Oogdruppelen, een veelvoorkomende handeling voor een thuiszorgmedewerker. Foto: Corné Sparidaens
Hoe vergaat het een zij-instromer in de zorg? Het werk is intens, geeft heel veel voldoening. Geldt dat ook voor de opleiding? ,,Het gaat erom dat je ontwikkeling laat zien.” Een persoonlijk verslag van oud-medewerker van deze krant Paul Straatsma (Lippenhuizen, 1970) met fragmenten uit de dagelijkse praktijk.
,,Wel goed door het spleetje hè?” Mevrouw Antonisse ziet de lol er wel van in; een zijinstromer in de zorg, een man van midden 50 nota bene, die van haar, dame van midden 90, nog wat kan leren. Met de handen steunt ze op de wastafel, de rug bonkig, het vel vlekkerig, de broek op de enkels. Ik duw het washandje tussen haar benen. Achter ons, grijnzend in de deurpost, mijn stagebegeleidster. Ik veeg mijn hand omhoog, zie iets bruins. ,,En niet van dat geaai”, klinkt het voor me, ,,daar houd ik niet van.”
Het achterwerk van mevrouw Antonisse is mijn ontgroening in de thuiszorg. De zorg komt handen te kort en ik zoek ander werk; iets met mensen, iets met zekerheid na jaren als zzp’ende journalist en iets met behoud van vrijheid. Een zorgorganisatie in het Noorden biedt een traject aan voor zijinstromers. Ooit deed ik vwo, zat een blauwe maandag op de universiteit en rondde een hbo-opleiding af. En nu lonkt aan de horizon een mbo-diploma (Verzorgende Individuele Gezondheidszorg, niveau 3).
Tijd voor een tussenbalans
Eerst drie maanden meelopen, daarna twee stages – noem het maar gewoon werk – van elk een jaar. Ik krijg een contract van 28 uur in de week, inclusief een wekelijkse lesdag op een school voor middelbaar beroepsonderwijs. Mijn eerste stage is nu voorbij, de volgende staat op punt van beginnen. Tijd voor een tussenbalans: wat vind ik van het werk en de opleiding?
Mevrouw Boersma praat met haar ogen, woorden spreekt ze nauwelijks meer, sinds ze werd getroffen door een hersenbloeding. Haar man is mantelzorger, maar kan het niet meer alleen af. De eerste keer dat ik mevrouw zie, schrik ik. Niet omdat ze zo groot en zwaar is of omdat ze met de tillift uit bed wordt gehaald, en ook niet omdat haar luier nat en zwaar is.
Ik schrik vooral van mezelf. Het vliegt me aan, de gedachte dat ik haar over enige tijd in mijn eentje zal moeten wassen en aankleden. Voelt de stagebegeleidster dat aan? Vast, ze is een oude rot in het vak. De eerste keren hoef ik alleen maar te kijken, doet zij alles rustig voor. Daarna help ik beetje bij beetje mee.
Foto: Corné Sparidaens
Stoom afblazen
Vrijdag schooldag. Ik loop over het plein waar een paar jongens staan te roken, binnen in het gebouw zitten groepjes meiden te kletsen of is een enkeling verzonken in zijn of haar mobiel. In een omgeving van pubers vormt onze klas een uitzondering. Wat niet wil zeggen dat wij rustig zijn, integendeel, er wordt veel gelachen als we de stoom van onze stages afblazen.
We zijn met een stuk of twintig, onder wie één andere man, de leeftijden variëren van begin 20 tot eind 50. Iets meer dan de helft van ons werkt in de thuiszorg, de rest werkt intramuraal, dus in een verzorgings- of verpleeghuis. De docenten hebben voornamelijk een achtergrond als verpleegkundige. In een lokaal met bedden en oefenpoppen volgen we de lessen Praktijkvaardigheden. We oefenen simpele dingen als wassen, de komende tijd volgen ingewikkelder zaken, zoals katheterzorg, injecteren en wondzorg.
