„Zo”, zegt de tandarts, terwijl ik mijn mond na een periode van ruim twee jaar afwezigheid – ik ben daar niet trots op, soms lopen de dingen zo – voor hem opensper. „Je knarst graag, zie ik.”
Nou ja, ‘graag’. Ik ben geen hobbyknarser, wil ik nuanceren, maar dat gaat niet, want ik heb mijn mond vol instrumenten. Het blijft bij een onverstaanbaar ‘hoempf’.
Het is niet zo dat ik er genoegen in schep om ’s nachts mijn kiezen zo ruw over elkaar te raspen dat mijn dentale berglandschap vol scherpe pieken en kammen langzaam in een lafjes glooiend Teletubbie-gebit verandert.
Zoiets gebeurt natuurlijk alleen als je ratio op een waakvlammetje staat. Wrange vaststelling: je kunt nog zo bewust met je gezondheid proberen om te gaan, zodra de boel rond bedtijd op standje ‘onbewust’ overgaat, doet de sloophamer alsnog zijn nietsontziende werk.
Knarsetanden kan worden veroorzaakt door slaapstoornissen, alcohol, roken, medicijnen, drugs of stress. En terwijl de tandarts aan zijn inspectie begint, ga ik in het volle schijnsel van de behandellamp het rijtje af.
Heb ik een slaapstoornis? Nee toch? Ik tuk heerlijk. Zeker op de momenten die daar voor bedoeld zijn – geen lekkerder gevoel dan je na een inspannende dag als een eekhoorn op te rollen in een ijskoud bed. En steeds vaker dommel ik ook kalmpjes weg zodra het eigenlijk níet mag – laatst nog, tijdens een online-training op kantoor, in het bijzijn van een handvol collega’s. Ik schrok wakker toen ze opstonden voor de pauze.
Alcohol: oké, hier ga ik niet vrijuit. Dry january heb ik links laten liggen, mijn januari was op zijn minst klam tot vochtig. Tegelijkertijd hou ik mezelf wel degelijk al maanden aan een zelfopgelegd beperkend alcoholregime: tot u spreekt nog slechts een weekenddrinker. Terwijl ik, afgaand op de getuigenissen van de persoon die ’s nachts het dichtst bij me is, niet louter een weekendknarser ben. Ook op een doorsnee woensdagnacht knerp ik fors op de Schaal van Glazuur. Dus aan de alcohol ligt het niet.
Roken: nooit gedaan. Of kun je van passief roken knarsen? Bestaat er dan ook zoiets als passief knarsen? Nee, tabak kan ook niet de oorzaak zijn.
Medicijnen: n.v.t.
Drugs: kom op, zeg.
Blijft over: stress. Ahá. Bingo.
Er is een periode in het etmaal, noem het de voorochtend of de nanacht, de schemertijd tussen slapen en ontwaken, waarin de monsters in mijn hoofd allerlei complexe doembeelden optuigen. Ze hebben dan vrij spel; de geest is nog niet helder genoeg om ze ter plekke te ontwapenen, om hun onrealistische spinsels weg te honen.
Zo knopen ze een fijnmazige fuik van zorgen. Over de gezondheid van geliefden. Over de tussentijdse verkiezingen in Amerika. Over die foutmelding op het dashboard van de auto. Of het interview van gister wel goed genoeg was.
Ja, zelfs over dit tandartsbezoek.
Ah, mijn stoel komt overeind. De tandarts is klaar met zijn onderzoek. Zijn conclusies zullen na dik twee inspectieloze jaren niet mals zijn.
„Geen opvallendheden verder”, mompelt hij tevreden.
Journalist Wieberen Elverdink (44) woont met zijn vrouw en drie kinderen in een middelgroot dorp, centraal in het Noorden. Hij schrijft over kleine en grote gebeurtenissen in het (dorps)leven.