Rivier de Aare verbindt de Thunersee en Brienzersee met elkaar. Foto: Sybylle Kroon
Winter in Zwitserland. Dan zie je ansichtkaarten met besneeuwde bergtoppen en witte alpenweides voor je. Toch is dat niet meer vanzelfsprekend. Gelukkig heeft reisredacteur Sybylle Kroon een non-ski trip geboekt. Ze ontdekt dat er meer smelt dan gletsjers en sneeuw alleen.
Ga je hartje winter naar de Zwitserse Alpen, dan verwacht je een witte wereld. Dat is er gelukkig nog steeds, maar niet voortdurend. Tussen de bergen rond Interlaken en Thun (regio Berner Oberland) waart begin 2024 de föhn en daardoor zelfs al een beetje de lente rond. De berghellingen tonen hun eerste groene kleed, het Brienzermeer en Thunmeer zijn als een spiegel zo glad, smeltwater ruist door de sneeuw in kleine beekjes naar beneden en vogels zijn met hun eerste zanglessen begonnen.
Winterkajak. Foto: Bert Romani
Om toch nog wat sneeuwervaring op te doen, moeten we omhoog. Vanuit Interlaken rijden we naar Isenfluh. In dit bergdorpje (op 1081 meter hoogte) pakken we de rode kabelbaan waarin plek is voor acht personen. Of één koe, vertelt de vrijwillige kabelbaanmedewerker lachend. Boeren gebruiken dit kabelbaantje namelijk ook om hun vee naar de alpenweide te brengen.
Eén worden met de omgeving
Bovenaan, we zijn inmiddels op 1530 meter hoogte, komen we aan bij het handig gelegen café van Sulwald waar we de meegenomen ‘tennisrackets’ na wat gestuntel aan onze schoenen weten te bevestigen. We gaan sneeuwschoenwandelen in de resterende sneeuw. Het is slow-wintersport, waarbij je één wordt met de omgeving.
We merken al snel dat de schone en koude Alpenlucht iets ijler is dan thuis en dat een wandeling op van die ‘tennisrackets’ best inspannend is. Na 10 minuten gaat de sjaal af en de rits van de jas daalt langzaam naar beneden. Gelukkig zijn er genoeg ‘fotomomenten’ waarop je even op adem kunt komen.
Groeten uit Thun. Foto: Sybylle Kroon
Bergop is het een stevige workout, bergaf is het zaak niet te snel naar beneden te gaan. Eén verkeerde stap en je ligt in een verfrissend sneeuwbad. Hoe dan ook: we zijn verzekerd van spierpijn, belooft gids Alexis. We volgen de roze sneeuwschoenroute door de sneeuw, hoewel we ook af en toe stukjes moeten klunen.
De uitzichten zijn er niet minder om. We kijken uit over het Berner Oberland en zien tussen de wolken en mistflarden door de drie beroemde bergen van de regio: de Eiger, Mönch en Jungfrau. Met het sneeuw nog in ons haar – toch nog drie keer onderuit gegaan – komen we na een paar uur wandelen terug bij het café bij de kabelbaan waar we ons opwarmen aan een kop dampende thee.
Sneeuwschoenwandelen is een van de vele alternatieven voor mensen die niet willen of kunnen skiën of snowboarden. Maar met de warmer wordende winters en tijdens periodes waarin de föhn en hogere temperaturen de sneeuw sneller doen smelten, is het goed om te weten dat er ook winterse-niet-sneeuw-alternatieven in Zwitserland zijn.
In een soort astronautenpak
Nadat we zijn afgedaald naar Bönigen – een dorpje vlakbij Interlaken, aan het Brienzermeer – wurmen we ons met enige moeite in een soort astronautenpak dat met Zwitserse precies moet worden aangetrokken. Met dit dry-suit stappen we even later in een kajak. Want het mag dan niet heel winters meer zijn, koud is het nog wel en het water is zelfs ijskoud. Samen met een gids van de Hightide Kayak School gaan we winterkajakken.
