Lekker hoor, zo aan het eind van de middag even schaatsen kijken. Voor de rest heb ik eigenlijk niets met al die winterse B-sporten. Al zijn schaatsen en skiën op zichzelf natuurlijk ook sporten die vooral in de winter echt leven.
Het enige wat ik, naast het langebaanschaatsen, écht leuk vind, is shorttrack. Een snelle sport vol onverwachte plotwendingen, valpartijen, diskwalificaties en tactische spelletjes. Daar gebeurt tenminste altijd wat.
Wat betreft het schaatsen heb ik tot nu toe het meest genoten van de ritten van Femke Kok en Jutta Leerdam op de 1000 meter. Geweldige races, bol van de emoties. Rond Leerdam was er bovendien veel gedoe. Ze wilde aanvankelijk geen pers te woord staan en koos ervoor om via haar eigen socialmediakanalen te communiceren.
Ongetwijfeld heeft ze gedacht: „Ik heb meer dan vijf en een half miljoen volgers, dat zijn er meer dan de NOS en de schrijvende pers bij elkaar.” Daar heeft ze nog eens gelijk in ook. Bovendien zijn de sporters voorafgaand aan een wedstrijd niet verplicht om met de pers in gesprek te gaan.
Overigens stellen de antwoorden van sporters zelden veel voor. Maar eerlijk is eerlijk: dat geldt vaak ook voor de vragen.
En dan, ineens, terug naar de realiteit van Emmen.
Vorige week deed de Raad van State uitspraak over de geplande uitrit van 95 nieuwe woningen aan de Julianastraat. Die uitrit mag er komen. Punt. Juridisch is het dossier blijkbaar op orde. De onderbouwing deugt, de berekeningen kloppen. Dossier gesloten.
Maar wie de Julianastraat kent, weet wel beter. De straat is krap, wordt veel gebruikt door ouderen en voelt nu al vol. Aan weerszijden woningen, hier en daar parkeerplaatsen, en een wirwar van bestaande in- en uitritten naar appartementencomplexen. Het is geen brede ontsluitingsweg, maar een straat waar je elkaar met beleid passeert. En daar komen volgens onderzoek een paar honderd extra verkeersbewegingen per dag bij.
Op papier is dat ‘inpasbaar’. In de praktijk betekent het simpelweg meer auto’s in een straat die volgens veel bewoners nu al tegen haar grenzen aanloopt.
Als alternatief werd ooit gesuggereerd dat bewoners hun auto ook kunnen parkeren op een terrein van Wildlands, zo’n 600 meter verderop, maar voor ouderen of mensen die slecht ter been zijn is het natuurlijk geen serieus alternatief. Een parkeerplek is pas bruikbaar als die ook praktisch bereikbaar is.
Geen plek voor een uitrit is echt gunstig, maar dan lijkt mij een goed aangegeven uitrit aan de Wilhelminastraat toch de beste keuze.
Nee, dit is een uitspraak die aan alle kanten rammelt en waarmee de Raad van State door het juridische glad ijs zakt.