Al die weerstand tegen asielzoekers, tegen oorlogsslachtoffers... Wat is er met ons gebeurd? Zijn we in twee generaties vergeten dat vrijheid offers vergt? | opinie
Archieffoto van de kranslegging op 4 mei 2007 op het Martinikerkhof. Foto: Corné Sparidaens
René Paas, commissaris van de koning in Groningen, houdt dit jaar de toespraak tijdens de nationale Herdenking, 4 mei in Groningen. Beelden van kapotgebombardeerde Oekraïense steden doen hem denken aan de oude opnames van de binnenstad van Groningen, na de bevrijding. „We dachten misschien dat vrede vanzelf sprak. Dat er nooit meer oorlog zou zijn. Maar ineens maken we geschiedenis mee.”
Ik zag een foto van Valerie Glodan. Een jonge vrouw uit Odessa. Ze straalt van geluk, met haar pasgeboren dochter op schoot. „Dit is een nieuw stadium van geluk”, schreef ze onder het instagrambericht. Een Russische raket maakte een einde aan dat geluk. Valerie en haar baby overleefden de aanval op hun appartement niet.
Ik las het verhaal van Serhiy. Hij was al met zijn vrouw Tetjana en twee kinderen het bezette Donetsk ontvlucht. Ze woonden tijdelijk in Irpin, bij Kiev. Serhiy ging terug om zijn zieke moeder te helpen. Tetjana zou met de kinderen vertrekken, want de oorlog had hen ingehaald. Irpin werd belegerd door de Russen.
Later zag Serhiy een nieuwsfoto van een moeder en twee kinderen. Ze lagen dood op straat, na een bombardement. Hij herkende de kleren, de koffers en de kattenmand. Het was zijn gezin.
Gezicht aan de anonieme oorlogsslachtoffers in Oekraïne
Valerie en haar baby, Tetjana en haar twee kinderen. Een hoogzwangere vrouw uit een bevallingskliniek. Ze geven een gezicht aan de anonieme oorlogsslachtoffers in Oekraïne. Een oorlog op vakantie-afstand. Steden als Marioepol en Charkiv. Kapotgebombardeerd. Slachtoffers in straten en in massagraven. Ingestorte huizen en dorpen vol puin. De beelden lijken op de oude opnames van de binnenstad van Groningen, na de bevrijding. Of die van Rotterdam in de eerste dagen van de oorlog. Oorlog is nietsontziend.
De slotregels van het gedicht Vrede van Leo Vroman worden rond 4 mei zo vaak geciteerd, dat ze herdenkingsclichés zijn geworden: ‘Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen.’ Minder bekend en rauwer is de openingszin van hetzelfde gedicht: ‘Komt een duif van honderd pond, een olijfboom in zijn klauwen.’
Een duif van honderd pond... Daar is niets vredelievends aan. Het is het beeld van Nederlandse pantserhouwitsers onderweg naar Oekraïne. Dodelijk geweld als steun voor de vrede. Er is discussie of het te weinig is of juist te veel. Maar het toont de harde realiteit die wij elk jaar in mei herdenken: vrijheid heeft een prijs.
Vrede is ook bij ons veroverd met grote offers en zwaar geweld. We zien hoe Oekraïners nu al ruim twee maanden moedig verzet bieden tegen een enorme invasiemacht. Maar elke dag dat de oorlog voortduurt, brengt hartverscheurend verdriet. Doodgeschoten jonge mannen. Mensen onder het puin. Verwoeste levens.
Inmiddels zijn meer dan 5 miljoen Oekraïners hun land ontvlucht. De meesten van hen worden opgevangen in buurlanden als Polen en Roemenië. Maar een klein deel van hen reist verder, onder andere naar Nederland. Zo’n 50 duizend Oekraïners zijn hier ingeschreven. Meestal vrouwen en kinderen, want weerbare mannen blijven om te vechten.
Behalve Oekraïners zijn hier nog tienduizenden anderen die gevlucht zijn voor oorlog en vervolging. Syriërs bijvoorbeeld, die dezelfde Russische bommen op hun huizen zagen vallen. In het afgelopen jaar was er reden om ons te schamen voor de manier waarop we in Nederland omgaan met mensen die moesten vluchten. Tot op de dag van vandaag is Ter Apel het enige aanmeldcentrum van Nederland. Dus als er te weinig opvangplekken zijn, slapen mensen er op stoelen en onder bureaus.
Tot de dag van vandaag, want het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers sloeg in de afgelopen week alarm: er is te weinig ruimte om iedereen op te vangen. En hoewel op veel plaatsen hard wordt gewerkt om extra capaciteit te regelen, blijft de deur in te veel gemeenten op slot. Weerstand tegen asielzoekers. Weerstand tegen tijdelijke huisvesting: je weet immers niet wie je nieuwe buren worden.
Het schreeuwt om stevigere maatregelen. Om een duif van honderd pond. Natuurlijk kunnen we dit. In de Eerste Wereldoorlog ving het doodarme Nederland een miljoen Belgen op. Dat was één vluchteling op elke zes Nederlanders. In de Tweede Wereldoorlog waren we in Groningen in barre omstandigheden in staat om vluchtelingen uit de Randstad en uit Limburg van eten en onderdak te voorzien.
Nu stuit tijdelijke huisvesting van veel minder oorlogsslachtoffers op onoverkomelijke bezwaren. Wat is er met ons gebeurd? Zijn we in twee generaties vergeten dat vrijheid offers vergt? Dat vrede nooit vanzelf komt?
Het wordt niks met vrijheid als mensen er niet voor opkomen
Menselijkheid kan niet zonder maatregelen. Het wordt niks met vrijheid als mensen er niet voor opkomen. De schokkende beelden van elders duwen ons met de neus op de feiten. Ze maken ons pijnlijk bewust hoe kwetsbaar de democratische rechtsstaat is, die wij vanzelfsprekend vinden.
Het is een pijnlijk misverstand dat het daarbij alleen zou gaan over vrijheid van meningsuiting. Natuurlijk, je mag zeggen wat je wilt. Een snelle blik op social media maakt duidelijk dat we van die vrijheid royaal gebruik maken. Wat minder vanzelf spreekt, is onze bereidheid om voor elkaar op te komen. Om ruimte te bieden. Om tolerant te zijn, ook waar dat letterlijk betekent dat je elkaar moet verdragen. En dat in een rechtsstaat de overheid en de samenleving borg moeten staan voor mensen die het op eigen kracht niet redden.
Twee generaties lang duurde onze vrijheid en de voortdurende groei van onze welvaart. De meesten van ons zijn de kinderen en kleinkinderen van mensen die de Tweede Wereldoorlog bewust hebben meegemaakt. We dachten misschien dat vrede vanzelf sprak. Dat er nooit meer oorlog zou zijn. Maar ineens maken we geschiedenis mee. En is er extra reden om elkaar de vraag te stellen waar we staan.
Woensdagavond gedenken we de slachtoffers van oorlogsgeweld. Slachtoffers van nietsontziende wreedheid en onderdrukking. We staan stil bij de betekenis van vrijheid, in een tijd waarin we daar minder zeker van zijn dan we gewend waren. Een tijd waarin af en toe een duif van honderd pond nodig is, omdat het met lichtere maatregelen niet lukt.
Vrijheid vraagt om handelen. Vrijheid vergt offers. Dat wisten de mensen die we deze week gedenken omdat ze het hoogste offer brachten. Hopelijk staan we er zelf ook bij stil.
René Paas is commissaris van de Koning in de provincie Groningen