Klaas Jan van der Weij poseert nu zelf, in Kunstruimte Zicht in Persingen. Foto: Marcel Krijgsman
Hij is geboren en getogen in Emmen en keert over een tijdje terug naar het Noorden. Het is mooi geweest na 33 maal de Tour de France, 15 Olympische Spelen en duizenden andere sportwedstrijden. Hij won de World Press Photo en nog veel meer. Maar klaar is sportfotograaf Klaas Jan van der Weij nog lang niet. En dat is maar goed ook. ‘Binnenkort kieper ik mijn hele archief de container in’.
Terwijl we samen binnenlopen in Kunstruimte Zicht in Persingen, net ten oosten van Nijmegen, waar hij zijn expositie Field of Play laat zien, pakt Van der Weij (Emmen, 1953) snel zijn fototoestel.
Even de nieuwe Leica uitproberen
Bij de glazen wand is hij even bezig en trots laat hij een paar seconden later zien waarmee: een mug op het raam, haarscherp gefotografeerd. Het nare beestje wordt er bijkans bloedmooi van. „Heb net een nieuwe Leica, even uitproberen. Mooi hè?”, grijnst Van der Weij.
Frankrijk, Nice, 29-08-2020. Tour de France, 1e etappe, Nice-Nice. Egan Bernal, de winnaar van 2019, voor de start van de etappe. 'Iemand die deze foto kocht om thuis op te hangen, vertelde me laatst dat hij nog steeds niet snapt hoe ik deze heb gemaakt: Bernal van de zijkant en die huizen van onder. Ik ga het hem ook niet vertellen.'
Foto : Klaas Jan van der Weij
Het tekent de fotograaf die werd geboren in het Diaconessenziekenhuis in Emmen en tot zijn 16de daar opgroeide, als zoon van een dominee. Hij was een nakomertje, had een oudere broer die in de Verenigde Staten meewerkte aan ruimteprogramma’s van de Gemini Project maar overleden is.
'Sister Act'. 28 september 2000, Olympische Spelen Sydney. Serena en Venus Williams tijdens de dubbelfinale tegen de Nederlandse dames Kristie Boogert en Miriam Oremans. Foto: Klaas Jan van der Weij
‘Ik heb al vroeg leren kijken’
En hij heeft een zus die nu in Buinerveen woont. „Ik heb al vroeg goed leren kijken, denk ik”, zegt hij. „Als klein ventje met een grote broer en zus zat ik natuurlijk vooral goed te volgen wat er gebeurde. Misschien dat daar iets is gebeurd.”
Verwacht van Van der Weij niet het beslissende moment in een sportwedstrijd (al heeft-ie dat ook vaak), vraag niet om het juichen na een doelpunt (al heeft-ie dat ook vaak) of de traan tijdens de medaille-uitreiking (al neemt-ie die ook mee).
Compositie en ritme
Van der Weij is altijd vooral op zoek naar compositie, naar kleuren, naar ritme, naar een beweging, naar verrassing. De sporter staat centraal en toch ook weer niet, het gaat om het plaatje. Soms is de sporter slechts aangever van de bal, niet meer dan dat. Zie Fat Boy, de foto van de tennislijnrechter in Rosmalen.
16 juni 2010, Rosmalen, UNICEF Open. De lijnrechters op het tennistoernooi van Rosmalen zaten dat jaar vanwege sponsorverplichtingen in een zogenaamde fatboy. „Ik heb een vol uur zitten wachten tot dat balletje rechtsonder in beeld was. Die moest echt alleen daar, vond ik.” Foto: Klaas Jan van der Weij
Vraag Van der Weij óók niet om diepgaand zijn levenswandel te analyseren. Vooral niet. „Hoe ik zo goed ben geworden?”, herhaalt hij de vraag. „Geen idee. Weet ik niet. Ik ben autodidact, heb het mezelf allemaal aangeleerd. Ja, kijken, kijken, kijken. Dat dus. Denk ik.”
20-6-1996, Liverpool. Zes jongetjes volgen de training van het Nederlands elftal tijdens het EK in Engeland. „Let op het ritme”, zegt Van der Weij bij deze foto. „Eén, twee, drie. Dat is echt essentieel, dat maakt deze foto mooi.” Foto: Klaas Jan van der Weij
‘Nee, nee, nee en dan: klik!’
