Columnist Maaike Borst Foto: Marcel Jurian de Jong
Op een dinsdagochtend ontmoette ik een schildpad. Ik zag hem voordat hij mij zag. Hij zat op een boomstronk, in het versluierde zonnetje, zijn kop iets omhoog, de nek ver uit zijn schild gestoken.
Ik zag weleens eerder een wilde schildpad, in het plantsoen, maar dat was anders. Toen stond ik met schoenen aan op de grond, droeg lagen kleren en een jas, keek van bovenaf naar het beestje aan de overkant. Iets leek niet te kloppen: hij was niet echt, of misschien was ik het die buiten de werkelijkheid stond, met mijn telefoon in de aanslag om een foto te maken.
Nu was ik op gelijke hoogte en net zo weerloos als hij. Ik zwom, met niets bij me dan mijn eigen lichaam, was te gast in het water. De fuut verderop hield mij al nauwlettend in de gaten, met mijn gespetter en misbaar. Alle andere dieren die ik ongetwijfeld verstoorde, ontgingen me, zo’n vreemdeling was ik hier.
Wijsheid of rimpels?
De schildpad zag ik wel. Opeens, als een verschijning, zat hij daar, net een stukje hoger dan het water waarin ik lag. Een relikwie uit tijden waarin de mens nog niet bestond. Misschien dat je zo’n beest daarom onwillekeurig een soort wijsheid toedicht, maar dat kunnen ook zijn rimpels zijn.
De schildpad veranderde voor even alles. Het meer werd van een zandgat een tropische poel, de dichtbegroeide oevers een jungle. Het exotische reptiel had gele lijnen in zijn nek, een dikke rode streep op zijn kop.
Hij hoorde hier natuurlijk niet, maar leek toch op zijn plek. Die kromme boomstronk paste bij hem, en als hij niet tevreden was geweest had hij zijn kop vast verder in zijn schild verstopt. Op mijn sombere dagen zou ik zelf in ieder geval wel raad weten met zo'n wegkruippantser.
Invasieve exoot
Een tikje jaloers keek ik naar de zonnebadende schildpad. Misschien, hoopte ik, kon ik ongemerkt dichterbij zwemmen en hem in de ogen kijken. De schildpad vond van niet. Na twee armslagen, vloedgolven voor hem, stak hij zijn kop de lucht in en gleed vervolgens te water. Uit beeld.
De poel werd weer een Drents meer. Een ordinaire zandafgraving, al kan die nog zo idyllisch aanvoelen op een stille dinsdagochtend. Ik droogde me af en ging terug naar mijn laptop. Daar ontdekte ik dat mijn nieuwe wijze vriend in Nederland wordt beschouwd als een invasieve exoot.
Hij is waarschijnlijk gedumpt door mensen, of ontsnapt. Dat hij daar in het meer rondzwemt is slecht voor zo ongeveer al het andere leven, maar zeker ook voor hemzelf. Als hij wordt gevangen kan ie worden afgemaakt. En dikke kans dat hij reuma-achtige klachten heeft van de kou.