Als de vaardigheden zijn afgetekend, mogen we er in de praktijk mee aan de slag. Anatomie is een theoretisch vak. De docent legt erin uit wat suikerziekte is, en hoe bloedsomloop, voeding en beweging van invloed zijn op oedeem. Belangrijk voor wie in de thuiszorg werkt. Maar een vak als rekenen? Nou oké, handig als je een dosering moet bepalen. Maar Nederlands, omgangskunde, burgerschap; zijn die nodig voor zijinstromers?
Ondeugend jongetje
Omdat ik man ben en een wit jasje aan heb, denkt mevrouw Cnossen elke keer dat ik de dokter ben. Ik laat haar maar in die waan, want dan sputtert ze niet tegen als ik haar de medicijnen aanreik, of haar haren uitspoel met een kommetje water boven de gootsteen. Haar spillebenen en haar lachje geven haar iets van een ondeugend jongetje. Ze woont op de plek waar ze werd geboren, verkaste nooit.
Ooit overleden haar ouders en werd het voorhuis van de boerderij vervangen door een burgerwoning, verder lijkt het alsof er nooit wat veranderde in haar leven. Haar broer woont in het dorp, houdt in de stal wat varkens en bij haar een oogje in het zeil. Als hij overlijdt blijkt hoe dementie haar in de greep heeft. Elke keer als ik bij haar vertrek, zwaait ze me bij het raam na.
Leerproces van volwassenen
,,Loop maar mee naar de docentenkamer, heb je gratis koffie”, zegt de docent knipogend, ,,niemand die het doorheeft.” Een hippe vrouw, nog jonger en eigenwijzer dan mijn (stief)dochter, is onze studie-loopbaanbegeleider. Ik noem haar de klassenjuf.
We boffen met haar, zegt ze met een grote lach, want ze is net afgestudeerd en deed voor haar scriptie onderzoek naar het leerproces van volwassenen. Haar conclusie: volwassenen willen structuur en zijn resultaatgericht. Daarom krijgen we bij de eerste les meteen een lijst van alle opdrachten voor de komende twee jaar met moment van inleveren.
In wit jasje over straat
In het dorp zijn de cliënten vooraf op de hoogte gebracht van de stagiair, want een man in de thuiszorg; dat is toch wel een dingetje. Ik voel me de talk of the town als ik in mijn witte jasje over straat ga. Dat jasje trouwens is een damesmodelletje, ,,anders hebben we niet”, meldt mijn stagebegeleidster droogjes, als ze het me in de handen drukt. Het is bovendien een tweedehandsje, een nieuw jasje vindt ze kennelijk voorbarig.
Foto: Corné Sparidaens
Acht collega’s heb ik, stuk voor stuk vrouwen die hun mannetje staan. Onderling is er wel eens wat, wat vrijwel altijd in direct verband staat met het dienstrooster en de vraag wie de gaten opvult als een collega uitvalt, maar doorgaans is de sfeer prima.
Soms is de humor hard, maar ik begrijp waar dat vandaan komt als ik de vrouwen uit hun ervaringen hoor putten. Het team wordt aangestuurd door een wijkverpleegkundige, een man, door de collega’s consequent ‘onze hoofdzuster’ genoemd. Is hij humeurig, dan heet het: ,,Onze hoofdzuster was ook weer eens ongesteld”.
Dierenarts
Mevrouw Deen is verdrietig. Of haar man dat ook is laat hij niet blijken, maar als mantelzorger heeft hij het al zwaar genoeg. Het echtpaar telt de dagen naar de afspraak met de dierenarts. Hun hond heeft een tumor en de beslissing is genomen het dier te laten inslapen. De thuiszorg helpt mevrouw dagelijks met wassen en aankleden, als gevolg van een hersenbloeding loopt ze met een rollator. Haar man heeft hulp nodig met extra stevige kousen.
