Mara (links) volgt een opleiding in de zorg en Sivienka werkt als planner in de zorg. Foto: Rene Bouwman
Minder Nederlanders hebben afgelopen jaar voor de mbo-opleidingen voor verzorgenden en verpleegkundigen gekozen. Dat meldt de MBO Raad.
Als gevolg is ook het aantal ingeschreven studenten opnieuw gedaald. Waren dat er in 2021 gecombineerd nog ruim 52.500, inmiddels komt dat uit op slechts iets meer dan 40.000.
De organisatie en het werkveld maken zich zorgen. „Dit is zeer alarmerend”, stelt Anneke Westerlaken, voorzitter van brancheorganisatie in de ouderenzorg Actiz. Zij vindt dat het kabinet de zorg aantrekkelijker moet maken. Zo verdienen zorgprofessionals nog steeds zes tot negen procent minder dan in andere sectoren. „Dat moet echt anders.”
Adnan Tekin, voorzitter van de MBO Raad, schrikt ook van de cijfers. „Dit is echt pijnlijk voor de samenleving. We moeten meer studenten binnen de opleiding zien te houden én de zorg aantrekkelijker maken.”
Tijd voor actie
De zorg komt meer en meer in de knel, terwijl de aantallen mbo-studenten verzorgenden en verpleegkundigen blijven dalen. Dat signaleren zorg- en onderwijsinstellingen. Ze vinden dat het tijd is voor actie. „De cijfers zijn echt hard gekelderd.”
Het laatste jaar zit voormalig verzorgende Sivienka Allee (38) steeds vaker met de handen in het haar. Ze is al zeven jaar als planner bij zorgorganisatie Aafje verantwoordelijk voor de roosters van drie teams in de wijkverpleging. Maar de aanbieder kampt, net als veel andere zorgpartijen, met personeelstekorten. Tegenwoordig kan ze daarom soms niet anders dan cliënten afbellen.
Sivienka Allee is strategisch planner bij zorgorganisatie Aafje: ’Dit gaat steeds verder vastlopen’. Foto: Rene Bouwman
Dit gebeurt altijd in overleg met hen. „Maar het is niet wat we willen”, zegt Allee. Daarbij wordt altijd gekeken of ze dit niet steeds bij dezelfde persoon doen. Meestal gaat het om een doucheafspraak. Tot nu toe lukt het volgens haar wel de noodzakelijke zorg te leveren. Maar voor de toekomst maakt ze zich zorgen. „Dit gaat steeds verder vastlopen.”
Voorlopig verslechtert de situatie inderdaad alleen maar, want volgens de MBO Raad neemt het aantal ingeschreven mbo-studenten verzorgende en verpleegkundige al jarenlang af. De instroom is afgelopen jaar wederom gedaald. Waar in 2023 nog 4780 mensen zich aanmeldden voor de mbo-opleiding verzorgende IG ging het in 2024 om 4110. Bij de opleiding verpleegkundige daalden de cijfers van 7490 naar 7260.
Vergrijzing
„Vanwege de vergrijzing dalen de aantallen mbo-studenten sowieso, maar vooral bij de verzorgenden zijn de cijfers wel echt heel hard gekelderd”, verzucht Adnan Tekin, voorzitter van de MBO Raad. „In de coronacrisis zagen we nog een opleving als gevolg van de waardering, maar inmiddels lijkt dat weer weggeëbd te zijn. Dat zal toch te maken hebben met de werkdruk, de beloning en de onregelmatige tijden.”
Anneke Westerlaken, voorzitter van brancheorganisatie in de ouderenzorg Actiz, vindt de cijfers ’zeer alarmerend’. Uit ministeriecijfers bleek twee maanden geleden al dat de personeelstekorten in de zorg in 2034 zullen zijn opgelopen tot 266.000 mensen. Tegelijkertijd stijgt het aantal 65-plussers de komende jaren met 1,4 miljoen.