Voorbeeldje: „Als ik in de auto rij en er nadert zo’n fietsbrug of een viaduct over de weg, dan rijdt daar altijd wel iemand op, let maar eens op. Ik zit dan in mijn hoofd op dat knopje te drukken als hij of zij precies op het juiste moment boven me langsrijdt: nee, nee, nee, nee, ja, klik!”. Weer die grijns, haast verontschuldigend haalt hij zijn schouders op. „Dat dus.”
Hij werd er een van de beste, zo niet de beste sportfotograaf van Nederland mee. Fotografeerde decennialang voor onder meer Trouw en de Volkskrant. Hij won in 1992 de World Press Photo, categorie sport, met een iconische foto van een uitgeputte Greg LeMond.
12 april 1992: Greg LeMond na afloop van Parijs-Roubaix. Foto: Klaas Jan van der Weij
Uitgeteld in een granieten hok
De Amerikaan, die in de jaren ervoor driemaal de Tour de France had gewonnen, zit op die prijswinnende foto die de hele wereld overging uitgeteld in het hard-granieten kleedgedeelte van een douchecabine na Parijs-Roubaix.
„Hij had zijn ploeggenoot Gilbert Duclos-Lasalle net aan de overwinning geholpen”, vertelt Van der Weij. „Hij had iets te eten in zijn mond, maar kon van vermoeidheid niet meer kauwen. Hij zat daar maar, keek ook dwars door me heen toen ik daar stond. Hij heeft me gezien, want daarna herkende hij me bij andere koersen. Maar op dat moment registreerde hij niet veel meer.”
Het Lijden van Jezus? ‘Nee, die hangt daar’
Een collega tipte Van der Weij. „Die zei: heb je LeMond gezien? Ik kijken en net toen ik er stond viel er die streep zonlicht over zijn gezicht. Ik dacht meteen: hebbes.”
Zit de kracht van die foto misschien in een onbewuste vergelijking met het Lijden van Jezus Christus, oppert de verslaggever wat hoogdravend. Weer die grijns, en met een lichte Amsterdamse tongval: „Nee, Jezus hangt daar!”, wijst Van der Weij naar de foto ernaast, van Johan Cruijff, die als trainer van Ajax, staand op een bal, staat te kijken naar zijn discipelen, in dit geval Stanley Menzo en Dennis Bergkamp. „Met die foto begon het voor mij allemaal.”
Marathonloper en fysiotherapeut
Van der Weij verdiende destijds, in 1988, als 34-jarige, de kost als fysiotherapeut. Een logische stap als fervent volleyballer en marathonloper (persoonlijk record: 2 uur en 36 minuten). „Mijn vader was dominee in de gereformeerde kerk, maar een heel vrije dominee. Een geweldige man die heel open dacht en sprak. Ik had bijvoorbeeld ook heel lang haar in de jaren 70 Was geen enkel probleem.
Wat Van der Weij senior wél een probleem vond: „Als wij niets maakten van ons leven. Dus zei hij: je mag van mij studeren, maar als je die studie niet afmaakt krijg je 500 gulden en daarna niets meer. Dan zoek je het maar uit.”
9 november 2019. Rugby, interland tussen Nederland en Oekraïne. „Een echte mannenfoto”, lacht Van der Weij. „Ze vechten met elkaar, maar intussen weten ze niet meer waarom. Want: waar is de bal?” Foto: Klaas Jan van der Weij
Begonnen bij het Parool
Zijn zoon studeerde fysiotherapie in Amsterdam en ging daarna in de hoofdstad ook aan het werk, maar was daar na zeven jaar wel klaar mee. „Fotograferen heb ik altijd al leuk gevonden. Mijn vader was een fantastische fotograaf, dus het was wel logisch dat ik dat ging proberen. Via een fysio-klant van me kwam ik bij Het Parool terecht. Een oom van haar zette bij die krant het amateurvoetbal uit. Dat was leuk, en in de winterstop vroegen ze me of ik naar de wintertraining van Ajax wilde, in de catacomben van De Meer.”
