De dochter van de auteur aan het buitenspelen bij het Hoornse Meer. Foto: Anna Viola Epping
Straten en pleinen moeten uitdagender worden ingericht voor kinderen. Dat bepleit Anna Viola Epping, onderzoeker lectoraat Gezonde Stad van hogeschool Hanze en architect. Het is zonde om te blijven denken in traditionele speeltoestellen en gebruikelijke kaders.
Een van de eerste woorden die mijn dochter kon uitspreken was buiten. Wanneer ze wakker werd, was dat het eerste wat ze zei. Ze was nog maar net een jaar oud en wilde erg vaak naar buiten. In de tuin, de straat op of met haar loopfietsje ergens naar toe: de wereld ontdekken. Spelen in het zand, met water en tussen planten. Met haar jonge en onbevangen blik ziet ze haar buitenwereld als een grote speeltuin. Voor haar lijkt buiten spelen vanzelfsprekend. Maar dat geldt niet voor ieder kind. Niet iedere buurt is even uitnodigend voor spelende kinderen.
Uit recent onderzoek van buitenspeelorganisatie Jantje Beton blijkt dat kinderen gemiddeld gezien nog geen acht uur per week buiten spelen, inclusief school en de BSO. Meer dan de helft van de kinderen wil wel meer buiten spelen, maar ervaart hiervoor belemmeringen. Zo vinden ze dat er weinig andere kinderen buiten zijn. Ze wensen niet alleen meer speelplekken, maar vooral aantrekkelijkere speelplekken. Hoe richten we onze openbare ruimte hierop in?
Kwantiteit én kwaliteit
Buiten spelen is goed voor de motorische, cognitieve en sociale ontwikkeling van kinderen. Hoewel we dat eigenlijk allemaal wel weten, is niet elke buurt even speelvriendelijk ingericht. In de Groningse wijk Beijum wordt er bijvoorbeeld hard gewerkt door studenten van de Hanze en het Alfa college aan vraagstukken van de bewonersgroep ‘Werkgroep Spelen’. Dit gebeurt in samenwerking met de GGD, WIJ Groningen en de gemeente.
Vanuit de ontwerpvisie voor deze bloemkoolwijk werd in de jaren 70 en 80 veel rekening gehouden met spelende kinderen. Er zijn hier wel meer dan negentig ontworpen speelplekken te vinden. Deze wijk laat echter zien dat kwantiteit niet automatisch leidt tot kwaliteit.
Veel van deze speelplekken bestaan uit traditionele speeltoestellen, zoals een wipkip en een glijbaan. Voornamelijk de trap bij de glijbaan biedt mijn inmiddels tweejarige dochter nog genoeg uitdaging. Maar de iets oudere basiskinderen in Beijum willen het anders: zo hoog mogelijk klimmen, zo snel mogelijk glijden en zo ver mogelijk springen. En ze spelen graag met natuurlijke elementen, zoals met touwen over water.
Ook uit het onderzoek van Jantje Beton blijkt dat springen, spelen met water en klimmen en klauteren als leukste speelvormen worden beoordeeld. Het is overigens goed om te noemen dat kinderen zich vaak helemaal geen zorgen maken om gevaren of vies worden, dat zijn vooral de ouders.
Ruimte maken
De Korrewegwijk, een paar wijken verderop in Groningen, wordt ook kindvriendelijker gemaakt. Zo wordt de Floresstraat niet alleen opnieuw ingericht op 30km/uur, maar wordt ook het gebied rondom de Floresvijver aangepakt. Er komt een nieuw pad dat leidt naar een grote speeltuin verstopt achter woningen. Het plan bestaat om langs dit pad vrolijk gekleurde paaltjes te plaatsen die door de buurtkinderen zelf geschilderd zijn.
Deze paaltjes zijn meer dan gewoon paaltjes. Het zijn speelaanleidingen. In gedachten zie ik mijn dochter hier al omheen rennen, er zich achter verstoppen en er tikspelletjes bij bedenken. Haar fantasie wordt vanzelf geprikkeld.
Uit onderzoek blijkt dat kinderen vooral spelen op trappen, stoepen of zelfs daken van transformatorhuisjes. Ze maken gebruik van takken, springen in de modder en gooien met bladeren. Kinderen bedenken hun eigen verhaal en de alledaagse elementen om hen heen worden speelobjecten.
Ruimte laten
De werkzaamheden rondom de Floresstraat zijn nog in volle gang, maar het pleintje aan de Javalaan is vorig jaar al opgeleverd. Hier is ruimte gemaakt voor groen, spelen, bewegen en ontmoeten. Er zijn nieuwe planten, bomen, zitplekken, een kleine pannakooi en een wadi met stapstenen toegevoegd. Hiervoor moest een grote driehoekvormige pannakooi wijken.
Tijdens het openingsfeest van het pleintje spraken studenten en onderzoekers van de Hanze met volwassenen en kinderen over de nieuwe inrichting. De meeste volwassenen vinden het plein aantrekkelijker, maar ze vinden het jammer dat kinderen hier nu minder goed kunnen voetballen en fietsen. Kinderen bevestigen dit: de nieuwe pannakooi biedt minder ruimte voor spel. Ondanks dat er door velen hard is gestudeerd op dit stukje stad, biedt het minder mogelijkheden voor het dagelijks gebruik dan gepland.
Kinderen zijn niet bang om nét iets hoger, sneller of verder te gaan
Ook spraken studenten en onderzoekers met omwonenden van het speelveld naast de Sint Franciscusschool, even verderop. Hier is naast een klimparcours, schommels en een boomhut ook een leeg grasveld te vinden. Bewoners, waaronder kinderen, gaven aan dat dit veld wordt gebruikt voor spelletjes, voetbal en picknicks. Ze wensen expliciet dat het blijft bestaan. De leegte biedt ruimte en daarmee keuzevrijheid in gebruik.
Ruimte zien
Bij het herinrichten van compacte stadspleinen moet overwogen worden hoe de beschikbare ruimte wordt benut. Willen we soms niet te veel? Multifunctionele ontwerpen, die op papier goed lijken te werken, functioneren volgens bewoners lang niet altijd in de praktijk. Verduurzamen is essentieel, maar er moet niet worden ingeleverd op gebruiksvriendelijkheid.
Het is van belang om dit soort pleinen in een bredere context te zien. We moeten verder kijken dan de grenzen van een ontwikkellocatie. De hele stad kan als een grote speeltuin worden gezien. Het is zonde om te blijven denken binnen de gebruikelijke kaders en de traditionele speeltoestellen die we allemaal kennen.
Het ontwerpen van de openbare ruimte vraagt daarom om lef: ruimte maken, ruimte laten en ruimte zien. De manieren waarop kinderen het liefst spelen, moeten in het achterhoofd worden gehouden wanneer de openbare ruimte wordt ingericht: grensverleggend en uitdagend. Kinderen zijn niet bang om nét iets hoger, sneller of verder te gaan. Wanneer we het perspectief van het kind overnemen bij het ontwerpen en inrichten van de openbare ruimte, dan weet ik zeker dat mijn dochter in de toekomst elke dag buiten wil blijven spelen.
Anna Viola Epping, onderzoeker lectoraat Gezonde Stad bij hogeschool Hanze en architect