Hij was schoolhoofd en bleef een autoriteit. Met mijn stagebegeleidster drink ik er vaak een kop koffie, tot hij met een knikje aangeeft dat wat hem betreft de tijd om is. Dat je de journalistiek verruilt voor de thuiszorg; hij snapt er niets van, laat hij al snel weten, bovendien acht hij mij ongeschikt. Maar ik merk dat hij de bezoeken in toenemende mate waardeert. Eens, als zijn vrouw er even niet bij is, verzucht hij: ,,Ik ben zo ontzettend moe.”
Borst, buik, bil en lies
Het tiental adressen waar ik de eerste maand telkens kom, wordt uitgebreid. Inmiddels ben ik mee geweest op alle routes en ken ik alle cliënten, het zijn er zeker meer dan vijftig. De een moet steunkousen aan, de ander een oogdruppel in, of behandeling van smetplekken in plooien van borst, buik, bil en lies. Weer een ander heeft hulp nodig bij het douchen, of controle bij het innemen van de medicijnen.
Sommigen moeten het allemaal. De een is kras, maar afhankelijk van de rolstoel, de ander is in de steek gelaten door zijn geheugen, maar loopt als een kievit. En elk huis heeft een kruis. Een man vertelt hoe hij gebrouilleerd raakte met zijn zoon, een vrouw laat een foto zien van haar zoon die te veel dronk en die zij overleefde – ,,het ergste wat je kunt meemaken.”
Katten op het aanrecht
Maar er is bij de bezoeken ook veel plezier, veruit de meeste worden afgesloten met een lach. En dan zijn er ook nog zaken die niets met gezondheid te maken hebben, maar waar je wel met tact tussendoor moet manoeuvreren: hoogopgeleid of ‘gewoon harde werker’, kerkganger of niet-gelovig, huishoudens die door een ringetje te halen zijn of gezinnen waar de katten van de boerderij op het aanrecht mee-eten (,,Koffie? Nee, dank u, net gehad”), pro of contra Wilders.
En het meest explosieve gespreksonderwerp in en rond het dorp: de wolf... Aan het einde van de drie maanden proef weet ik: de thuiszorg is een achtbaan.
Leerdoelen en bewijsstukken
School is dat ook. De klassenjuf heeft de leerwerkkaarten geïntroduceerd, waarmee we aan de slag moeten tijdens de stage. Er zijn er zeven, ze dragen namen als Multidisciplinair Samenwerken en Coördineren van Zorg en Welzijn. De kaarten zijn onderverdeeld in allerlei beroepstaken en die weer in verschillende niveaus.
Aan jou en je praktijkbegeleider te bepalen waar je nu staat, leerdoelen vast te stellen om het volgende niveau te halen en daarvan bewijsstukken aan te dragen. Die leerdoelen bepaal je het liefst via de Smart-methode, dus Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. En aan een bewijsstuk voeg je uiteraard een reflectieverslag toe.
De klassenjuf raadt de Starr-methode aan, want dan pak je in een keer Situatie, Taak, Actie, Resultaat en Reflectie. Maar je mag ook een andere methode kiezen als die beter bij je past. Oh, en voor je iets doet, maak je eerste een stappenplan, dat maakt het makkelijker. ,,Willen ze je gek hebben?”, vraagt mijn vrouw aan mij.
De hele dag ‘aanstaan’
Ondertussen rijd ik me een slag in de rondte. Reken maar na. Ik woon op een halfuur rijden van mijn werk. Een ochtendroute duurt globaal vier uur, van 7 tot 11 uur. Wil je een normale werkdag van acht uur, dan moet je ook een avonddienst draaien, van 18 tot 22 uur, die vaak uitloopt tot 23 uur. Zo’n dag heb je dus twee uur reistijd. Bovendien sta je de hele dag ‘aan’, want je krijgt berichten en moet vooraf de overdracht doornemen. Moet je de volgende ochtend weer werken, dan heb je ook nog eens een heel korte nacht, want slapen doe je niet meteen, zeker niet na een hectische avond. Ik vind het pittig.
