Jenning de Boo maakt aan kop van de groep meteen indruk met zijn snelle rondjes. Foto: Neeke Smit
Stadjer Jenning de Boo was een succesvol shorttracker, maar stapte over naar het langebaanschaatsen. ,,Ik was toe aan iets nieuws, een verandering’’, verklaart hij zijn opmerkelijke stap.
Kan een jonge talentvolle shorttracker ook een succesvol langebaanschaatser worden? De 19-jarige Groninger Jenning de Boo probeert die droom te realiseren bij Team Reggeborgh, waarvoor hij in april een contract ondertekende. De oud-shorttrackwereldkampioen bij de jeugd op de 500 meter maakte bij zijn nieuwe ploeg meteen indruk door tijdens een trainingskamp in Inzell het snelste temporondje te rijden.
Stadjer De Boo traint bij Reggeborgh in het kielzog van wereldkampioene Femke Kok. Foto: Neeke Smit
,,De afgelopen acht jaar deed ik alleen maar shorttrack en af toe een beetje langebaan’’, vertelt De Boo. ,,Ik heb de keuze gemaakt om me volledig op de langebaan te focussen. Toen ik vijf was ben ik begonnen met langebaanschaatsen op Kardinge, maar ik kreeg vrienden die shorttrackten. Toen vond ik dat veel leuker. Maar mijn laatste shorttrackseizoen was niet geweldig. Door koorts kon ik mijn wereldtitel bij de junioren niet verdedigen. Daar baalde ik van. Dat was echt een domper. Maar er speelden meerdere zaken mee. Ik was benieuwd wat ik nog kon op de langebaan.’’
De trainers van Reggeborgh kenden me eigenlijk niet
De afgelopen jaren reed De Boo naast het shorttrack ook af en toe langebaanwedstrijden. Daarin bleek de 1.95 meter lange Stadjer ook terdege talent te hebben. Zo werd hij vijfde op de 1000 meter tijdens het WK voor junioren. Geen wonder dat Team Reggeborgh het multitalent een kans gaf om zich ook in een andere discipline te bewijzen.
,,De trainers van Reggeborgh kenden me eigenlijk niet’’, vertelt De Boo in Parkhotel Tjaarda in Oanjewoud, waar het team verblijft voor het World Cup Kwalificatietoernooi (WCKT) van vrijdag tot en met zondag in Thialf in Heerenveen. ,,Via mijn manager werd het contact met de ploeg gelegd. Ze hadden bij Reggeborgh niet aan mij als shorttracker gedacht. Ik sprak met de coaches Gerard van Velde en Dennis van der Gun. Die waren positief verrast. Ik kwam niet helemaal uit het niets, maar het was bijzonder dat ze me wilden hebben.’’
Jenning de Boo: ,,Ik merk dat ik bij Reggeborgh weer extreem gemotiveerd ben.'' Foto: Neeke Smit
De beslissing om te stoppen met shorttrack was niet eenvoudig voor De Boo. ,,Ik heb er lang over nagedacht, want het ging best hartstikke goed. Maar ik was toe aan iets nieuws, een verandering. Het is lastig uit te leggen. Ik merk dat ik bij Reggeborgh weer extreem gemotiveerd ben. Dat miste ik het afgelopen seizoen bij het shorttrack. Ik miste de uitdaging en de lol. Ik zat bij KTT Noord onder leiding van Dave Versteeg en was daar een van de ouderen en snelsten. Nu ben ik een rookie en zit in een underdogpositie. Dat is leuk. Ik wil me weer bewijzen. Iedereen zegt hier: ’het is je eerste jaar, dus rustig aan’. Maar ik heb mijn keuze voor de langebaan gemaakt. Dan wil ik ook laten ik zien, waarom ik die keuze heb gemaakt.’’
