Aafke Dijkema en Siemen Vegter voor hun seniorenwoning in Zeijen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Nieuwbouw van seniorenwoningen is ook gunstig voor jongere generaties. Het leidt tot doorstroming op de huizenmarkt, blijkt uit onderzoek. Maar hoe willen ouderen wonen? Een zoektocht naar de ideale seniorenwoning.
Bij binnenkomst in de seniorenwoning van Hans Koenders (75) staat de radio vrij hard op NPO1 afgestemd. „Daar luister ik de hele dag naar, tot een uur of zeven, dan zet ik de tv aan”, zegt hij monter.
Sinds Koenders tien jaar geleden na een scheiding alleen woont, vindt hij het prettig om achtergrondgeluid om zich heen te horen. Jarenlang heeft hij een hond gehad. „’s Ochtends stond die altijd kwispelend aan mijn bed. Maar als je op een leeftijd komt dat je gezondheid begint te kwakkelen, is het beter om geen hond meer te hebben. Gevolg is wel dat het heel stil in huis wordt. Dan is de radio ideaal: voordeel is ook dat je bij de wereld blijft.”
Koenders is een van de senioren die reageerden op een oproep van deze krant. ‘Meldt u zich als u vindt dat u in de ideale seniorenwoning woont’. De aanleiding is dat ouderen een belangrijke sleutel in handen hebben voor het oplossen van de woningnood. Verhuizen zij, dan laten ze veelal een huis achter dat geschikt is voor een gezin. Om te stimuleren dat ze verkassen is het belangrijk te weten wat hun woonwensen zijn.
‘Alles wat ik ben, ben ik hier’
In 2002 is Koenders voor een baan vanuit Zevenaar naar Marum verhuisd. Toen hij tien jaar geleden alleen kwam te staan, rees de vraag waar hij de rest van zijn leven wilde wonen. „Blijf ik in Marum of vertrek ik? Ik heb besloten te blijven, want mede dankzij mijn werk als raadslid heb ik hier een behoorlijk netwerk. Als ik wegga, laat ik dat achter. Alles wat ik ben, ben ik hier. En niet daar.”
Hans Koenders voor zijn seniorenwoning in Marum. Foto: Jilmer Postma
Ruim een jaar geleden nam hij zijn intrek in zijn huidige woning aan de Iepenhof in Marum. Een rijwoning in een seniorencomplex waartoe een flat van drie hoog en twee blokjes met geschakelde woningen behoren. Voor bijna 1000 euro huur per maand heeft hij op de begane grond een woonkamer met keukenuitbouw, een slaapkamer en een natte cel. Van de twee ruimtes op de zolderverdieping doet er één dienst als logeer- en de ander als werkkamer.
Hij beschouwt zijn huis als ‘de ideale seniorenwoning’ die ook nog eens op loopafstand ligt van het winkelcentrum. Met een oppervlak van 100 vierkante meter is het best groot, maar zelf vindt hij dat wel ‘prettig’. „Je hoort vaak dat als mensen ouder worden, ze minder ruimte nodig hebben en kleiner willen wonen. Maar veel mensen willen ook weer niet té klein gehuisvest zijn.”
Het enige nadeel is dat de Iepenhof oogt als een afgesloten terrein. Er wonen alleen senioren boven de 55 jaar zonder kinderen. „De enige reuring die we hier hebben is als de ambulance komt. Dan vraagt iedereen zich af: waar zou die heengaan?”
Koenders is ook de initiatiefnemer van een Knarrenhof in het centrum van Marum, de zestiende van de Stichting Knarrenhof in Nederland. Het is bijna klaar. Daar komen ook jonge mensen te wonen. „Het is dus eigenlijk een meergeneratiehof.”
Zelf vindt hij dat een goed idee. „Dan kunnen ze ook een keer een handje meehelpen, bijvoorbeeld met het schoonmaken van de dakgoten. En het is ook helemaal niet leuk om alleen maar tussen de rollators en scootmobiels te zitten. Toch?”
Ambitie om te bouwen is hoog
Seniorenhuisvesting staat hoog op de politieke agenda. Oud-minister Hugo de Jonge (CDA) voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening streefde ernaar dat een derde deel van de nieuwbouwproductie tot en met 2030 geschikt moet zijn voor ouderen. Zijn opvolger Mona Keijzer (BBB) zette zijn beleid voort.
Het vorige kabinet stelde vast dat er een tekort is aan 290 duizend seniorenwoningen. De ambitie om die te bouwen is hoog, maar wordt in werkelijkheid bij lange na niet gehaald. In 2024 stokte de productie op 4 duizend.
