Columnist Maaike Borst Foto: Marcel Jurian de Jong
We ontbijten. Ik zet kaas, boter, een half bakje aardbeien en pindakaas op tafel. Zoon bakt een eitje, man zet koffie. De kat springt zoals elke ochtend in mijn nek en nestelt zich als een sjaal om me heen.
Zoon rommelt van onder uit de kast een broodrooster tevoorschijn en vraagt zich af of het ‘de’ of ‘het’ broodrooster is. Als de kat een plakje kaas uit mijn handen probeert de pikken, duw ik haar zachtjes van me af. Zoon zegt dat hij de beste eierbakker van het gezin is en wij beamen dat stilzwijgend.
Ik twijfel of ik nog een broodje zal nemen, of de laatste aardbeien zal overlaten voor de oudste die nog ligt te slapen. Man schenkt koffie en ik wil ook wel. Zoon heeft zijn eitje achter de kiezen, vraagt of hij nog even mag gamen en sprint naar boven.
„Weet je hoeveel soldaten Rusland per dag verliest in Oekraïne?” Man kijkt op van zijn telefoon.
„Nee”, zeg ik. Ik stond net op het punt om te gaan douchen.
„Duizend”, zegt hij.
Zwijgend kijk ik van hem naar de ontbijtbordjes. Naar de kopjes, de messen, de kaasschaaf, de gebroken eierschillen, de open broodzak, de zoutpot, de gescalpeerde aardbeikroontjes, het bodempje zwarte koffie, de deksel van het boterkuipje dat op zijn rug ligt, de afgesneden kaaskorsten.
„Allemaal door drones”, zegt hij.
Ik blijf stil. Krijg mijn hoofd niet bij de betekenis van zijn woorden. Burgerslachtoffers, daarover hoor je de verhalen. Over soldaten nauwelijks, die verliezen horen erbij, en Russische militairen vechten voor de vijand.
Het zijn vast allemaal jonge jongens. En toch moet je eigenlijk opgelucht zijn dat die Oekraïense drones ze weten te raken.
Bij verliezen denk ik aan doden. Maar de soldaten sneuvelen niet allemaal, lees ik als ik meer wil weten. Sommigen raken gewond of worden gevangengenomen. Niemand weet de exacte aantallen. Een Amerikaans rapport schat dat in vier jaar oorlog ongeveer 325.000 Russische militairen zijn omgekomen, en 120.000 Oekraïense.
Tweehonderd dode Russen per dag. Geen duizend, maar je kunt niet zeggen dat het meevalt.
Oudste zoon komt in T-shirt en korte broek de trap afdenderen. Lange benen, stevige armen, een rusteloze energie die geen uitweg weet. 17 jaar oud. Binnenkort krijgt hij een brief van Defensie die hij niet serieus zal nemen omdat hij nog weinig zaken in het leven serieus neemt. Een jonge jongen.
„Aardbeien”, roept hij enthousiast en werkt ze achter elkaar naar binnen. Dan rommelt hij van onderuit de kast het tosti-ijzer tevoorschijn, grist plakken kaas en curry uit de koelkast en pakt brood van tafel.
Man staat op om een nieuwe pot koffie te zetten en vraagt of ik nog wil. Misschien straks. Eerst mijn kop onder de douche.