Wouter Hoving schrijft over klimaat en duurzaamheid en schrijft elke twee weken commentaar voor DVHN. Foto: Marcel Jurian de Jong
Ondanks dat klimaat niet een belangrijk verkiezingsthema was, is ‘klimaatpartij’ D66 het grootst. Hun uitdaging: omgaan met de ‘000036-graden-scepsis’.
Goed nieuws uit het milieurapport van de Verenigde Naties (UNEP) dat dinsdag verscheen. De mondiale maatregelen tegen klimaatopwarming hebben een beetje zin. Als landen de huidige bestaande klimaatprogramma’s blijven uitvoeren, zitten we volgens modelberekeningen in 2100 niet met 3,1 graad opwarming wereldwijd, maar met 2,8. Als we ook de voorgenomen plannen uitvoeren voor 2035 gaat dat getal zelfs naar 2,5 graad.
Het slechte nieuws is ook gelijk dat die 2,5 tot 2,8 graad opwarming nog altijd ruim genoeg is om waardevolle biodiversiteit de nek om te draaien, migratiestromen op gang te brengen, koraalriffen te laten sterven en poolkappen een kop kleiner te maken. Elke 0,1 graad bovenop de afgesproken maximale opwarming van 1,5 graad uit het Parijsakkoord (dat we niet gaan halen) vergroot de risico’s op weersextremen als heftige neerslag, droogte en hittegolven aanzienlijk.
Maar toch: als we de bevindingen positief benaderen, houden we de wereld van de toekomst iets leefbaarder met die 0,3 graden reductie. Onze inzet heeft dus zin.
Moeten we wereldwijd het bijltje erbij neergooien met alle gevolgen van dien?
Mits we ons houden aan ons eigen beleid. En dát blijft een uitdaging: we vonden klimaat afgelopen verkiezingen minder belangrijk dan bij de eerdere stembusgang. Ook in Noord-Nederland stond het thema laag op het prioriteitenlijstje.
Tegenstanders van ferm klimaatbeleid schermen dikwijls met het argument dat Nederlandse klimaatpakket van 28 miljard uit 2023 wereldwijd slechts 0,000036 graad opwarming zou schelen. Die berekening kwam tweeënhalf jaar geleden van het KNMI. Hoewel dit pakket deels is afgezwakt en teruggedraaid, is deze reactie nog dagelijks terug te vinden bij reacties op sociale media onder klimaatsceptici als Marcel Crok. Het stond ook twee jaar geleden in het JA21-verkiezingsprogramma van Joost Eerdmans.
Die kritiek mag er zijn. Het is feitelijk en deels ook terecht. Toch is nuance op zijn plek: allereerst kan het geen kwaad dat het steenrijke Nederland verantwoordelijkheid neemt voor een mondiaal probleem. Als elk land zou redeneren zoals Eerdmans doet, stijgt de temperatuur aanzienlijk. Daarnaast: Nederlands beleid kan inspireren bij andere landen of bij particulieren waardoor het effect groter wordt.
Eerlijk is eerlijk: dat wereldwijde inspanningen volgens het VN-rapport totaal 0,3 graden winst oplevert, is bizar weinig wanneer je dat uitsmeert over alle landen die iets doen. De vraag is alleen: wat voor conclusie verbind je daaraan?
Moeten we wereldwijd het bijltje erbij neergooien met alle gevolgen van dien? Of moeten we veel ambitieuzer worden met alle kosten van dien?