Ik snij mijn bochten als een shorttracker aan
Volgens De Boo valt shorttrack niet met langebaanschaatsen te vergelijken. ,,Het is echt iets anders. Daarom ben ik nu heel erg bezig met mijn techniek. Ik snij mijn bochten als een shorttracker aan en maak daarin vaart. Die vaart uit de bocht probeer ik vast te houden op de rechte stukken. Ik heb in korte tijd al veel progressie gemaakt. Ik heb nog niet zoveel wedstrijden gereden, maar ga sneller in de rondte. De eerste echte meting is de komende dagen op het WCKT. Ik verwacht het meeste van mezelf. Meer dan anderen in mijn eerste jaar van mij verwachten.’’
De 19-jarige benjamin van het team tijdens de ploegpresentatie in Rijssen. Foto: Neeke Smit
De Boo, een sprinter pur sang, schaatst in Heerenveen op vrijdag de 500 meter en zondags de 1000 meter. De benjamin van het team verbaasde erkende klasbakken als Hein Otterspeer, Patrick Roest, Kjeld Nuis en Marcel Bosker in Inzell door de snelste temporondjes te schaatsen. ,,Daarmee heb ik mezelf en de rest verrast. Niemand zag het aankomen. Opeens duwden ze me op kop. Voor mezelf was het een enorme boost voor mijn zelfvertrouwen en motivatie. Eerder wist ik eigenlijk niet waar ik stond.’’
Het kan nog veel harder
Het aanscherpen van zijn techniek is belangrijk voor de Groninger. ,,Bij het shorttrack loop je vooral bochten. Ik ben best sterk, een van de sterksten. Die kracht moet ik kwijt kunnen in mijn techniek. Daar ben ik mee aan het sleutelen. Het kan nog veel harder’’, zegt De Boo, die verwacht dat de 1000 meter zijn beste afstand wordt. ,,Bij het shorttracken was ik al het beste op de 500 meter. Mijn sterkste punt was altijd de versnelling. Ik ben nooit iemand van de lange adem geweest. Die snelheid vind ik het vetst. De drie of vijf kilometer lijkt me helemaal niets aan. Ik vind het knap als je al die rondjes vlak kunt rijden, maar daar ligt mijn interesse totaal niet.’’
Jenning de Boo is een echte sprinter: ,,Ze lachen me uit omdat ik zelfs nog nooit een 3000 meter heb gereden.'' Foto: Neeke Smit
,,Ze lachen me uit omdat ik zelfs nog nooit een 3000 meter heb gereden. Voor de grap zou ik aan het eind van het seizoen best eens een 10.000 meter willen schaatsen. Dan rij ik gelijk een PR. Maar het is niets voor mij’’, zegt de Stadjer lachend. Zijn doel is om zijn tijden extreem te verbeteren. ,,Van 35,8 op de 500 meter naar 35 laag. Op de 1000 meter wil ik van 1.10 naar 1,09 rijden. Ik weet niet of dat nu al gebeurt of aan het eind van het seizoen, maar het liefst zo snel mogelijk. Ik wil in Thialf de komende dagen een PR schaatsen.’’
Ik kan mezelf heel erg opvouwen
Met zijn 1.95 meter is De Boo zelfs nog twee centimeters langer dan Hein Otterspeer. ,,Ik ben de langste van het team, maar kan mezelf heel erg opvouwen en diep zitten. Ze vonden me altijd vanwege mijn lengte geen typische shorttracker. Ik vouwde me echter op en keek onder de kleine jongetjes door. Ze maakte altijd grapjes dat die kleine Aziaten onder mijn door zouden schaatsen, haha.’’
De Boo komt niet uit een echt sportieve familie, maar kwam via zijn vader bij het schaatsen terecht. ,,Ik had als kind een jaar gerugbyd. Dat was niets voor mij. Al mijn vrienden zaten op voetbal. Ik vond er niets aan. Er zat voor mij geen spanning in. Mijn vader, met wie ik op natuurijs wel eens op het Leekstermeer had geschaatst, stelde een paar schaatslessen voor. Het beviel me goed. Als hij het niet gezegd had, had ik hier niet gezeten. Dan had ik niet geweten wat ik nu wel had gedaan, haha.’’