Als ik hoor dat mijn tweede stageplek nog verder van mijn woonplaats is, trek ik aan de bel. Waarom niet dichter bij huis? Overal is toch thuiszorg nodig? De manager toont begrip: ,,We moeten die signalen serieus nemen, anders haken mensen in de zorg af.” Mijn tweede stage wordt in een dorp vlakbij, een fijn vooruitzicht. Ondertussen heb ik al drie boetes voor te hard rijden.
‘Die is gek!’
Mevrouw Boersma was en kleed ik inmiddels in mijn eentje, en in haar speciale rolstoel heb ik haar zelfs al gedoucht, het voelt als een overwinning. We zijn weer een maand verder en alle routes doe ik zelfstandig. Met dien verstande dat ik cliënten die zorg nodig hebben die ik nog niet heb afgetoetst, ruil met collega’s.
Met mevrouw Antonisse – die van mijn ontgroening, en die onder de collega’s geldt als humeurig – kan ik het op de een of andere manier prima vinden. Ons dagelijkse ritueel, nadat ze gemopperd heeft over het weer, is dat ik een sprongetje voor haar maak en zeg: ,,Maar mevrouw, ík ben toch uw zonnetje in huis?” Waarop ze me met grote ogen aankijkt, dan haar hoofd afwendt, naar haar voorhoofd wijst en ik haar hoor mompelen: ,,Die is gek!”
Ik kan een potje bij haar breken, maar als ik vergeet de warme doucheknop open te draaien, vloekt ze me de huid vol, ook al is ze lid van een kerk. Ze vergeeft me zelfs het wondje dat ik veroorzaak als ik te gehaast haar kous aantrek (omdat ze moppert dat het haar te langzaam gaat). Tenminste op dat moment. Elk volgend bezoek draagt ze me na: ,,Een grote gapende wond, door jou!”
Eeuwig uitdijend leporelloboek
De eerste tentamens en toetsen. Hè bah, zenuwen zoals vroeger, hier heb ik niet om gevraagd. Niet meer kijken op de appgroep van mijn klas, onderling maken de dames in de klas – sorry, maar het zijn toch echt jullie – elkaar gek. Maar ik ontkom niet aan stress. Daar werkt het digitale lesmateriaal ook aan mee. Ik mis boeken, zodat je tenminste kunt zien hoe ver je bent met de lesstof, en om iets terug te vinden. En dan is er nog het digitale ‘schoolplein’.
A.F.Th. van der Heijden schreef ooit over het leven als een eeuwig uitdijend leporelloboek, dat zou ook hierop van toepassing kunnen zijn. Chats, mails, bestanden: van alles stoppen de docenten in mappen. Maar hoe weet ik dat ik geen informatie over het hoofd heb gezien? Met een inschrijving voor een examen Nederlands is dat inmiddels gebeurd. Moet ik weer maanden wachten op een nieuwe gelegenheid.
Eric Corton
Uiteraard was vorig jaar, rond de tijd dat ik met de opleiding startte, de berichtgeving rond Eric Corton mij niet ontgaan. De presentator, acteur en muzikant deed vrijwilligerswerk in een verpleeghuis. Dat beviel hem, hij meldde zich aan voor de opleiding Helpende in de Zorg, een mbo-2 opleiding van één jaar.
Eenmaal begonnen verbaasde hij zich over de hoeveelheid uren die hij kwijt was aan vakken waarvan hij de toegevoegde waarde niet zag om ‘basale zorgtaken’ te mogen uitvoeren, zoals mensen wassen, douchen en aankleden. Werk dat hij in de praktijk al deed. Waarom al die belemmeringen opwerpen als de zorg dringend behoefte heeft aan personeel? Hij kroop in de pen, schreef een open brief naar de Volkskrant en het regende reacties.
Ik heb geen tattoos, wel een paar gitaren, en ook een wit baardje. En ik denk ook dat het veel efficiënter kan. Een paar relevante vakken op school – en dan denk ik aan Praktijkvaardigheden en Anatomie – en ik ben ervan overtuigd dat mijn collega’s op de werkvloer mij alle vaardigheden binnen een paar maanden kunnen leren. En dan lekker aan het werk. Dat diploma vind ik niet zo relevant, hooguit van belang voor de juiste salarisschaal.
