De vervuiling van ons grondwater wordt steeds erger. Dat los je niet op met een weekje campagnevoeren door de waterschappen.
Het ergste is dat het niemand meer verbaast. In ons grondwater zitten steeds meer vreemde stoffen die mogelijk ongezond zijn voor mens en natuur. Een driejaarlijks landelijk onderzoek van Arcadis heeft het weer aangetoond. Bijna alle grondwatermonsters die vorig jaar, ook in Drenthe en Groningen, werden genomen blijken milieuvreemde stoffen te bevatten.
Bij ondiepe meetpunten werd bij de helft van de filters meer PFAS gevonden dan toegestaan. Voor landbouwgif was dat bij ondiepe filters bijna een kwart. In het onderzoek wordt ook gekeken naar nieuwe stoffen. Alledaagse producten als shampoo, crèmes en cosmetica – ‘nu met vernieuwde formule’ – worden ook steeds verbeterd en dat levert ook weer vreemde stoffen op in de natuur.
De waterschappen zijn bezig met de campagneweek Leven met Water. De campagne moet burgers helpen om de juiste keuzes te maken. Bijvoorbeeld: was je auto in een wasbox en niet op straat, zodat vervuild zeepsop niet in het riool verdwijnt.
De recente bevindingen over PFAS in eieren maken duidelijk dat hardere actie nodig is. Hobbykippen kunnen niet meer vrij rondlopen, omdat de wormen die ze eten te veel PFAS bevatten. Voor de mens is het eten van hun eieren dan ongezond. Dat betekent dus dat zelfs willekeurige tuinen van burgers – letterlijk – vergeven zijn van de rommel.
Burgers oproepen om bewust te consumeren, het mag allemaal. Maar kunnen we van dit soort vervuiling nou eindelijk eens Chefsache maken? Vervuiling die zo wijd verspreid is moet bij de bron worden aangepakt.
Het aanbod van nieuwe, vervuilende spullen schept ook de vraag
Natuurlijk zijn de economische belangen, van industrie en van landbouw, groot. En ook wordt altijd gezegd dat de mensen de vervuilende spullen nou eenmaal gebruiken. Die nadruk op de vraagkant is niet terecht. Het aanbod schept ook de vraag. De consument ziet een nieuw product dat nog beter, sneller of mooier is. Hoe dat product gemaakt wordt doet voor de gebruiker dan al niet meer ter zake.
De verantwoordelijkheid voor het terugdringen van water- en grondvervuiling ligt bij consument én producent. Het betreft de hele economie. Dus moet er door de landelijke overheid en door Brussel beleid op worden gemaakt. Het gebruik van vervuilende stoffen moet zo snel mogelijk worden afgebouwd. Een helder tijdpad moet iedereen duidelijk maken waar ze aan toe zijn.