Jorrit Bergsma komt feestend over de finish. Op zijn 40ste heeft hij weer olympisch goud gepakt. Foto: Henk Jan Dijks
Hij moet het hebben van een machtige ontsnapping. Precies op die wijze legde Jorrit Bergsma het volledige peloton zijn wil op tijdens de massastart. De oude man flikte het twaalf jaar na zijn eerste olympisch goud nog een keer.
In de opwarmruimte van het olympisch schaatsstadion fietsten Marijke Groenewoud en Bente Kerkhoff zich zaterdagmiddag met een brede lach op hun gezicht en de armen in de lucht warm voor de laatste finale van het olympisch schaatstoernooi. Op televisie zagen ze Jorrit Bergsma een masterclass massastart doceren.
Even later omhelsden Groenewoud en Kerkhof hun ploeggenoot op het middenterrein, terwijl ze zelf nog moesten schaatsen. „Dat motiveerde me alleen maar meer”, zei Groenewoud, die even later het kunststukje van haar 40-jarige ploeggenoot herhaalde. „Die oude man van veertig flikte het gewoon.”
Er is één manier waarop Jorrit Bergsma de massastart kan winnen. Met een machtige versnelling wegrijden uit het peloton. Zo pakte hij de laatste jaren altijd wel één of twee overwinningen mee in het seizoen. Iedereen weet hoe hij dat doet. En toch liet de concurrentie het in de olympische finale gebeuren.
Een halve aanval was voor Jorrit Bergsma genoeg om met de Deen Viktor Thorup weg te rijden. Foto: EPA
Geluksnummer
Op vrijdag de dertiende bracht Jorrit Bergsma het hele land al in vervoering. Het brons op de 10 kilometer was al een prachtige punt achter zijn olympische carrière. Maar Bergsma broedde op meer. Die massastart, dat was toch echt zijn ding.
Met zijn geluksgetal 13, het beennummer waarmee Evert van Benthem in 1986 de Elfstedentocht won, op de helm toverde hij op de afsluitende massastart nog een stunt van jewelste uit zijn benen. „Toen we nummer 13 zagen, wisten we dat het goed zat”, zei vader Anne.
Met vrouw Japke en een hele groep familie en vrienden was hij afgereisd naar Milaan. Voor het eerst dit toernooi. Er moest immers ook iemand op de honden passen en eigenlijk waren alle vrienden en bekenden tijdens de 10 kilometer in Milaan. „Voor één keer hebben we de honden naar een pension gebracht.”
Heit Anne, mem Japke en dochter Barbara vieren feest op de tribune. Foto: Henk Jan Dijks
Het koersinstinct was het eerste waar Ate Bergsma aan dacht toen hij zijn broertje mocht omschrijven. „In doorzetter”, zei moederJapke. „Het zit in de genen.” Trots vertelde heit Bergma over die genen. Over Wopkje Kooistra, de zus van zijn moeder, die in 1941 als eerste vrouw de Elfstedentocht volbracht.
Lekker in zijn vel
Nooit opgeven, geloof in jezelf houden en vooral ook plezier houden, waren andere belangrijke ingrediënten voor de stunt die Bergsma op zijn oude dag nog uithaalde. Groenewoud zag haar ploeggenoot zich de voorbije weken vrolijk door het olympisch dorp bewegen. Hij zat heerlijk in zijn vel. Broer Ate merkte het ook.
En toen zag hij op de tribune en zij tijdens het warmfietsen Jorrit Bergsma vroeg in de wedstrijd om het peloton schaatsen en een paar meter pakken. Eigenlijk was het alleen even een test om te zien hoe de rest ervoor stond. Maar enkel de Deen Viktor Thorup erkende het gevaar en sloot aan. In de opwarmruimte wist Groenewoud genoeg. „Dit is ‘m.”
Bergsma zelf kon nauwelijks geloven dat de favorieten hem lieten gaan. „Ze keken naar elkaar en een halve aanval was genoeg.” De aanwezigheid van Jordan Stolz in het peloton boezemde op voorhand iedereen angst in. Bergsma zag het echter als zijn kans. Als hij weg kon komen, zou er dan wel iemand zijn die Stolz is een goede uitgangspositie wilde brengen?
Jorrit Bergsma viert zijn olympische titel op de massastart. Foto: ANP/Robin van Lonkhuijsen
Zwierend over de streep
Het antwoord was nee. Niemand wilde of kon het gat dichtrijden. Misschien was het wel de gemakkelijkste massastart die Bergsma in zijn carrière reed. „Toen we een paar meter hadden, dacht ik: en nu door versneller.”
Hij zag dat niemand reageerde en dat het gat groeide tot een halve baan. Toen wist hij het. Dit was zijn kans om nog eens op de hoogste trede van het erepodium te stappen.
Terwijl Stijn van de Bunt in het peloton de boel verstoorde en afstopte, hoefde Bergsma alleen Thorup nog af te schudden. De Boarnster merkte dat de Deen moe begon te worden en plaatste in de slotfase nog een versnelling. „Toen kon ik het afmaken.” De laatste 100 meter van zijn leven als olympiër zwierde Bergsma met de armen in de lucht over het ijs.
Jorrit Bergsma (links) viert het olympisch goud met Stijn van de Bunt. Foto: Henk Jan Dijks
Strenge winter
Hij kon het zelf maar nauwelijks bevatten. Op het erepodium kneep hij maar eens in de arm om te zien of hij droomde. Het was geen droom. Twaalf jaar na het olympisch goud in Sotsji was er weer een plan in die kleur. „Niet te beschrijven”, zei Bergsma. „Onbetaalbaar dat het me hier vandaag lukt, ik heb er geen woorden voor.”
Met het brons op de 10 kilometer konden zijn Spelen al niet meer kapot. „Het is een voorrecht om hier op je veertigste te staan.” „Zo afsluiten verdient hij”, zei broer Ate. „Dit kan niet meer kapot”, vulde vader Anne aan. „Dit is de allermooiste.”
Jorrit Bergsma viert de titel met Stijn van de Bunt (links) en coaches Rintje Ritsma en Jillert Anema (rechts). Foto: Henk Jan Dijks
En toch bleef er nog één wens over. „Het moet eigenlijk nog eens goed gaan vriezen.” De Elfstedentocht, dat is de droom die nog blijft. Met het nummer van Evert van Benthem dwars door Friesland schaatsen, het zou zijn schaatscarrière helemaal afmaken. „Maar ik denk dat mijn geluk nu wel op is.”