-jarige De Boo vooruit op de wedstrijden die komen gaan. Races die zijn leven ingrijpend kunnen veranderen. „Natuurlijk zit dat in mijn achterhoofd. De impact van een olympische titel of een medaille is enorm. Maar het wordt er niet leuker van als ik me daarop ga blindstaren. Ik probeer er niet te veel mee bezig te zijn, zie de Spelen als een veredeld WK. Ik wil het niet groter maken dan dat het is.”
In die zin was het zenuwslopende olympisch kwalificatietoernooi in Thialf een confronterende test. Tussen kerst en oud en nieuw vlogen de emoties door de ijstempel in Heerenveen. „Dat was heel dubbel. Ik reed zelf hartstikke goed en was erg blij met mijn tickets. Tegelijkertijd zag ik veel tranen om me heen. Het was belangrijk om mijn eigen emoties een beetje onder controle te houden. Het zat er niet in om mijn prestaties uitgebreid te vieren.”
Pittig
Enkele dagen later besloot de selectiecommissie van de schaatsbond om de gekwalificeerde Tim Prins, die als klasgenoot van De Boo figureerde in het eerder genoemde tv-moment, niet af te vaardigen naar Milaan. Een hard gelag, vindt zijn ploeggenoot en schaatskameraad De Boo.
„Dat was pittig om te zien. Tim is een heel goede vriend van mij, waarmee ik eigenlijk overal samen naartoe ga, naar alle wedstrijden. Maar nu zijn we niet samen in Milaan. Na het OKT moest ik echt even bijkomen, fysiek en mentaal.”
Jenning de Boo: "Het OKT was heel dubbel. Ik zag veel tranen om me heen." Foto: Neeke Smit
Tot veler verrassing vond De Boo daarbij tijd voor een bezoek aan Martiniplaza, waar hij tijdens het jaarlijkse gala werd gekroond tot Groninger Sporter van het jaar. „Eigenlijk had ik me eerst afgemeld. Later heb ik daar even over zitten na te denken. Ik vond het toch belangrijk om ernaartoe te gaan. De vorige keer was het een superleuke avond geweest. En ik vind dat ik me niet zomaar te groot moet gaan voelen. Ik ben en blijf een trotse Groninger. Het was mooi om mee te maken, ook omdat mijn ouders erbij konden zijn.”
De Boo verruilde afgelopen zomer het ouderlijk huis voor een eigen onderkomen in Heerenveen. Dat bevalt prima, al is thuiskomen in een leeg huis wel even wennen. „Veel van mijn teamgenoten wonen samen met een partner of zitten nog bij hun ouders. Die komen thuis in een warm huis. Bij mij is het wel wat koud af en toe. Dan is het soms misschien lekkerder om door te rijden naar Groningen”, erkent hij met een lach.
Zelf een geliefde zoeken was er voor De Boo niet bij in het olympisch jaar. „Het probleem is: daar heb ik nu niet heel veel tijd voor. Daarom gaan schaatsers ook met schaatsers, denk ik. Dat is de makkelijkste weg. Maar dit seizoen hield ik daar eigenlijk helemaal geen rekening mee.”
Droom
Alles staat in het teken van zijn gouden missie. Zo komt de steun in Milaan de komende dagen van zijn vriendengroep uit de wijk Hoornse Meer, zijn ouders, een oom en tante. Wat mogen zij verwachten van de regerend wereldkampioen op de 500 meter, nu hij op die afstand moet afrekenen met topfavoriet Jordan Stolz en de sterke Pool Damian Zurek?
„Ha, dat is een hele leuke: Jenning, denk je dat je gaat winnen?”, imiteert hij spottend de meest gestelde vraag van de afgelopen weken. „Ik heb een heel standaard antwoord, maar het is wel waar. Ik ga gewoon proberen mijn beste race te rijden. Als ik de perfecte race rijd, geloof ik dat ik de snelste ben en kans maak om te winnen. Mijn droom is Olympisch goud. Die droom zal ik ook na deze Spelen nog hebben, een topsporter wil altijd meer. Maar ik ga natuurlijk proberen hem waar te maken. De tijd gaat ineens supersnel. Ik heb er vooral heel veel zin in.”
’Ik verheug me al op 2034’
Topsprinter Jenning de Boo baalt er stiekem een beetje van dat de olympische medailles worden verdeeld op een tijdelijke ijsbaan in een beurscomplex in Milaan. „Het is jammer dat de Spelen niet op een hooglandbaan zijn, daar worden de allersnelste tijden gereden. Het zou mooi zijn om op het belangrijkste schaatstoernooi richting de wereldrecords te gaan. In 2034 zijn de Olympische Spelen in Salt Lake City. Dat is nu nog zover weg, maar wel iets om me op te verheugen. Ik ben van plan er dan nog bij te zijn.”
Fan van Jens van ‘t Wout
Jenning de Boo hoopt in Milaan ook zijn voormalige shorttrackgenoot Jens van ‘t Wout te kunnen aanmoedigen. „Ik ga zeker het shorttracktoernooi volgen. Dat vind ik hartstikke leuk om te kijken. Ik wil zien hoe Jens het gaat doen. Ik spreek hem veel, hij is een goede vriend van mij. Vroeger zaten we bij elkaar in een team en we hebben nog steeds veel contact. Ik hoop dat hij de sterren van de hemel gaat schaatsen. Verder zou ik het heel gaaf vinden als ik nog bij een ijshockeywedstrijd kan kijken. Destijds bij de Jeugd Olympische Spelen ben ik nog naar de half pipe geweest. Dat vond ik gruwelijk. Ik moet even zien wat hier allemaal mogelijk is.”