Horrorfilm
De achterdeur van mevrouw Antonisse is op slot. Ik schrik, dat gebeurt nooit. Het is mijn eerste werkdag na mijn vakantie. De avond tevoren berichtte mijn stagebegeleidster al dat het ‘wat minder’ gaat met mevrouw. Om die reden had ik al haast bij de voorgaande adressen. Ik haal de sleutel uit het kluisje naast de deur. Binnen is het donker, de gordijnen zijn dicht. Ik tref mevrouw in de woonkamer op haar buik tussen het bed en het nachtkastje, ze ligt in een plas bloed en met de postoel over haar heen. Goddank, ze beweegt, reageert zelfs op mij. Heeft ze iets gebroken? Waarschijnlijk niet, want ik krijg haar zittend tegen de rand van het bed.
Ze herkent mij, maar wat er gebeurde is ze kwijt. Ik bel collega’s, die komen eraan. Een diepe hoofdwond, het bloed drupt nog. Met een washandje veeg ik het ergste weg. Als ik naast haar ga zitten, zie ik dat ik zelf ook onder het bloed zit (les 1 vergeten: altijd handschoenen aandoen). We kletsen wat, wachten op de koude vloer, het heeft iets surreëels. ,,Dit lijkt wel een scène uit een horrorfilm, vindt u ook niet?” Haar ogen lichten op, dit vindt ze leuk. ,,En ben ik dan het slachtoffer of de schurk?” ,,De schurk uiteraard!” Ze lacht. Dertien hechtingen telt de huisarts even later, ik help met het doorknippen van de touwtjes. Mevrouw valt ondertussen in slaap.
Foto: Corné Sparidaens
Vergankelijkheid
Met mevrouw Cnossen gaat het ook niet goed. Met wie eigenlijk wel, vraag ik me wel eens af. Al dat verval, al die aftakeling die mensen moeten ondergaan. Het hoort bij de zorg, je weet het als je eraan begint, en je hebt een pantser nodig om het niet op je eigen vergankelijkheid te betrekken. De thuiszorg hoopt dat mevrouw Cnossen haar laatste dagen thuis kan slijten, doet daar alles aan, we bezoeken haar vijf keer per dag. ,,Een oude boom verplant je niet, en zeker dit exemplaar niet”, zegt mijn stagebegeleidster. Voor haar is het misschien wel een erezaak, ze kent mevrouw van kinds af aan.
Op een avond vind ik mevrouw achter het huis, in de koplampen van mijn auto, liggend op het tegelpad. Ze is verkleumd. In al die maanden dat ik bij haar kom zag ik haar nooit buiten. Wat doet ze daar? Was ze op zoek naar haar broer, haar vader, dacht ze die achter in de schuur nog aan het werk waren? Ze had het er die ochtend plotseling over. De mantelzorgers hakken de knoop door, na een paar dagen verkast ze naar een verzorgingstehuis.
Poes
Mevrouw Antonisse is dan al overleden. Na de val gaat ook zij naar een verzorgingstehuis, na een maand is ze er niet meer. Ik twijfel of ik naar de uitvaart zal gaan, doe het uiteindelijk niet, ik ken de familie niet, en je kunt in de thuiszorg wel aan de gang blijven, er zijn al meer cliënten overleden. Zoals meneer Deen, naar zijn uitvaart ga ik wel. Hij was op. Terwijl de meeste aandacht uitging naar zijn vrouw, kreeg hij een hersenbloeding. Twee weken leeft zijn familie in spanning, dan is het over. Bij mevrouw drinken we nu altijd even koffie, blijven we wat langer praten, soms is het alleen maar stil. We komen nu ook ‘s avonds. Vooralsnog wil ze blijven wonen in het huis. De kinderen halen een poes uit het asiel.