Op 1 januari 2025 telde Nederland volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bijna 3,8 miljoen inwoners van 65 jaar of ouder. Dat is 20,8 procent van de bevolking. Ter vergelijking: in 1990 was nog 12,8 procent van de inwoners 65-plus. Het aantal 75-plussers is inmiddels gestegen tot meer dan 1,3 miljoen huishoudens. Dat groeit door tot ruim 2,5 miljoen in 2040. Een steeds groter percentage van hen woont in een koophuis.
Uit onderzoek blijkt dat senioren die een gezinswoning achterlaten gemiddeld drie verhuisbewegingen op gang brengen. Voorbeeld: in hun huis komt een gezin, de woning van dat gezin wordt betrokken door een stel en naar hun appartement gaat een alleenstaande. Het bouwen van seniorenwoningen biedt meer soelaas dan het realiseren van studio’s voor jongeren, dat maar één verhuizing oplevert.
‘Dé ideale seniorenwoning bestaat niet’
Simon van Herpen, woordvoerder van ouderenbond ANBO-PCOB, signaleerde onlangs in deze krant dat veel ouderen best willen verhuizen, maar dat er weinig opties voor hen zijn. Er wordt veel te weinig voor hen gebouwd, vooral in de eigen omgeving. Van Herpen: „Voor veel senioren geldt hetzelfde als voor bomen: die moet je niet te ver willen verplaatsen.”
Het is moeilijk aan te geven aan wat voor woningen ouderen behoefte hebben. Dat is erg divers, weet Van Herpen. Dé ideale seniorenwoning bestaat niet. „Er geldt: veel mensen, veel wensen. Er zijn legio woonvormen. Nu is er te weinig van alles. Het is belangrijk dat er wat te kiezen valt.”
Toch is er een aantal terugkerende eisen die aan seniorenwoningen worden gesteld. Zo willen ouderen graag dat hun woning gelijkvloers is of voorzien van een lift. De deuren en gangen moeten breed genoeg zijn voor rolstoel of rollator. Extra voorzieningen zoals handgrepen in de badkamer, antislipvloeren en noodoproepsystemen worden op prijs gesteld en seniorenwoningen liggen bij voorkeur dichtbij winkels, openbaar vervoer en medische voorzieningen.
In Zeijen is ruim een jaar geleden Huis te Zeijen verrezen. Ondernemer Bert Pathuis (64) en zijn vrouw Marja (62) hebben achter hun boerderij een woonerf met zestien levensbestendige woningen ontwikkeld. „Daarmee spelen we in op de toekomst. Hoe zorgen we ervoor dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen? Dan moet je niet vertrekken vanuit de zorg, maar vanuit de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Zorg hoort daar wel bij.”
Voorbeeldproject in Zeijen
Huis te Zeijen, ontworpen door KR8architecten in Borger, is in alle opzichten een voorbeeldproject. De seniorenwoningen zijn prachtig gelegen in de landerijen. De bewoners kunnen gebruikmaken van gemeenschappelijke voorzieningen. In de boerderij is een gezamenlijke woonkamer en een ruime keuken voor de eetclub van de bewoners. Irena (35), dochter van Bert en Marja, kookt twee keer per week voor mensen die zin hebben om mee te eten. Verder zijn er diverse activiteiten, van wandelen tot yoga.
Als kers op de taart is er ook nog een kantoor van thuisorganisatie Beter Thuis Wonen gevestigd. Dat dient als zorgsteunpunt en uitvalsbasis voor Zeijen en omgeving. Ook zijn er vier B&B’s op het terrein, waarvan één met een zorgfunctie.
Er gingen liefst tien jaar aan voorbereidingen vooraf. Volgens Bert is de bestaande wet- en regelgeving niet ingesteld op een bouwproject als dit. „Als je vernieuwing wilt toepassen, moet je buiten de gebaande paden kunnen denken, anders krijg je het niet van de grond. We hebben overigens van de gemeente Tynaarlo en de provincie goede medewerking gehad. Beide hebben onze visie over dit woonerf omarmd en gefaciliteerd.”
Het is allemaal niet voor niks geweest. Marja: „Wat we voor ogen hadden is gerealiseerd. Ik denk dat mensen hier met veel plezier wonen. En het is natuurlijk een prachtige omgeving. Maar het gaat niet vanzelf. We hebben vroegtijdig bijeenkomsten georganiseerd om elkaar te leren kennen. Dat is belangrijk, want je woont hier met elkaar.”
