Ekrem Imamoglu staat in zijn slaapkamer. Op de achtergrond hangen jasjes en overhemden netjes gestreken op rij aan hangers in een rek. Op een stoel achter hem ligt het colbertje dat hij later zal aantrekken. Terwijl hij de knoop van de das vastpakt, om ‘m strak te trekken, richt hij zich tot de camera van een mobiele telefoon.
,,Op dit moment staan er honderden politieagenten bij mijn deur en in mijn huis,” horen we hem op kalme toon zeggen. ,,We worden geconfronteerd met grote repressie. Maar ik zal niet opgeven. Ik sta vastberaden.”
Hij haalt diep adem, en trekt zijn overhemd recht. ,,Ik vertrouw mezelf toe aan de 16 miljoen inwoners van Istanboel. Aan de 86 miljoen burgers van Turkije. En aan allen die wereldwijd democratie en rechtvaardigheid hooghouden.”
Het was in de vroege ochtend van 19 maart toen tientallen politiewagens een villa in Istanboel omsingelden. Het leek alsof de politie op het punt stond het huis van de grootste maffiabaas van Turkije binnen te vallen. Maar ze stonden voor de ambtswoning van de burgemeester.
De hele wereld over
De video die Ekrem Imamoglu op dat moment opnam, waarschijnlijk gefilmd door zijn vrouw Dilek, ging die dag de hele wereld over. En Imamoglu’s woorden gingen de geschiedenis in.
Waar iedereen voor vreesde, maar wat niemand echt voor mogelijk had gehouden, was gebeurd. De burgemeester van Istanboel was opgepakt. Hij werd, met honderd anderen, in de cel gegooid. Op verdenking van corruptie en terrorisme.
Begrippen die onder Erdogan’s autoritaire leiderschap krachttermen van macht zijn geworden. Termen waarvan iedereen, vriend en vijand, weet dat ze vrijwel altijd politiek zijn. Dat corruptie en terrorisme alleen aan tegenstanders van Erdogan wordt toegeschreven, nooit aan zijn supporters.
Ik las die ochtend de flashberichten en headlines, en legde mijn telefoon eerst even weg. Ik moest naar adem happen. Ergens wist ik dat dit moment zou komen. Al jaren keken we naar groeiende juridische repressie jegens Ekrem Imamoglu, de oppositiepoliticus die sinds 2019 burgemeester was van mijn stad.
Vorig jaar herkozen
Verschillende rechtszaken waren al tegen hem aangespannen. In 2022 werd hij zelfs veroordeeld tot twee jaar cel voor het beledigen van de kiescommissie. Een verbod op het bedrijven van politiek hing hem boven het hoofd. Maar omdat het hoger beroep voortsleepte, bleef hij al die jaren gewoon de burgemeester. Vorig jaar werd hij zelfs herkozen.
We noemden het juridische pesterijen, van Erdogan richting zijn grootste rivaal. Imamoglu lijkt de eerste politicus die echt aan de stoelpoten van Erdogan’s macht zaagt. Hij is geliefd, niet alleen in Istanboel maar ook in de rest van het land.
Hij spreekt behalve seculiere Turken ook Erdogan-supporters aan vanwege zijn conservatieve achtergrond. Als burgemeester kreeg hij gauw een presidentiële status. Istanboelieten waren hem ‘Baskan’ gaan noemen, ‘president’. En nu had Imamoglu bekendgemaakt dat hij namens de oppositie de presidentskandidaat wil zijn bij de volgende verkiezingen in 2028.
Was dat een brug te ver voor Erdogan? Daar lijkt het wel op. De afgelopen maanden waren er signalen dat justitie een nieuw strafdossier aan het opbouwen was. Er hing een vreemde spanning in de lucht. Er stond wat te gebeuren, dat voelden we allemaal. Maar dat Erdogan’s grootste politieke rivaal van zijn bed zou worden gelicht en in de cel zou belanden? Dat had ik niet zien aankomen.
Grootste protesten sinds 2013
Dezelfde dag nog lieten Istanboelieten met luide stem horen dat dit ze te ver ging. Dat Erdogan hiermee een rode lijn was overgegaan. Terwijl Imamoglu op het politiebureau werd ondervraagd, kwamen burgers in opstand. Rondom het stadhuis, in de wijk Sarachane, vonden die dagen de grootste protesten sinds 2013 plaats.
Studenten braken door politiebarricades, traangas en rubberen kogels vlogen door de lucht, speeches over het bewaken van de democratie schalden over de hoofden van tienduizenden stadsgenoten. Jarenlang hadden we dit niet zien gebeuren in Turkije. Demonstreren was een riskante exercitie geworden.
Weinigen durfden het nog aan sinds het harde neerslaan van de Geziprotesten in 2013. Maar er was iets gebroken. Er was een geest uit de fles gekomen. En we konden ons niet voorstellen dat die er weer in terug zou gaan. Iedereen hield z’n hart vast.
Die week stond ik elke avond op de weg voor het stadhuis, waar dag na dag werd gedemonstreerd, en was ik getuige van een ongelijke veldslag. Bataljons zwaarbewapende oproerpolitie stonden tegenover studenten die hun gezicht hadden bedekt omdat ze bang waren geïdentificeerd te worden. Dagen hielden ze het vol.
Honderden studenten de cel in
Maar de Staat bleek te sterk. Studenten werden in de vroege ochtend thuis van hun bed gelicht. Honderden tegelijk. Ze kwamen terecht in hetzelfde cellencomplex als waar hun geliefde burgemeester ook had gezeten, voordat hij naar een zwaarbeveiligde gevangenis werd overgebracht. Demonstreren werd te gevaarlijk. Na twee weken was de strijd om Istanboel op straat dan ook even voorbij.
Het protest gaat echter door, hoewel minder zichtbaar voor de wereld. Op 1 mei, de dag van de arbeid, trotseerden duizenden mensen opnieuw een traangasregen. Studenten voeren nog steeds acties op hun universiteiten. Elke week demonstreren mensen bij het stadhuis.
Ekrem Imamoglu zit inmiddels bijna twee maanden in de gevangenis. Via zijn advocaten stuurt hij boodschappen naar buiten. Toen Istanboel op 23 april werd getroffen door een aardbeving van 6.2, wenste hij de inwoners van zijn stad sterkte, en riep hij op tot kalmte en waakzaamheid. De burgemeester zit dan wel in de gevangenis. Hij is nog steeds de burgemeester van 16 miljoen Istanboelieten.
Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/ Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.
Mitra Nazar (Delfzijl, 1980) is Turkije-correspondent voor onder meer de NOS, Nieuwsuur en het AD. Ze woont met haar partner en dochter sinds 2020 in de wereldstad Istanboel. Voordat ze neerstreek in Turkije was ze jarenlang vanuit Belgrado correspondent op de Balkan. Ze heeft een Iraanse vader en een Friese moeder, groeide op in Hurdegaryp en Leeuwarden en studeerde Taal- en Cultuurstudies en Pedagogische Wetenschappen (met een minor Journalistiek) in Utrecht.