Robin Witte: „Misschien had ik informatie meer moeten druppelen." Foto: Corné Sparidaens
Robin Witte en ACV gingen in oktober onverwacht snel uit elkaar, nadat de hoofdtrainer had aangegeven twijfels te hebben of hij wel de juiste man was om de club uit Assen voor degradatie te behoeden. Na vier maanden kijkt Witte terug op die roerige periode, maar ook vooruit. „Ze mogen bellen.”
Nee, spijt heeft Robin Witte (35) niet van die beslissing, meldde hij in onze podcast Tikkie Breed. „Het enige dat me wel raakte was toen ik het mijn kinderen (van 5 en 2 jaar, red.) vertelde. Die zeiden: komen we dan nooit meer bij ACV? Dat was voor hen elke zaterdag een prachtig uitje. Voetbal kijken, vriendjes, zakje snoep in de rust. Hun reactie raakte me echt.”
‘Ik wil niemand voor de voeten lopen’
De jongste Wittes komen aan de hand van opa Witte tegenwoordig nog wel eens op het sportpark aan de Kortbossen, vertelt Robin. Maar hijzelf heeft nog steeds geen wedstrijd van zijn voormalige ploeg, nu onder leiding van zijn toenmalige assistent Paul Matthijs, kunnen kijken.
„Het is een bepaald ongemak”, zegt Witte, „en of dat voortkomt uit positieve of negatieve gevoelens, dat weet ik niet. Ik wil niemand voor de voeten lopen. Er zijn zat mensen die zeggen: kom nou gewoon. Maar ik heb het juiste gevoel nog niet. Het zal ergens wel slijten hoor, ik heb ook absoluut geen negatieve gevoelens bij de club ACV. Misschien doet het gewoon nog zeer.”
Robin Witte in onze podcaststudio. Links sidekick Wim Hegen Foto: Corné Sparidaens
‘Ik wilde mijn gevoelens delen en wist de consequenties’
ACV-Barendrecht, op zaterdag 4 oktober jongstleden, was de laatste wedstrijd van Witte als hoofdtrainer. De maandag na die wedstrijd gaf Witte tijdens het wekelijkse evaluatie-overleg met de technische commissie van ACV in Hotel Van der Valk aan dat hij twijfels had of hij nog langer de juiste man was om de tweededivisionist te trainen. Toen ging het snel: Witte was die maandagavond hoofdtrainer-af, Paul Matthijs nam zijn plek over.
„Ik ging naar dat overleg”, vertelt Witte, „in de wetenschap dat dit de consequentie kon zijn. Ik wilde vooral mijn gevoelens delen. Die wedstrijd tegen Barendrecht, die we met 5-1 verloren, was zo’n teleurstelling. We hadden zo’n goede voorbereiding, we waren zo gefocust met dat belangrijke duel bezig en na acht minuten stonden we met 2-0 achter. Ik wist eigenlijk echt niet meer aan welke knoppen ik moest draaien.”
Glorieus debuutjaar
Het seizoen ervoor had Witte nog wel zo’n glorieus debuutjaar beleefd als hoofdtrainer. Nadat hij het stokje van de alom bewierookte Ruud Jalving had overgenomen, van wie hij jarenlang de assistent was, behield hij ACV als hoofdtrainer vrij eenvoudig voor de tweede divisie. Met de ervaren ploeg finishte hij uiteindelijk als negende, ruim voldoende voor lijfsbehoud.
„Die laatste wedstrijd tegen Katwijk zal ik nooit vergeten; die wonnen we thuis met 5-1. Prachtige dag op een zonovergoten sportpark. Dat was een geweldige afsluiting van een fantastisch seizoen. We hadden een paar zangers na afloop, een prachtig feest. Op dat hele seizoen kijk ik met een fantastisch gevoel terug.”
Sterkhouders vertrokken
Maar daarna kwam snel de klad erin: sterkhouders als Giovanni Zwikstra, de veelgeroemde ‘kapstok’ in de spits, rechtsbuiten Joël van Kaam, maar ook niet-altijd-basisspelers als Arjan Hagenauw, Pascal Huser en – vooral ook – Daniël Schans vertrokken. „En dat was te veel”, zegt Witte. „Ik heb het wel eens vergeleken met een bedrijf van 24 man, waarvan er in één keer 12 vertrekken. Verwacht je dan dat zo’n bedrijf meteen hetzelfde kan leveren als met die 24 man? Dat gaat eenvoudig niet.”
Daarbij roemt Witte vooral Schans, de Asser back. Een kind van de club, die als aanvoerder belangrijk was, maar vooral zichzelf durfde weg te cijferen. „Voor Daniël was maar één ding belangrijk: het teambelang. Dat vond hij belangrijker dan zijn eigen plek in de basis. Dat miste ik wel eens in het seizoen erna. Want als het dan even niet goed gaat, gaat in een voetbalelftal iedereen wijzen.”
Roze olifant
Of hij zichzelf iets kwalijk neemt? Jazeker. Leermomenten, noemt Witte het. „Misschien had ik eerder de roze olifant in de kamer moeten benoemen, misschien had ik het probleem eerder moeten bespreken. Maar ik sta altijd bokje voor het team en intern ben ik ook altijd opbouwend in mijn kritiek. Misschien had ik iets meer met mijn vuist op tafel moeten slaan en dat probleem moeten benoemen.”
Robin Witte. „In een voetbalelftal wordt snel naar elkaar gewezen als het even niet gaat." Foto: Corné Sparidaens
En misschien, zegt Witte, had hij het simpeler moeten houden. Bij de basis blijven. „Ik wist dat we er vanaf dag één moesten staan, nu we zulke belangrijke spelers misten. Normaal ben ik van het druppelen van informatie voor jonge en nieuwe spelers, dat beklijft beter. Maar omdat we in zo’n korte tijd tot prestaties moesten komen, heb ik de stortdouche aangezet: ik heb ze misschien overladen met informatie, om ze maar klaar te krijgen. Ik dacht: afgelopen seizoen ging dat ook goed, dit is mijn werkwijze. Hoezo kan dat nu niet?”
Bepaald niveau gewend
Inmiddels brengt Witte alweer vier maanden lang zijn kinderen veel vaker naar bed dan in de periode ervoor en dat is ook wat waard. Maar hij kijkt ook al uit naar een nieuwe uitdaging. Als trainer of hoofdtrainer, maar wel op niveau. „Ik ben nu zo gewend om op een bepaald niveau te trainen, te managen en gefaciliteerd te worden, dat dat meer neigt naar betaald voetbal dan naar amateurvoetbal. Ik mag hoofdtrainer zijn tot en met de tweede divisie, maar als een betaald voetbalclub me belt als ze een assistent-trainer nodig hebben, dan zal ik daar zeker over nadenken.”
Luister hier naar de podcastaflevering met Robin Witte