Johan Cruijff, dan nog hoofdtrainer, staat in januari 1988 op een bal te kijken naar de training van Ajax. Kort daarna neemt hij ontslag. Foto: Klaas Jan van der Weij
Daar aangekomen liep Van der Weij na lang zoeken het sportzaaltje binnen waar Ajax onder leiding van Cruijff aan het trainen was. „Ik stapte voorzichtig binnen, stond ik oog in oog met Cruijff. Ik zei, heel bleu: 'Mag ik wel een foto maken?' Hij was heel vriendelijk en zei: ‘Gewoon doen, jongen, gewoon doen. Als iemand zegt dat iets niet mag kun altijd nog beslissen of je daar gehoor aan geeft of niet'. Dat is een les die ik altijd heb onthouden.”
Kort daarna nam Cruijff ontslag als hoofdtrainer om naar Barcelona te gaan, en dus sierde Van der Weijs foto toen de voorpagina’s.
In bomen en op linke richels
De les van Cruijff bracht hem over de hele wereld en vaak in bomen, boven op hekken, onder viaducten en op linke richels. Voor een foto van Tom Dumoulin tijdens de beklimming van de Arcalis in Tour de France klom hij in een hoge boom.
Frankrijk, Tour de France, 10 juli 2016. Tom Dumoulin tijdens de beklimming van de Andorra Arcalis in de stromende regen en de dikke hagelstenen. Let op de stippellijn die hij net passeert. Foto: Klaas Jan van der Weij
„Ik zat daar met een Japanner, ook fotograaf. Het hagelde, het was ijskoud. Maar juist door die hagel werd de foto mooi. Je ziet de bladeren van de boom nog aan de randen. Weet je waarom deze ook zo mooi is? Doordat Dumoulin net precies over die lijn rijdt. Daar gaat het om bij een goede foto. Ritme, ook belangrijk. Zie die jongetjes in Liverpool die over dat hek kijken. Eén, twee, drie. En wachten, wachten, wachten en dan…klik!”
Nederland, Amsterdam, 16 oktober 2016. De twee Keniaanse koplopers Sammy Kitwara uit Kenia (rechts) en de haas Edwin Kiptoo lopen synchroon langs de Amstel terug naar de stad. „Dit was vlak bij mijn huis. Even wachten op het juiste moment en klaar. Ik heb zelden zo snel een foto gemaakt van de marathon.” Foto : Klaas Jan van der Weij
Verhaal vertellen
En, zegt Van der Weij, het verhaal dat je wilt vertellen is belangrijk. „Misschien heeft dat inderdaad wel met mijn achtergrond als domineeszoon te maken”, gaat hij mee in een analyse van de verslaggever, die het maar weer eens probeert. „Mijn vader vertelde natuurlijk ook verhalen. Ja, dat kan heel goed.”
Kijk naar de foto van Mathieu van der Poel en de rode lijn. „Die lijn is gewoon een reclamedoek, dat ik dus precies van boven moest fotograferen, dat stak nogal nauw. En dan Mathieu niet centraal, maar in de rechterbovenhoek. Hij rijdt weg van de concurrentie, na hem een hele tijd niks. Dat vertelt de foto.”
Nederland, Hulst, 01-02-2026. WK cyclocross. Mathieu van der Poel vliegt tegen de steile helling omhoog, laat iedereen ver achter zich en zal voor de achtste keer wereldkampioen worden.
Foto: Klaas Jan van der Weij
Hoogtevrees in Weesp
Eenmaal stond hij doodsangsten uit, toen hij een prachtig idee had uitgevoerd. Bij de marathon van Amsterdam.
„In Weesp is zo’n boogbrug waar je op kunt klimmen. Ik dacht: een vrachtschip onder die brug door terwijl het peloton op de weg daarboven kruist, dat is een mooie foto. Dus ik enthousiast vol adrenaline naar boven klimmen. Ik lag net boven op die brug toen inderdaad een vrachtschip passeerde, gelijk met het peloton. Klik en klaar. Maar toen lag ik daar, wiebelend op twee ijzeren stukken brug. Hoog dat het was! Ik durfde absoluut niet meer naar beneden. Uiteindelijk ben ik millimeter voor millimeter, weer naar beneden gezakt.”
Nederland, Rotterdam, 13 april 2003, marathon Rotterdam. In het midden de latere winnaar William Kiplagat uit Kenia met als eindtijd 2:07:42. Foto: Klaas Jan van der Weij.
