Tallon Griekspoor behoort op dit moment met Botic van de Zandschulp tot de beste Nederlandse tennisspelers. Foto: AFP/Oscar del Pozo
Het Europese Grand Slam-seizoen staat met Roland Garros op punt van beginnen. Grote Nederlandse kanshebbers op winst zijn er al jaren niet meer. Waar blijft toch die volgende Nederlandse tennistopper?
Paul Haarhuis
Paul Haarhuis. Foto: ANP
„De buitenwacht denkt er vaak wat makkelijk over. Ga maar na, hoeveel top 10-spelers hebben we in Nederland in de afgelopen 50 jaar gehad? Dat zijn er vier: Okker, Stöve, Krajicek en Bertens. Het is ontzettend moeilijk; tennis is een van de weinige wereldsporten. Wij zijn goed in schaatsen, in roeien. Geweldig hoor, maar schaatsen en roeien is in geen enkel land een sport die veel door de jeugd wordt gedaan en dus is het om in tennis succesvol te zijn veel moeilijker dan de meeste mensen inschatten. Ik vergelijk het weleens met voetbal: hoeveel absolute topspelers heeft Nederland daarin? Van de huidige generatie zou misschien alleen Frenkie de Jong bij andere toplanden spelen. Dus voor tennis is de verwachting vaak te hoog. Nederland is, vind ik, ook wel wat te calvinistisch voor een echt topsportklimaat. Hier is de leerplicht bijvoorbeeld heilig. Dat kun je goed of slecht vinden, maar in andere landen gaan ze daar anders mee om.”
Paul Haarhuis stond ooit achttiende op de wereldranglijst en is de coach van het Nederlandse Davis Cup-team
Floris Kilian
„Ik denk dat het golfbewegingen zijn en dat het nooit één of twee factoren zijn, maar een samenspel. Er zijn in Nederland steeds minder tennishallen, de weg naar de top is lang en het wordt steeds duurder. Als je meerdere kinderen hebt die tennissen, dan kost dat nogal wat. Als spelers verder komen en landelijk of zelfs internationaal gaan spelen, komen er nog meer kosten bij kijken. Je moet privé gaan trainen, vluchten en hotels betalen en misschien wel een coach. Er komt extra druk bij om te presteren en voordat je de top bereikt zijn er veel tussenstations; denk aan blessures of veranderingen in je privéleven, noem maar op. Je ziet vaak dat spelers in Nederland bij één van die stations afhaken en stoppen om te gaan studeren. Val je net buiten de top, dan is het niet zo makkelijk om er een goede boterham aan te verdienen.”
Floris Kilian heeft een tennisschool en is de captain van meervoudig landskampioen van het mannenteam van TC Suthwalda
Jan Bunt
Jan Bunt. Foto: Siese Veenstra
„Enige mate van realisme is hier wel op z’n plaats. We zijn een relatief klein land, met 18 miljoen inwoners. Bij de KNLTB hebben we de top 100 als doelstelling van ons Meerjaren Opleidingsplan Tennis. Bij de mannen zijn dat er nu twee met Griekspoor en Van de Zandschulp. Jesper de Jong staat er net buiten. Bij de dames staat niemand in de top 100, nu Suzan Lamens er net buiten is gevallen. We hebben bij de KNLTB weer steeds meer regie in het opleiden en zijn hard aan het bouwen met nieuwe topsportprogramma’s. Er zijn enkele sterke beloften onderweg: bij de mannen is Mees Röttgering de oud-nummer 1 van de wereld bij de junioren en won Thijs Boogaard de Orange Bowl, het officieuze WK bij de junioren. Bij de vrouwen zijn bijvoorbeeld Anouck Vrancken Peeters, Britt du Pree en Antonia Stoyanov zich goed en snel aan het ontwikkelen. Die liggen allemaal op de route voor een mooie carrière, maar top 10 blijft altijd de vraag. Dat is weinigen gegeven in een sterk concurrerend landschap.”
Jan Bunt uit Onnen is als Manager Topsport bij de KNLTB verantwoordelijk voor de topsportprogramma’s vanuit het Nationaal Tennis Centrum
Jan Roelfs
Jan Roelfs. Foto: ANP/Robin van Lonkhuijsen
„Laat ik om te beginnen zeggen dat het knap is dat we bij de mannen twee spelers in de top 100 hebben. Er wordt in Nederland weleens te makkelijk over gedacht. Dan hoor je ook soms: Griekspoor werd ál in de eerste ronde van een ATP 1000-toernooi uitgeschakeld. Tsja, alle spelers die pak ‘m beet op plek 40 tot 100 staan hebben daar mee te maken. De concurrentie is echt moordend; de tennisleek ziet dat misschien niet. De weg naar de top 50 is echt lood- en loodzwaar! We zijn een klein tennisland en afhankelijk van een megatalent dat opstaat. Frankrijk, Australië, de VS, al die tennisscholen in Oost-Europa, er gaat zoveel geld in om. Wat Nederland dan moet doen? Niet te veel padelbanen bouwen!”