De deur knalt dicht. Zijn schoenen (maat 42 notabene) landen hard op de vloer. Zijn stampwoede had overtuigender kunnen zijn als hij de veters had vastgemaakt, maar dat doen puberjongens niet. Die losse modeschoenen maken gewoon lopen al best lastig, het botvieren van boosheid wordt schier onmogelijk met die dingen.
Als mijn puber ervandoor dreigt te gaan tijdens een ruzie, zeg ik altijd dat ie dat niet kan maken. Of, om eerlijk te zijn, ik schreeuw het meestal.
,,Jij loopt niet weg!’’
Nu luistert hij nog. Ik vermoed dat dat bij maat 43 is afgelopen.
Als ik nog eerlijker ben, vind ik zelf weglopen bij een ruzie stiekem wel lekker. Woest je jas aantrekken, goed stampen (ik hou van strak gestrikte schoenen), deur op de juiste snelheid dichtsmijten (moet je gevoel voor hebben) en dan uitademen in de buitenlucht.
Maar als een ander het doet: niet te harden. Weglopen is al een daad van onmacht, de machteloosheid van achterblijven is gekmakend.
Dat gun je Thierry Baudet dan weer wel.
Het voordeel van puberjongens is dat ze geen enkele interesse tonen in nieuws en politiek. Je kunt als ouders gewoon blijven volhouden dat weglopen niks oplost en er is geen wijsneus in huis die terugkaatst dat het landsbestuur dezelfde strategie hanteert.
Nu heeft zo’n kabinetsactie nog effect. Ik vermoed dat dat bij de 43ste keer (als je consequent bent kom je daar in dit parlement zo aan) wel is afgelopen.
Als de puber weer aan tafel zit, ontwijkt hij elke blik. Hij heeft zijn schoenen uitgeschopt, wat dan weer wel uitstekend gaat met de huidige mode, en zijn jas nog aan.
Je probeert te praten. Trekt alles uit de kast om door te dringen. Of je nou boos, liefdevol, autoritair, grappig, begrijpend, smekend, oprecht, betweterig of verdrietig doet: het maakt allemaal geen bal uit. Voor je staat een muur van onbegrip, opgericht uit gewapend beton.
Weglopen zou heerlijk zijn. Maar ja, je moet zo’n kind toch een keer zijn veters leren strikken.