Hoepeltje
Op school maant de klassenjuf mij dat ik werk moet gaan maken van de leerwerkkaarten. Ik vertoon uitstelgedrag, heb er helemaal geen zin. Horen die vage opdrachten erbij als je dit werk wilt doen? Wel als je het bijbehorende diploma wilt halen. Zo nu en dan laat ze doorschemeren met mij te doen te hebben. ,,Jij bent opgegroeid in een tijd met een heel andere methode van onderwijs: je leerde theorie, deed een toets, en dat was het. Dit is natuurlijk wennen voor jou. En nu is de vraag: hoe spring jij door dit hoepeltje?” Om daaraan toe te voegen: ,,Werk de opdrachten maar op je eigen manier uit, het gaat erom dat je ontwikkeling laat zien. Desnoods schrijf je een verhaal.”
De namen van de cliënten zijn verzonnen. De cliënten op de foto hebben geen relatie met dit verhaal.
Als zij-instromer aan de slag?
Je wilt als zij-instromer aan de slag in de zorg, hoe pak je dat aan? Veel grote zorgorganisaties bieden een vorm van werken en leren aan en stellen daarbij vacatures open. Soms zijn deze intern, soms staan deze ook open voor mensen van buitenaf. Via deze werkgevers kun je zoeken naar een BBL-plek. (Het mbo kent twee soorten opleidingen: de Beroeps Begeleidende Leerweg waarbij je (betaald) werk combineert met een wekelijkse lesdag op school en de Beroeps Opleidende Leerweg, waarbij je vooral op lessen volgt op school.).
In het Noorden werken relatief veel mensen in de sector zorg en welzijn, laat ZorgpleinNoord weten: 1 op de 5 (landelijk is dat 1 op de 6). Desondanks verwacht dit grootste werkgeversverband voor zorg en welzijn in de drie noordelijke provincies dat het aantal vacatures de komende jaren blijft stijgen, wat samenhangt met de vergrijzing. Maar andere sectoren in Noord-Nederland kampen ook met personeelstekorten. Er zal naar andere oplossingen moeten worden gezocht om aan de zorgvraag te voldoen. Bijvoorbeeld door slimmer te werken door technologische en sociale innovaties en regionale samenwerking. Denk daarbij aan op afstand monitoren dankzij smart data en robotisering in de zorg.
474 vacatures
ZorgpleinNoord is het grootste werkgeversverband voor zorg en welzijn in de drie noordelijke provincies. De organisatie houdt de arbeidsmarkt scherp in de gaten en heeft een vacaturesite waarop zo’n 80 procent van de noordelijke zorg- en welzijnsorganisaties hun vacatures plaatsen. Op dit moment (15 april 2025) staan daar 474 vacatures op. In heel 2025 waren dat er tot nu toe 2037. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldt dat in het vierde kwartaal van 2024 er in Noord-Nederland 3.800 vacatures in de sector waren.
ZorgpleinNoord houdt bij naar welke beroepen in zorg en welzijn de grootste vraag is. Dat is voor dit jaar tot dusver: Sociaal pedagogische functies zoals pedagogisch medewerker, gespecialiseerd pedagogisch medewerker en social werker (351), Verzorgende IG (263), Verpleegkundige, zowel mbo als hbo (200), Paramedische functies zoals doktersassistent en fysiotherapeut (175) en Begeleider in bijvoorbeeld gehandicaptenzorg (158).
De verdiensten in zorg en welzijn zijn afhankelijk van het functieniveau en de cao. Als richtlijn voor een BBL-leerling Verzorgende IG in de Verpleging, Verzorging en Thuiszorg kun je denken aan een bruto uurloon van 15,81 euro. Als BBL-leerling Helpende is dat ongeveer 15,08 euro. Soms is het zo geregeld dat je per studiejaar omhooggaat in salaris omdat je meer verantwoordelijkheden krijgt. Op de website van zorgpleinnoord.nl staan op dit moment 28 opleidingsplekken.