„Het is daarom van groot belang dat er voldoende professionals bij komen”, zegt Westerlaken. Ze vindt dat de politiek er alles aan moet doen om het werken in de zorg aantrekkelijker te maken, bijvoorbeeld met hogere salarissen of de halvering van het lesgeld voor opleidingen.
Personeelstekorten
Eerder stelde minister Agema (Volksgezondheid) het tot haar allergrootste prioriteit te hebben gemaakt de personeelstekorten aan te pakken. „Maar vooralsnog zijn dat slechts mooie woorden”, stelt Westerlaken. Met het huidige kabinetsbeleid, verwacht ze, zullen de personeelstekorten alleen maar verder toenemen.
Mara Dingemans (20) behoort tot de steeds kleinere groep die wél de opleiding verpleegkundige op mbo-niveau 4 volgt. „Je krijgt zoveel dankbare reacties als je in de zorg werkt”, straalt ze. „Als ik thuiskom voel ik me echt voldaan.”
Mara Dingemans (20) volgt de opleiding tot verpleegkundige op mbo-niveau 4. Foto: Rene Bouwman
De mbo-studente zit momenteel in het derde jaar op het Albeda in Rotterdam. In dat kader loopt ze stage in een afkickkliniek. „Daarbij help ik cliënten die zichzelf vaak verwaarloosd hebben om weer een stukje ritme terug te brengen en motiveer ik hen om niet meer verslaafd te raken. Dat is pittig, maar je kunt de ander ook weer een glimlach bezorgen. Dan vraagt iemand om een een-op-eenmomentje met mij. ’Ik zit er niet lekker in’. Na zo’n gesprek zegt diegene vaak: ’Ik kan er weer tegenaan!’. Dat vind ik zo mooi, daar kan ik de komende week weer op teren.”
Getwijfeld
Dingemans snapt de terugloop wel. „Ik loop drie dagen in de week stage en krijg per maand slechts een vergoeding van 150 euro. Dan is het aantrekkelijk om maar een baantje te nemen in plaats van een opleiding te volgen. Ik heb ook getwijfeld. Die stagevergoeding moet omhoog.” Ook hoort ze verhalen van studenten die uitstromen vanwege de werkdruk. „Omdat er personeelstekorten zijn, moet je echt hard aan het werk. Je krijgt weinig tijd om rond te snuffelen.”
Tekin vindt het essentieel dat er meer begeleiding voor studenten komt op de werkplek. „Want we zien nu dat scholen minder studenten aannemen omdat er geen stageplek gegarandeerd kan worden. Daarom mogen de voorgenomen bezuinigingen op zorgstages echt niet doorgaan.”
Ook stelt hij dat het zij-instromers makkelijker gemaakt moet worden, waarvoor een taak bij opleidingen zelf ligt. „Als je bepaalde vakken al onder de knie hebt, moet het mogelijk zijn om sneller door de opleiding heen te gaan.” Hij erkent dat de begeleiding binnen opleidingen zelf soms ook beter kan. Tekin zou eveneens graag zien dat jongeren pas op hun 15e of 16e een keuze qua onderwijsniveau hoeven te maken, waardoor ze zich beter kunnen oriënteren en mogelijk eerder voor het mbo zullen kiezen.
Keuzes maken
Westerlaken stelt dat het kabinet moet gaan bedenken hoe het de zorg overeind wil houden de komende jaren. Het is nu al niet altijd meer mogelijk mensen met een verpleeghuisindicatie een plek in het verpleeghuis te bieden. Ook in de thuiszorg wordt het minder. „Binnenkort moeten keuzes gemaakt worden”, zegt ze. „Met elkaar moeten we afspreken wie in de toekomst recht houdt op zorg en wie niet.”
Dingemans roept jongeren op om voor de zorg te kiezen. „Durf het gewoon aan! En vraag hulp aan je medestudenten. Zeg eerlijk dat je het blok pittig vindt. Samen vinden we de motivatie om door te gaan. Want uiteindelijk hebben we allemaal het hart op dezelfde plek: voor de zorg.”