Een blije bever. 'Méér natuur draagt bij aan ons geluk en het betaalt zich dubbel en dwars terug.' Foto: Shutterstock
Natuurlijk is er in ons land nog plaats voor natuur en wilde dieren als das, bever en wolf, stelt Marco Glastra. We hebben er volgens hem juist méér van nodig.
‘Is er in ons land nog plaats voor natuur?’ vraagt Gerdt van Hofslot zich af in het hoofdredactioneel commentaar van vrijdag 28 maart. Omdat enkele dieren voor enige overlast zorgen, wordt het hele Nederlandse natuurbeleid ter discussie gesteld.
En dat terwijl de drie soorten waar het om gaat – das, bever en wolf – heel Nederland als hun leefgebied beschouwen en zich niet beperken tot de ‘echte’, ‘nieuwe’ of ‘wilde’ natuur die het commentaar ter discussie stelt.
Het is de wereld op zijn kop. In de eerste plaats omdat de mens zelf onderdeel is van de natuur. Juist door dat te ontkennen en roofbouw op de aarde te plegen, gaat er enorm veel natuurlijk leefgebied en biodiversiteit verloren.
Slechts 4 procent is wild
We kunnen klagen over das, bever en wolf, maar inmiddels is al 83 procent van de wilde zoogdieren op aarde verdwenen. Van de totale biomassa van zoogdieren wereldwijd bestaat maar liefst 96 procent uit mensen en door mensen gehouden dieren en nog slechts 4 procent uit in het wild levende zoogdieren.
En voor sommige mensen is die 4 procent nog steeds te veel. Als we als mensheid zo doorgaan zetten we niet alleen een groot deel van de biodiversiteit op het spel, maar ook ons eigen voortbestaan.
In de tweede plaats vertegenwoordigt de natuur ook een grote economische waarde. Onlangs becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek dat de economische gebruikswaarde van de natuur de laatste tien jaar met de helft is gegroeid. De ecosysteemdiensten hebben inmiddels een waarde van 15 miljard euro per jaar, terwijl de jaarlijkse kosten voor natuurbeheer met 1,6 miljard euro daar een fractie van zijn.
Cruciaal voor welzijn
En natuur is veel meer dan economische gebruikswaarde. Juist in een dichtbevolkt land als Nederland is de mogelijkheid om natuur te beleven cruciaal voor ons welzijn. Uit onderzoek blijkt dat in grote delen van Nederland inwoners een groot natuurtekort ervaren.
Dus juist in een land als Nederland is er een grote behoefte aan méér natuur. Het draagt bij aan ons geluk en het betaalt zich dubbel en dwars terug.
Ook voor de economische en ruimtelijke ontwikkeling van Nederland is een gezonde natuur cruciaal. Een natuur die in de touwen hangt zet een flinke rem op economische ontwikkeling en verslechtert het investeringsklimaat. Dat zien we nu om ons heen gebeuren.
Een natuur die in goeden doen is daarentegen kan een stootje hebben en biedt ruimte aan economische ontwikkeling.
Robuurt netwerk met veerkracht
Kortom, we hebben in Nederland behoefte aan méér natuur. Geen snippernatuur maar een robuust netwerk van natuurgebieden dat ruimte biedt aan complete ecosystemen met veerkracht tegen klimaatverandering.
En een ‘natuurinclusieve samenleving’, bijvoorbeeld door in onze steden en landbouwgebieden zo’n 10 procent te reserveren als leefgebied voor wilde planten en dieren.
Een land rijk aan natuur waar het geweldig wonen en werken is. En een land waarin we een modus vinden om in harmonie samen te leven met soorten als das, bever en wolf. Ze hebben net zoveel recht om hier te leven als wij.
Marco Glastra is directeur Het Groninger Landschap