Brienzersee met de opvallende turquoise kleur. Foto: Sybylle Kroon
Het meer, gevuld met het mineraalrijke smeltwater van de omringende gletsjers, heeft een dusdanig hoog ‘zout’gehalte, dat het in de winter niet bevriest. De mineralen zorgen ook voor de opvallend turquoise kleur van het 261 meter diepe bergmeer. ’s Zomers is het hier heel druk, maar ’s winters zie je nauwelijks iemand op het water. Ideaal dus om te gaan kajakken.
Van gekkigheid weet je niet waar je moet kijken. Elke windrichting levert een ansichtkaart aan indrukken op. Het spiegelgladde, turquoise water en de fotogenieke wolken die als een streep tussen de bergtoppen en het meer hangen terwijl in de verte de klokken van de dertiende-eeuwse kasteel Ringgenberg luiden, zorgen voor een mystieke sfeer op het water. Met die hoge Zwitserse bergen en eindeloze watervlakte om je heen en de diepe wateren vol onder je, kun je je alleen maar nietig voelen.
Lekkernijen in gesmolten vorm
Klokken, horloges, zakmessen: allemaal ‘cultureel erfgoed’ uit Zwitserland. Ook typerend: kaas en chocolade. En hoe toevallig: beide lekkernijen zijn ook in gesmolten vorm heel smakelijk. Een bezoek aan Zwitserland is pas compleet als je ook kaasfondue hebt gegeten, aldus de locals. Laat Hotel Krone in Thun in de wintermaanden nu een outdoor pop-up fondue-terras hebben, waar we vanonder een warm dekentje onze fonduevork in een van de drie varianten kaasfondue dopen. Ook in de treinbistro staat een mini-kaasfondue op de kaart, ontdekken we tijdens de terugreis.
Rivier de Aare verbindt de Thunersee en Brienzersee met elkaar. Foto: Sybylle Kroon
En dan de Zwitserse chocolade. Bekende merken zijn Toblerone (te herkennen aan de driekantige verpakking met beeld van de Matterhorn) en Lindt (van de gouden chocoladehaasjes met rode strik en de Lindor-ballen). De Zwitserse chocolade is in gesmolten vorm bijna net zo gevaarlijk (lekker) als de kaasfondue.
Omringd door de Zwitserse Alpen, in een grote rubberboot op het Brienzermeer, in een winters zonnetje, worden we door ‘avonturenorganisatie’ Outdoor – waarmee me eerder al gingen sneeuwschoenwandelen – verrast met een ‘chocolate fondue float’. Over het gebrek aan voedingswaarde hoor je ons niet. Dit is Zwitserland in optima forma. Zelfs in gesmolten vorm.
In hartje Zwitserland liggen twee meren: de Thunersee en de Brienzersee. De Thunersee is vernoemd naar de stad Thun, de Brienzersee naar de stad Brienz. Tussen de twee meren in ligt Interlaken, dat verklaart meteen de naam van de stad. Rivier de Aare verbindt de twee meren met elkaar. De steden langs de meren hebben alle prima treinverbindingen. Tussen de sportieve activiteiten door bezochten we met gids Elsbeth de stad Thun. De stad ligt aan rivier de Aare en aan de Thunersee en kent een rijke geschiedenis, getuige de vele historische panden waarbij de hooggelegen, twaalfde-eeuwse Thuner burcht met zijn vier torens de hoofdrol speelt. Over de Aare liggen twee houten overdekte bruggen met stuwen. ’s Zomers staat er zoveel stroming, dat je hier kunt golfsurfen. In de Aare ligt Bällitz, een eiland waar shopaholics hun hart kunnen ophalen. Bijzonderheid in de oude binnenstad van Thun zijn de verhoogde trottoirs.
Het spoornetwerk in Zwitserland is bijzonder uitgebreid. Met de trein door het land reizen is sowieso een belevenis. Er gaat letterlijk geen berg te hoog voor Die Zentralbahn (de Zwitserse NS). Met de Swiss Travel Pass kom je het hele land door. De pas is namelijk geldig in trein, bus en boot, dus in al het openbaar vervoer. Ook biedt de pas toegang tot ruim 500 musea in het land. Sybylle reisde met de trein naar Thun, Interlaken en Brienz.