Tini onthult het monument voor haar vermoorde vader Pieter Raske. Hij werd verraden in de Tweede Wereldoorlog omdat hij Joden hielp. Hij en het gezin van drie overleefden de oorlog niet. Huisman Media
Pieter Raske was nog geen 30 jaar oud toen hij werd verraden aan de Duitse bezetter. Hij en drie Joodse onderduikers bekochten het met hun leven. Na decennia worsteling is er nu eindelijk een monument.
„Dat er nu een monument is, doet heel veel met mij”, zegt dochter Tini (81). „Ik ben er met tussenpozen bijna veertig jaar mee bezig geweest.” Naast het fietspad aan de Dorpshuisstraat in Vriescheloo is woensdag het gedenkteken onthuld.
Tini heeft haar vader Pieter Raske nooit mogen kennen. Hij woonde tijdens de bezetting in Vriescheloo. Op de boerderij verborg hij een Joods gezin. Jeizel en Frouke Kosses en hun zoon Elie wisten zo lang uit handen van de Duitse bezetter te blijven. Totdat het onderduikadres in juni 1944 werd verraden.
Vader Jeizel weigerde zich af te laten voeren. Hij werd ter plekke doodgeschoten in het weiland. Zijn vrouw en zoon werden via Westerbork naar een vernietigingskamp gebracht. Daar werden ze vermoord.
Raske was 29 toen zijn onderduikadres werd verraden. „Toen zat de familie al jaren ondergedoken bij hem. Hij was nog erg jong, maar al zo verantwoordelijk.” Tini heeft diep ontzag voor haar vader en hoe hij zich opstelde om het juiste te doen voor een ander, ondanks dat hijzelf en zijn familie een groot risico liepen.
Het monument voor Pieter Raske in Vriescheloo. Huisman Media
Opa kreeg wel een gedenkteken
Het is voor Tini onduidelijk wanneer haar vader is gedood. Zeker is wel dat hij op Dolle Dinsdag samen met veel anderen naar Duitsland werd gebracht. Hij kwam daarna in meerdere kampen, zegt Tini. Waar dat allemaal is geweest, is moeilijk te achterhalen. Hij zou in Bergen-Belsen zijn overleden. Administratief werd hij op 31 mei 1945 doodverklaard.
Tijdens het verraad werd ook de opa van Tini, Hindrik Kuiper, opgepakt. Ook hij verborg Joden en werd daarom vermoord. Voor hem is al een plaquette op het dorpshuis ’t Ganzenust.
Dat er nooit een eerbetoon voor haar vader kwam, heeft Tini lang met zich meegedragen. Ze was pas een baby van enkele weken oud toen haar vader werd opgepakt. Hoewel ze een liefhebbende stiefvader kreeg (‘een heel lieve pap’), van wie ze erg hield, heeft ze altijd meer willen weten over Raske. Verhalen hoorde ze via via, thuis werd niet veel over de oorlog gesproken.
Jarenlange worsteling
In de afgelopen decennia kreeg de familie weinig bijval voor een monumentje, zegt Tini. Ze vindt dat zonder gedenkteken Raske onvoldoende recht werd aangedaan. Dat was moeilijk voor haar en ook voor haar oudere broer Roelf, die inmiddels is overleden. „We werden van het kastje naar de muur gestuurd.” Ze heeft het altijd onrechtvaardig gevonden dat er geen gedenkteken kwam. „En ik kan niet tegen onrecht.”
Dat het nu toch is gelukt, is voor een belangrijk deel te danken aan Margriet Gobets van de Dorpsraad Vriescheloo en een aantal andere vrijwilligers, zegt ze. Het monument is betaald met geld van de Dorpsraad, Stichting Wildervank Fonds en subsidie van de gemeente Westerwolde. Nu het er toch komt, „kan ik alles van mij af laten glijden”, zegt Tini.
Er zijn vermoedens over wie haar vader heeft verraden, maar die houdt Tini voor zich. Zij worden vergeten. Raske nooit. Tini: „Ik ben trots op mijn vader.”