Leony Coppens, klinisch psycholoog. Foto: eigen foto
Hulpverleners en omgeving gaan er ondanks signalen van kindermishandeling bijna altijd vanuit dat ouders of verzorgers ‘het beste met hun kind voorhebben’.
Maar zo is het helaas niet altijd, constateert klinisch psycholoog Leony Coppens uit Den Haag. „Er is een heel klein percentage ouders en verzorgers dat helemaal niet het beste voorheeft met zijn kinderen”, stelt Coppens. Ze is gespecialiseerd in trauma en veerkracht bij kinderen.
Zij constateert dat in het geval van de twee vrouwen in Stadskanaal die worden verdacht van het structureel mishandelen van een meisje (6) en een jongetje (7) omgeving en hulpverlening te naïef zijn geweest. De kinderen werden voor straf opgesloten in de kelder, het meisje werd vastgebonden en de mishandelingen werden gefilmd.
Kwaadaardige bedoelingen
„Ik kreeg de artikelen donderdag van alle kanten opgestuurd”, zegt Coppens. „Ik stel vast dat er al flink lang losse signalen zijn opgepikt dat de kinderen werden verwaarloosd en mishandeld. Er is niet vroeg genoeg aan gedacht dat de mishandelingen structureel waren en dat de vrouwen kwaadaardige bedoelingen hadden. Dat komt omdat mensen vastzitten in hun opvatting dat ouders altijd het beste met hun kinderen voorhebben en dat het dus wel uit onmacht zal zijn gebeurd.”
In Nederland is er nog geen onderzoek gedaan naar wat er misgaat bij verzorgers die een sadistisch genoegen lijken te scheppen in het mishandelen van hun kind. „Dat verklaart de blinde vlek voor deze groep daders”, zegt Coppens. Ze pleit dan ook voor meer onderzoek naar deze categorie en meer kennis bij jeugdzorgprofessionals.
Opnames
In de Verenigde Staten is zulk onderzoek naar child torture (kindermarteling) wel gedaan. „Wat we daar van moeten leren is dat er ouders zijn die vanuit een lustbeleving kinderen mishandelen, misbruiken en martelen”, zegt Coppens. „Ze halen er een sadistisch genoegen uit. Bijna altijd worden er ook geluidsopnamen en video’s van gemaakt, wat we ook in deze zaak zien.”
In veel gevallen gaat het volgens Coppens om daders die niet de biologische ouders zijn. „We zien het vaker bij pleegouders en adoptieouders, of de moeder met een nieuwe partner. Wat we weten uit Amerikaans onderzoek is dat in de door hen onderzochte casussen er in 100 procent van de gevallen een moeder of stiefmoeder betrokken was.”
Vertrouwen
De kinderen zullen zeker gerichte traumabehandeling nodig hebben, zegt de klinisch psycholoog. „Dit is natuurlijk een hele slechte start van je leven”, zegt Coppens. „Maar ik ben positief ingesteld en ik ken genoeg voorbeelden van volwassenen die in hun jeugd trauma’s hebben meegemaakt, die goed terecht zijn gekomen. Het belangrijkste is nu dat ze in een stabiele omgeving komen, met fijne relaties om het kind heen. Dat ze weer vertrouwen krijgen in volwassenen en in zichzelf.”