Jenning de Boo: „Ik kan wel wereldkampioen zijn, maar een olympisch kampioen is cooler." Foto: Neeke Smit
De Groninger Jenning de Boo (21) schoot als een komeet naar de mondiale schaatstop. Zaterdag begint zijn jacht op olympisch goud, met een rit voor zijn oude club YVG. „Een van de leukste wedstrijden van het jaar.”
„Jenning de Boo uit Groningen, hij verslaat de onverslaanbare!”. In het Parkgebouw te Rijssen schalt het NOS-commentaar door de theaterzaal. Natuurlijk begint de presentatie van schaatsteam Reggeborgh met beelden van de jonge superster. Even later volgt een flits van zijn spetterende baanrecord in Thialf. „Wat een uithaal!”
Gave beelden, zegt De Boo later op de avond, al is hij nog meer onder de indruk van de minidocumentaire over het zomerse trainingskamp in Calpe. De chique bijeenkomst, hier op bank tussen zijn teamgenoten op het podium, is voor de sprinter een spaarzame gelegenheid om eens terug te kijken op zijn eigen bizarre prestaties van afgelopen seizoen.
Jenning de Boo, Janno Botman en trainer Gerard van Velde blikken vooruit op het komende schaatsseizoen. Foto: ANP/Vincent Jannink
„Ik heb sinds maart weinig tijd gehad om te denken: ik ben wereldkampioen. Af en toe heb ik een momentje om te genieten. De meeste herinneringen heb ik aan de papiertjes met mijn records, die heb ik laatst uit een doos gehaald. Dan besef ik even: ik heb al best wat mooie dingen laten zien. Maar verder gaat dit leven te snel om erbij stil te staan. Aan het begin van de zomer denk je: lekker, even chillen”, zegt De Boo. Dan knipt hij met zijn vingers. „Maar die tijd is zo voorbij.”
Gronings goud
Zaterdag begint de schaatskampioen zijn jacht op Gronings goud in Milaan. In dienst van zijn oude vereniging YVG rijdt hij zaterdag in Thialf zijn eerste wedstrijd, op een voor hem ongewoon lange 1500 meter tijdens het NK voor schaatsclubs. Een opmerkelijk begin van een route die in februari moet leiden naar eeuwige olympische roem.
„Het is niet echt mijn afstand, dus kom vooral kijken als je wil lachen”, grapt De Boo. „Het is vooral heel leuk om voor mijn oude clubje te rijden. Ik heb nog steeds contact met de mensen die mij vroeger trainden, zoals Jellien Langhout. Je staat er met de YVG-vlag, er zijn allemaal jonge kinderen die met me op de foto willen. Het is gewoon een super lekkere wedstrijd om er in te komen. Er hangt een goede sfeer. Iedereen heeft er zin in, jong en oud. Ik vind het een van de leukste wedstrijden van het jaar.”
Jenning de Boo: „Iedereen dacht dat ik het wel even ging doen. Dat bracht best wat druk." Foto: Neeke Smit
Al die schaatsliefhebbers verwachten straks in Milaan maar één ding, zo blijkt uit de voorspelcompetitie van DVHN. Dubbel olympisch goud voor De Boo, dat moet het worden. „Oké, oké, dat heb ik even niet gehoord”, zegt het schaatsfenomeen lachend. „Ik probeer er niet mee bezig te zijn en wil de verwachtingen een beetje van me weghouden. Vorig seizoen verwachtte iedereen dat ik als eerste Nederlander de magische grens van 34 seconden zou doorbreken. Iedereen dacht dat Jenning de Boo het wel even ging doen. Dat bracht best wat druk. Ik ben natuurlijk supertrots op mijn wereldtitel, maar misschien nog wel meer op die rit in Calgary, waarin ik het me lukte.”
Ontwapenend
Aan een tafel in Rijssen beantwoordt hij de vragen van het massaal toegestroomde journaille zoals hij schaatst: rap en zonder voorbehoud. Zijn vrolijke, optimistische en ontwapenende voorkomen verlicht het hele gezelschap om hem heen. Over zijn bizarre prestaties zegt hij dan: „Ik zit er middenin, dus voor mij is het go with the flow. Het wordt mijn nieuwe normaal, elke keer komt er wat bij. Ik kan wel wereldkampioen zijn, maar een olympisch kampioen is cooler. Zo simpel is het.”
De Boo giert het uit wanneer iemand vertelt dat kinderen bij de teampresentatie van het concurrerende schaatsteam Essent hun jeugdidool benoemden: juist, dat is hij, de jonge krachtpatser uit Groningen van Team Reggeborgh. „Prachtig, dat vind ik heel mooi. Ik heb zelf ook in die schoenen gestaan. Als kind keek ik op de Olympische Spelen alleen naar shorttrack. Sjinkie Knegt, Daan Breeuwsma. Dat waren gasten waar ik tegenop keek. Maar ik lette vooral op Viktor An, de acrobaat op schaatsen. Hij werd drievoudig olympisch kampioen in Sotsji. Als ik ooit mag halen wat hij heeft gedaan, dan is mijn leven compleet.”