‘Het is goed dat Beter Thuis Wonen hier zit’
„Iedereen kan hier wel zijn eigen ding doen”, nuanceert Aafke Dijkema (69), die met haar echtgenoot Siemen Vegter sinds een jaar in een van de huizen woont. „Burenhulp moet niet verplicht zijn. Het is goed dat Beter Thuis Wonen hier zit. Ik zou het niet goed vinden als mijn buurvrouw voor mij moet zorgen.”
Nadat ze dertig jaar in Assen hadden gewoond en hun kinderen de deur uit waren, zochten ze iets kleiners, vertelt ze. „Het was een lastige stap, want we hadden ons huis destijds door een architect laten ontwerpen. Dan laat je wel wat achter.”
Ze hadden niet zo goed voor ogen wat ze zochten. „Wij wilden in elk geval een kleinere tuin met minder onderhoud.”
Eerst hebben ze bestaande woningen in Assen bekeken, totdat dit complex in beeld kwam. „Wij woonden aan de rand van Assen en keken uit over het vrije veld. Dat wilden we eigenlijk niet missen. Toen ik dit zag, dacht ik: wauw, dat is precies wat we zoeken.”
Seniorenparadijs
Huis te Zeijen is niets minder dan een seniorenparadijs. De bewoners, die tussen de 55 en 90 jaar oud zijn, hebben volgens Dijkema veel contact met elkaar. „Er is geen deur waar je niet kunt aanbellen. Er zijn ook mensen die extra zorg nodig hebben. Dat regelen we, voor zover het kan, met elkaar. We rijden ze naar het ziekenhuis, koken voor buren die dat zelf niet meer kunnen of lezen de krant voor aan iemand die minder zicht heeft.”
Aafke Dijkema en Siemen Vegter in de woonkamer van hun seniorenwoning. Foto: Marcel Jurian de Jong
Waar ze elke dag van geniet, is het uitzicht vanuit haar woonkamer over de velden. „Afgelopen zomer stapte er uit het hoge gras een ree met haar jong. Dat wil je zien. Soms lopen er ook hazen of fladdert er een winterkoning voorbij. Dat is zo fantastisch. Hier voelen we ons gelukkig.”
Welkom
Transformatie van voormalige boerenerven, waarvan er een hoop zijn in het Noorden, biedt veel mogelijkheden voor seniorenhuisvesting. Zo zijn in Opende vijf apartementen gemaakt in een grote leegstaande boerenschuur. De woningen zijn uitermate geschikt voor ouderen, alleen wonen er nu ook mensen die daar eigenlijk nog niet de leeftijd voor hebben.
Harry van der Tuin (64) nam vijf jaar geleden als eerste zijn intrek in het complex. Na zijn scheiding was hij op zoek naar een nieuw onderkomen. „Ik vroeg de verhuurder of ik hiervoor wel in aanmerking kwam. In mijn beleving ben je pas senior na je AOW-leeftijd. ‘Je bent welkom hoor, we willen hier alleen geen jeugd’, was het antwoord.”
Harry van der Tuin bij zijn appartement, gebouwd in een voormalige boerderij, in Opende. Foto: Jilmer Postma
Hij zag de huurwoning aanvankelijk als een tijdelijke oplossing. Hij kijkt nog wel om zich heen, maar de woning bevalt zo goed dat het moeilijk is iets beters te vinden. Daar komt bij: Van der Tuin overleefde na zijn verhuizing op het nippertje een ernstige hartaandoening. „Ik moet er niet aan denken dat ik nu een vrijstaande woning zelf zou moeten onderhouden. Nu woon ik heel ruim op een boerenerf en ben ik alleen maar verantwoordelijk voor het terras. De rest is voor de verhuurder.”
De woning heeft brede deuren, de douche in de badkamer is helemaal toegankelijk met een rolstoel en een rollator. Van der Tuin heeft één slaapkamer, de andere appartementen hebben er twee. „De ruimte voor mijn slaapkamer is opgeofferd voor een gemeenschappelijke koffiekamer”, legt hij uit.
‘We gaan allemaal onze eigen gang’
Tot nog toe zijn de bewoners echter nog redelijk op zichzelf. „We gaan allemaal onze eigen gang. De meesten hier zijn ook nog wat jonger dan ik. Ze wonen hier niet omdat ze in een seniorenwoning willen, maar omdat dit beschikbaar en betaalbaar is. Een vrijstaand huis is toch wel erg duur geworden.”
Heel goedkoop is het appartement niet. Van der Tuin betaalt ongeveer 1500 euro per maand, dat is wel inclusief alle kosten, waaronder de vloerverwarming. Het appartement is gebouwd in een hoek van de schuur. „Daardoor heb ik aan twee kanten ramen en heb ik lekker veel licht.”
