Veel tennisverenigingen, zoals hier in Oosterwolde, legden de afgelopen jaren padelbanen aan. Foto: Archief/Henk Jan Dijks
Vriendengroepen, collega’s en buurtgenoten die met een racket onder de arm staan te popelen om het glazen kooitje in te duiken. Padel is zó populair dat je soms weken moet wachten op een baan. Maar tussen al dat enthousiasme klinkt steeds vaker dezelfde klacht: „Ik voel mijn elleboog weer.”
Waar de sport in razend tempo groeit, groeit het blessurelijstje net zo hard mee. Van zeurende schouders tot overbelaste knieën, soms zelfs oogletsel. Sportartsen zien de wachtkamers voller worden met wat spelers gekscherend de ’padelleboog’ noemen. De sport is leuk, laagdrempelig en verslavend, maar het lichaam denkt daar soms anders over.
Volgens sportarts dr. Femke Claessen onderschatten veel padellers de fysieke belasting van het spel. „Mensen denken: leuk, even de baan op zonder warming-up en ongetraind. Dit worden ook wel de weekend warriors genoemd. Maar het lichaam krijgt bij padel flinke klappen te verwerken”, vertelt Claessen.
Dr. Femke Cleassen is niet alleen verbonden aan het Erasmus MC, ze is ook werkzaam bij KNLTB als bondsarts padel en voorzitter van de nieuwe richtlijnen over de tennis- en golfelleboog.
Sportarts dr. Femke Claessen deed promotieonderzoek naar elleboogblessures bij MGH-Harvard in Boston. Eigen foto
’Te weinig voorbereiding’
Fatima Moreira de Melo, oud-hockeyster en fanatiek padelspeelster (47), kent het beeld van de ongeoefende sporter die ineens besluit urenlang per week te gaan spelen. „Te weinig voorbereiding. Even snel een paar minuutjes inspelen en er meteen vol tegenaan. Dat levert zeker blessures op. Het is echt omschakelen, want de bewegingen zijn veel korter. Je raakt sneller geblesseerd zo dan na een rondje wandelen met de hond.”
Ze raakte zelf al twee keer in een week met haar racket haar hoofd. „Ik wilde de bal van het glas slaan en was net even te laat.” Dat leverde een bult en een blauwe plek op. Toch ziet ze hoofdblessures niet vaak. Ze staat zelf dagelijks op de baan. „We hoeven echt niet met helmen en beschermbrillen te spelen. Dan hadden ze dat in Spanje, waar deze sport echt is ingeburgerd, allang gedaan.”
Oud-hockeyster en fanatiek padelspeelster sloeg met haar racket tegen haar hoofd aan. Eigen foto
Essentieel bij padellen: warming-up en cooling-down
Als specialist op het gebied van schouder-, elleboog- en polsblessures en ook padel- en tennisblessures komt dr. Femke Claessen dagelijks in aanraking met dergelijk letsel. Ze is zelf ook bevangen door het spelletje. „Het is echt supergaaf. En bij de toernooien mag ik de beste spelers van de wereld naast medisch begeleiden ook in actie zien.”
In 2024 waren er gemiddeld 350.000 maandelijkse padelspelers. Een stijging van achttien procent ten opzichte van 2023. De toename van vrouwelijke spelers was bijzonder opvallend: met 110.942 vrouwen vertegenwoordigen zij nu 35,6 procent van het totale aantal geregistreerde spelers. Dit blijkt uit een onderzoeksrapport dat is uitgebracht door de KNLTB samen met EY.
„Het is essentieel om een goede warming-up én cooling-down te doen. En het aantal uur padel per week geleidelijk op te bouwen”, adviseert Claessen. „Kies voor het juiste materiaal en let op de techniek.”
Doordat padel wordt gespeeld op een baan tussen glazen wanden, komt er nog een extra probleem bij. „Breuken aan handen en armen, omdat mensen tegen het glas aan knallen, komen regelmatig voor.”
Verschillende soorten blessures door padel
Het zijn vooral de blessures aan de elleboog waar Claessen en collega-sportartsen zich het meest over buigen.
„De hogere aantallen van de ’tenniselleboog’ bij padel ten opzichte van tennis zijn onder andere te verklaren doordat bij padel meestal een enkelhandige backhand wordt gespeeld. Terwijl bij tennis de dubbelhandige backhand steeds gebruikelijker is. Te vaak en te intensief spelen, in combinatie met een te laat raakpunt bij de backhand, kan leiden tot een te grote belasting van de elleboog”, legt Claessen uit.
Naast de elleboog krijgen ook de knieën flink te verduren. Foto: 123RF
Het is een vorm van overbelasting. „Hockeyers of voetballers die ineens gaan padellen, zijn niet gewend aan de druk op hun arm.” Naast de elleboog krijgen ook de knieën flink te verduren. „Er wordt bij padel gesprint en gesprongen. Denk daarbij aan de powersmash. Dat zijn dingen waardoor je een jumpersknee kan krijgen.”
Schouderblessures maken, met name door de vele bovenhandse slagen, de top drie compleet. „Het gaat bij ruim twintig procent van alle padelblessures om de schouders. Wat je ziet, is dat mensen al vaak te snel een te zwaar racket nemen met het gewicht bovenin.”
Oogletsel door padel
Oogletsel komt ook voor door padel, zo blijkt uit een onderzoek dat in Zweden is gedaan. De meeste verwondingen worden veroorzaakt door de padelbal, die met grote snelheid het oog raakt; de meerderheid van de letsels is mild tot matig, maar ongeveer vier procent van de gevallen had ernstige gevolgen met een directe kans op langdurige complicaties.
Fatima Moreira de Melo steekt ook een beetje de hand in eigen boezem. Een kuitblessure liep ze op tijdens het WK padel voor senioren. „Ik maak me er ook schuldig aan om niet altijd goed opgewarmd de baan op te gaan. Dit ga ik wel nu beter aanpakken. Want ik wil natuurlijk wel iedere dag kunnen blijven spelen.”