‘Dit ga ik niet overleven’
Niet altijd ging het goed. Tijdens een vakantie in Frankrijk brak hij zijn rug na een ongelukkige parachutesprong en bij de Olympische Winterspelen van 2002 in Salt Lake City liep het ook slecht af. Van der Weij, weer op zoek naar het allermooiste plaatje, wilde zich installeren op een sneeuwrand tijdens de afdaling bij de vrouwen, toen hij uitgleed.
„Ik had van een collega van die ijzeren pinnen voor onder mijn schoenen gekregen, maar die waren veel te kort. Ik roetsjte zo naar beneden, op een bosje met bomen af. Heel hard. Ik dacht alleen maar: laat ik alsjeblieft dan maar hard met mijn hoofd zo’n boom raken, want dan is het klaar. Ik was ervan overtuigd dat ik het niet zou overleven.”
Noorwegen, Lillehammer, 1994. Olympische Winterspelen. Schansspringen op de spectaculaire Lysgårdsbakken schans. „Geen idee wie de schansspringer was. Ik was onder de schans gaan zitten terwijl dat niet mocht. Maar ik mocht ook niet terug, ze lieten me maar zitten. Ik wilde per se dit moment maken, maar had steeds geen idee wanneer de volgende springer kwam. Totdat een aardige dame uit het publiek, die me zag worstelen, me steeds met haar arm een seintje gaf als de volgende startte. Ik telde dan een, twee, drie en: knippen.” Foto: Klaas Jan van der Weij
Evert ten Napel aan het bed
Dat gebeurde gelukkig wel, maar Van der Weij kwam gehavend uit de strijd. „Ik ging als een bal in een flipperkast van boom naar boom en brak zo’n beetje van alles, maar mijn hoofd werd juist helemaal niet geraakt.”
Met gebroken wervels en kneuzingen over zijn hele lichaam werd hij opgenomen in het ziekenhuis, waar een andere Drent hem kwam opzoeken. „Evert ten Napel zat aan mijn bed, dat vond ik echt heel fijn. Het NOC*NSF regelde vervolgens dat ik met het vliegtuig met de sporters kon terugvliegen.”
Amsterdam, 26 juni 1988: het Nederlands voetbalelftal maakt de bekende tocht door de Amsterdamse grachten. „Ik had nog geen perskaart, en mijn buurjongetje vroeg of ik meeging op zijn kleine bootje.” Indachtig de les van Cruijff zei Van der Weij: „Zet me maar op de persboot af, ze zullen me toch niet in het water gooien? Dat klopte: die andere fotografen keken raar op, maar ik kon gewoon deze foto maken.” Foto: Klaas Jan van der Weij
Terug naar het Noorden
Inmiddels is Van der Weij weer aardig hersteld, al voelt hij zijn rug nog wel nu en dan. Bij de Volkskrant is hij nu gestopt, maar als fotograaf gaat hij gewoon door. „Totdat ik sterf, heel simpel. Ik kan mezelf niet voorstellen zonder fototoestel.”
De drukte van Amsterdam, nog altijd zijn woonplaats, wil hij binnen afzienbare tijd verruilen voor de rust van Drenthe, of die van Groningen, waar hij nu exposeert. „Wat een heerlijke stad is dat”, zegt Van der Weij. „En je kunt er nog gewoon Nederlands spreken. In Amsterdam is de voertaal Engels geworden.”
Nederland, Zaltbommel, 15-01-2023. NK veldrijden. Puck Pieterse, de nieuwe Nederlands kampioene, in de afdaling op de schuine kant. Foto: Klaas Jan van der Weij
Alles de container in
En dan, als we de Kunstruimte in Persingen, net onder de rook van Nijmegen, verlaten, komt het. Ineens, als een klap in het gezicht. „Ik ga binnenkort mijn hele archief in de container kieperen. Zodat er niets meer van overblijft.” Weer die grijns. Waarom? „Vind ik mooi. Dan is het alsof het nooit is geweest. Dat idee spreekt me aan. Alles is tijdelijk. Ook mijn foto’s.”
Expositie in Lichtzone
Klaas Jan van der Weij exposeert tot en met 24 mei in Fotogalerie Lichtzone in de Oude Kijk In ‘t Jatstraat 36 in Groningen. Daar kunt u ook foto’s van hem kopen. Op zaterdag 9 mei is Van der Weij zelf aanwezig om een rondleiding te geven waarin hij over zijn werk en foto’s vertelt. Daarvoor geldt een inschrijving, vol is vol.