Het zijn mooie, manshoge ramen die er bij de verbouwing in zijn gemaakt. Door een van de kleine, oorspronkelijke vensters kijkt Van der Tuin uit op de kerk van Opende. „Waarom zaten er eigenlijk altijd kleine stalvensters in een boerenschuur? Vonden ze vroeger dat koeien geen daglicht nodig hadden? Dat vraag ik me wel af.”
‘De gemeente kwam steeds weer met nieuwe eisen’
Willem en Liesbeth Färber (beiden 70) uit Assen wonen nu tot volle tevredenheid in een patiobungalow in Het Palet in Assen-Oost. Daar ging echter wel wat aan vooraf. Aanvankelijk woonden ze in een inmiddels te groot vrijstaand huis in de Asser wijk Marsdijk.
„We wilden eigenlijk in Assen een seniorengemeenschap met levensloopbestendige woningen oprichten. We hadden na enkele teleurstellingen met andere locaties ook al een nieuwe plek op het oog, Telglanden in de wijk Peelo. Daar stond in het verleden een oude bouwvallige boerderij. We zijn met deze zoektocht, samen met een aantal vrienden, alles bij elkaar wel vijf jaar bezig geweest. Maar de gemeente Assen kwam steeds weer met nieuwe eisen. Uiteindelijk wilden ze puntdaken, in lijn met de boerderij die er oorspronkelijk stond. Terwijl wij gezien de toekomst gelijkvloerse woningen wilden. Op een gegeven moment waren we er klaar mee en hebben we het bijltje er bij neergegooid en zijn we op zoek gegaan naar iets anders.”
Familie Färber woont in fraaie patiowoning. Foto: Marcel Jurian de Jong
Ook dat viel niet mee. Zou een appartement iets zijn? „Je hebt dan te maken met een vereniging van eigenaren, die je allemaal regels oplegt. Als je wilt verduurzamen, moet je ook rekening houden met medebewoners. Als zij op leeftijd zijn, hebben ze daarbij meestal niet meer zoveel belang.”
Toen lieten ze het oog vallen op de patiobungalows in Het Palet. „Er zijn niet zoveel van dit soort huizen. Hier in de buurt kwamen er twee te koop, maar we werden steeds overboden. Toen vonden we onze huidige woning, die heeft maar één slaapkamer. De andere bungalows hebben er twee. Daardoor was de belangstelling wat minder groot.”
‘Afdingen op de vraagprijs’
Dat klinkt niet erg ruim, maar de Färbers hadden zich goed voorbereid. Willem: „Ik wist dat de garage goed geïsoleerd was en dat je daar redelijk gemakkelijk woonruimte van zou kunnen maken. Omdat de makelaar per ongeluk te veel woonoppervlak had opgegeven, kon ik ook nog wat afdingen op de vraagprijs.”
De patiowoning van familie Färber. Foto: Marcel Jurian de Jong
Een deel van de garage is nu een extra slaapkamer geworden en het andere deel is hobbyruimte van Willem. Er staat een werkbank met gereedschap en de fietsen hangen aan de muur.
De woonkamer is wel heel ruim. Verder ligt achter het huis een onderhoudsarme tuin. De hond des huizes is blij met de ligging nabij een bos, terwijl ook de binnenstad van Assen goed bereikbaar is. „En de wijk is heel gezellig”, zegt Liesbeth. „Een beetje een volksbuurt.”
Willem werkt op vrijwillige basis als energiecoach voor de gemeente Assen. Hij kon zich in de patiobungalow goed uitleven. „Het huis is gebouwd in 2005, dus het was algoed geïsoleerd. We hebben de oude cv-ketel vervangen door een all electric warmtepomp en twaalf zonnepanelen op het dak gelegd. Recentelijk hebben we ook een thuisbatterij aangeschaft. Die laden we nu in de nachtelijke uren op, zodat we aan het eind van de middag en het begin van de avond stroom hebben van de batterij. Zo hebben we nog meer profijt van de zonnepanelen en de goedkope stroom ‘s nachts en leveren we onze bijdrage aan het ontlasten van het elektriciteitsnet tijdens de piekuren.”
De plek bevalt goed, drempels zijn er niet in huis en de deuren zijn breed genoeg voor rollator en eventueel een rolstoel. Het huis is kortom levensloopbestendig. „We hopen dan ook dat we onze laatste verhuizing achter de rug hebben”, zegt Liesbeth. „We raden iedereen aan die de mogelijkheid heeft, ook deze stap te nemen.”