Ik was afgelopen week in Diyarbakir, ook wel de hoofdstad van de Koerden. Op een gebarsten muurtje kun je nog net de contouren zien van drie letters. De P, de K en de K. De letters zijn overgeschilderd met vlinders. Er is bijna geen steun meer voor de PKK
Mitra Nazar
In de Zee van Marmara ligt een klein eiland genaamd Imrali. Op Imrali vind je geen tropische taferelen, zwembaden of resorts. Toch kent iedere Turk dit eiland. Het is een gevangeneneiland, één van de strengst beveiligde plekken van het land. De plek waar sinds 1999 Abdullah Öcalan gevangen zit.
Öcalan is de leider van de PKK, de gewapende groep die sinds de jaren 80 geweld gebruikt in hun strijd voor Koerdische rechten. Vaak spreken Turken zijn naam liever niet uit, maar zeggen ze kortweg ‘Imrali’, als ze het hebben over de man die in Turkije bekend staat als opperterrorist en als bedreiging voor de Turkse staat. ,,Denk je dat er contact is met Imrali?’’, wordt er bijvoorbeeld gezegd.
Een historische oproep
Afgelopen weken was Imrali volop in het nieuws. Öcalan, die bijna 25 jaar in volledige isolatie opgesloten zit, stuurde vanaf het eiland een boodschap de wereld in. Hij riep de PKK, de groep waar hij ook vanuit de gevangenis het boegbeeld van bleef, op om de wapens neer te leggen. Politici van de pro-Koerdische politieke partij, die hem hadden bezocht in de gevangenis, lazen zijn brief voor op een drukbezochte persconferentie in Istanbul.
De tijd van geweld en gewapende strijd moet ten einde komen, was de strekking. Hij ging nog een stapje verder. De PKK als zodanig moet ophouden te bestaan. De Koerdische strijd moet, vanaf nu, puur politiek en democratisch worden. Een historische oproep, noemden we het in de nieuwsberichten en journaals die die dag de wereldmedia domineerden. Historisch, want met deze oproep kan er een eind komen aan dit langslepende conflict.
Onze V/M
Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/ Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.
Mitra Nazar (Delfzijl, 1980) is Turkije-correspondent voor onder meer de NOS, Nieuwsuur en het AD. Ze woont met haar partner en dochter sinds 2020 in de wereldstad Istanboel. Voordat ze neerstreek in Turkije was ze jarenlang vanuit Belgrado correspondent op de Balkan. Ze heeft een Iraanse vader en een Friese moeder, groeide op in Hurdegaryp en Leeuwarden en studeerde Taal- en Cultuurstudies en Pedagogische Wetenschappen (met een minor Journalistiek) in Utrecht.
Öcalan richtte de Koerdische Arbeiderspartij eind jaren 70 op. Begin jaren 80 begon de beweging met geweld en aanslagen, vooral op Turkse militaire en politiedoelen. De groep hangt een marxistisch-leninistische ideologie aan, een extreemlinks gedachtegoed. Het was een reactie op de decennialange onderdrukking van Koerden in Turkije.
Betere rechten, gelijke behandeling
,,Een volk dat strijd voert tegen een koloniaal en racistisch regime als dat van Turkije, heeft het recht om de wapens op te nemen”, zei Öcalan in die tijd. Daar waren lang niet alle Koerden het mee eens. De PKK stond vanwege bloedige aanslagen al gauw te boek als terreurorganisatie, zowel in Turkije als in de EU en de VS. In de veertig jaar oorlog kwamen tienduizenden mensen om het leven.
Gevolg van de spanningen, is dat de hele Koerdische gemeenschap wordt aangekeken op het geweld van de PKK. Het is in Turkije nog steeds een lastig onderwerp. De meeste Koerden willen inderdaad betere rechten, gelijke behandeling. Maar de meeste Koerden vinden niet dat geweld daartoe het middel is. Dat wordt vaak niet geloofd.
Ik was afgelopen week in Diyarbakir, ook wel de hoofdstad van de Koerden. Een stad van bijna 2 miljoen inwoners, grotendeels Koerden, aan de Tigrisrivier in Zuidoost Turkije. De Koerdische naam voor de stad is Amed. Dat is ook de naam die Ramazan gebruikt voor de stad waar hij is geboren en getogen. Ramazan heeft pretogen, een zout-en-peperbaardje en brede lach. Ik ontmoette hem in zijn café in het centrum van de stad.
Café Pine is in alles Koerdisch; spotprenten op de muur, foto’s van Koerdische zangers, Koerdische teksten boven de bar. Een groep jongens zit te rummikuppen. Op de achtergrond klinkt opzwepende gitaarmuziek van Koerdische volksmuziekvideo’s op de tv’s aan de muur.
Opkomen voor democratie en culturele diversiteit
Ramazan is een echte strijder voor het behoud van de Koerdische taal. Niet met wapens. Maar met woorden, met muziek en met politiek. In zijn café wordt Koerdisch gesproken, dat is zijn stelregel. Net als zijn generatiegenoten groeide hij op in een Turkije waar Koerdisch een verboden taal was. Pas vanaf 1991 werd het toegestaan, maar onderwijs in de Koerdische taal is tot vandaag de dag niet mogelijk.
,,Opkomen voor de Koerdische taal is opkomen voor democratie en culturele diversiteit”, zegt hij, terwijl we theedrinken. Door de repressie is de taal langzaamaan aan het uitsterven, vertelt hij. ,,Ik stimuleer jonge mensen om toch Koerdisch te blijven spreken.” Dat is hem duur komen te staan.
Vorig jaar werd Ramazan op een ochtend opgeschrikt door gebons op de deur. Zwaarbewapende agenten vonden hun weg naar binnen, doorzochten het cafe en voerden Ramazan geboeid af. Drie maanden zat hij vast, in huisarrest. Hij wordt beschuldigd van het ‘verbieden van de Turkse taal’ en van het ‘maken van propaganda voor een terroristische organisatie’.
Hij is weer op vrije voeten maar de zaak loopt nog, vertelt hij. Ze zijn eraan gewend, zegt hij ook. Het is het lot van Koerden die zich politiek of activistisch uiten. Ze worden vaak willekeurig gelinkt aan de PKK, ook al hebben ze nooit een wapen vastgehouden en pleiten ze juist voor een vreedzame oplossing.
Bijna geen steun meer voor de PKK
Dat Ocalan de PKK nu heeft opgeroepen om de organisatie te ontbinden is in de Koerdische gemeenschap goed ontvangen. Er is bijna geen steun meer voor de PKK, die de afgelopen jaren flink verzwakt is en nauwelijks nog voet aan de grond krijgt in Turkije. Als de gewapende Koerdische strijd definitief stopt, dan heeft de Turkse staat weinig meer om Koerden voor te vervolgen, is de gedachte nu. Dan kan er misschien eindelijk wat veranderen.
De volgende dag wandel ik door de oude stad en zie ik sporen van oude graffiti op de muren. Op een gebarsten muurtje kun je nog net de contouren zien van drie letters. De P, de K en de K. De letters zijn overgeschilderd met vlinders. Een nieuwe lente voor de Koerdische kwestie?