Vriend B. omhelst me net iets steviger dan normaal. We hebben iets gegeten en gaan allebei op huis aan. Ik heb hem net verteld dat ik deze zomer vertrek. Dat het genoeg is geweest. Dat mijn tijd als correspondent in Istanboel erop zit. Dat ik een nieuwe baan heb en terugga naar Nederland.
Hij snapt als geen ander dat er een tijdslimiet zit aan het leven in Istanboel. Een soort houdbaarheidsdatum. De afgelopen paar jaar zijn ook hij en zijn partner begonnen overwegen te verhuizen. Naar een plek waar de grond onder de voeten wat steviger is. Letterlijk en figuurlijk.
Net als ik reisde B., die fotojournalist is, in februari 2023 af naar het rampgebied na de grote aardbevingen in Zuidoost Turkije. In Kahramarmaras maakte hij een foto die de wereld over ging. Een foto die mij nooit heeft losgelaten: onderaan een ingestort flatgebouw, betonnen verdiepingen die als pannenkoeken op elkaar lagen, stak een mensenvoet naar buiten. De voet rustte op een matras dat tussen de vloer en het plafond zat vastgeklemd. Het lichaam dat eraan vastzat was niet zichtbaar, maar lag naar alle waarschijnlijkheid verbrijzeld onder het beton. B. zag de voet door de lens van zijn camera. Hij zal het beeld nooit meer van zijn netvlies krijgen. Net als dat wij allemaal die weken in het rampgebied maar moeilijk kunnen verwerken. Overal was iedereen dood en we konden niks doen. Behalve fotograferen, filmen, schrijven, vertellen.
Het duurde een paar dagen voor ik weer fatsoenlijk kon slapen
Het verslaan van die ramp heeft grote impact gehad op onze levens. Slapeloze nachten door zorgen over onze eigen veiligheid in Istanboel, een miljoenenstad naast een breuklijn, waar de ‘grote’ beving nog moet komen. We merkten hoe dicht het onder de huid zat toen we in april een behoorlijke aardbeving voelden. Het was een wonder dat er geen slachtoffers waren. Ik rende het huis uit, door de straten, om bij mijn dochter te komen. Zij was die middag aan het spelen bij een vriendin, in een oud pand op de bovenste verdieping. Mijn hart klopte in mijn keel. We vonden elkaar. Iedereen was in orde. Het duurde een paar dagen voor ik weer fatsoenlijk kon slapen. Het voelde alsof we door het oog van de naald waren gekropen. Maar hoeveel levens hadden we eigenlijk nog over?
Sinds de arrestatie van de burgemeester van Istanboel eerder dit jaar, is ook de repressie heviger. Politici, studenten, en ook journalisten worden opgepakt bij vroege ochtendraids in hun woning. Een collega van de BBC werd uit zijn hotel gehaald en meegenomen naar het bureau. Hij werd na een dag in hechtenis op het vliegtuig terug naar Londen gezet met de boodschap dat hij een ‘bedreiging voor de openbare orde’ was. Als buitenlandse journalisten wanen we ons een stuk beter beschermd dan onze lokale collega’s. Maar het grijze gebied waarin we opereren begint steeds wat meer zwart-wit te worden.
„In dit land weet je niet of je ’s nachts zal sterven door een aardbeving, of van je bed wordt gelicht door de politie”, zei vriend B., voordat we elkaar die avond de nacht in zwaaien. „Slaap lekker!”
Het systeem laat steeds minder ruimte voor echte verandering
Ik laat een verscheurd land achter als ik straks de Turkse deur achter me dichttrek. In de 5 jaar dat ik hier correspondent was, zag ik Turkije wankelen. Hyperinflatie vrat salarissen op, armoede groeide zichtbaar. Tegelijk slonk de ruimte voor kritiek; rechters, journalisten en burgers leerden nog meer te zwijgen. Winkels sloten, jongeren wilden weg. Erdogan bleef de onbetwiste regisseur, maar het applaus klinkt niet meer zo luid als vroeger. Zelfs trouwe aanhangers vragen zich af of hij nog de man is die hen uit de crisis kan leiden. Toch houdt Erdogan de macht stevig in handen. Omdat hij het staatsapparaat naar zijn hand zette, rechters en media onder controle bracht. En omdat hij nog altijd miljoenen kiezers weet te overtuigen dat hij degene is die Turkije sterk maakt. Sommigen blijven hem trouw uit angst voor chaos, anderen omdat ze zich door hem gezien voelen. Zo blijft Erdogan het middelpunt van een systeem dat steeds minder ruimte laat voor echte verandering.
Ik kon me lange tijd niet voorstellen dat ik ooit iets anders zou doen, zou kunnen of zou willen. Correspondent zijn is wie ik ben, dacht ik. Een nomadisch bestaan. Eerst op de Balkan, daarna in Turkije. De urgentste journalistiek. Hollen of stilstaan. Altijd aanstaan, nooit echt vrij zijn. Overal een beetje maar nergens echt thuis. 12 jaar lang was dat mijn leven. Ik deed het met grote passie, maar het heeft me ook veel gekost. Correspondent zijn is geen gewone baan, het is een leven. Je kunt het nooit uitzetten. In het weekend. Op vakantie. Een avondje uit. Schoolvoorstellingen. Bij nieuws in ‘mijn’ land, moet al het andere stoppen.
Ik ga terug naar Nederland
Werken onder druk in een land onder hoogspanning met risico’s die ook je thuisfront in gevaar kunnen brengen. Het is een keuze die ik nooit licht heb genomen. Met de aardbevingen werd het besef groter dat ik mijn dochter liet opgroeien op een risicovolle plek. Ze is 9 en verdient het om straks haar tienerjaren door te brengen op één plek die ze echt thuis kan noemen. In het land waar de gelukkigste kinderen ter wereld opgroeien. Daar heb ik nu voor getekend. Ik ga terug naar Nederland, of eigenlijk: ik ga naar een nieuwe standplaats. Als verslaggever bij Nieuwsuur ga ik mijn eigen land herontdekken. En daar heb ik bijzonder veel zin in.
Ik laat Istanboel en Turkije achter met een heel zwaar hart. Want behalve alle spanning, politieke onrust, repressie en natuurgeweld, heeft dit land me ook verwarmd. Turken zijn van de meest weerbarstige en hoopvolle mensen die ik ooit heb ontmoet. Ondanks alle tegenslagen staan ze rechtop, met hun kin omhoog, en kijken ze de toekomst in met een overtuiging dat het eens beter zal worden. Ook voor hen.
Onze V/M
Dit was de laatste bijdrage op deze plek van Mitra Nazar (Delfzijl, 1980). Zij was Turkije-correspondent voor onder meer de NOS, Nieuwsuur en het AD en gaat terug naar Nederland om als verslaggever bij Nieuwsuur aan de slag te gaan. Ze woonde met haar partner en dochter sinds 2020 in wereldstad Istanbul. Daarvoor was ze jarenlang vanuit Belgrado correspondent op de Balkan. Ze heeft een Iraanse vader en een Friese moeder, groeide op in Hurdegaryp en Leeuwarden en studeerde Taal- en Cultuurstudies en Pedagogische Wetenschappen (met een minor Journalistiek) in Utrecht.
Iedere week in deze bijlage een column van Onze Vrouw/Man, een mediacorrespondent uit een ander continent. Na de zomerpauze van zeven weken volgt op zaterdag 30 augustus de column van Peter Schouten in Buenos Aires.