Journalist Wieberen Elverdink (40) woont met zijn vrouw en drie kinderen in een middelgroot dorp, centraal in het Noorden. Hij schrijft over kleine en grote gebeurtenissen in het (dorps)leven.
De telefoon ging. Het was Syto, levensfilosoof, metal-rocker, voorzitter van kleindierenvereniging Sport Veredelt én klusjesman - alleen dat laatste bezoldigd.
Vorig jaar had hij het tegelwerk in onze badkamer en wc verzorgd en af en toe hadden we nog contact.
,,Hoe is het?’’, vroeg ik naar de bekende weg.
Druk, natuurlijk. Syto was altijd druk. Het waren koortsachtige tijden in de bouw. Had hij een agenda gehad - ik schrijf ‘hád’, want structuur vindt hij een vloekwoord – dan zag die zwart van de afspraken.
,,Kom je nog aan je vogels toe?’’, wilde ik weten. Syto heeft achter zijn huis hókken vol kippen, duiven en kwartels, het ene dier nog glanzender dan het andere.
Aan de andere kant van de lijn schraapte de man die net zo graag voegen kit als levenswijsheden poneert zijn keel voor een monoloog.
,,Het gaat er niet om of je tijd hébt. Maar of je tijd máákt.’’
Vroeger, toen Syto nog in loondienst was, raakte hij eens aan de praat met een timmerman die op dezelfde bouwplaats werkte. ‘Syto’, had de man gezegd, ‘ik ben 63. Over twee jaar mag ik met pensioen. Dan koop ik eindelijk een bootje en neem ik ‘de vrouw’ uit varen.’
‘Allemaal leuk en aardig’, had Syto geantwoord, ‘maar wat als ‘later’ niet komt?’ ,,Ik zei tegen die vent: je bent hartstikke gek dat je het niet nú al doet. Als je het geld toch hebt, kóóp dat ding dan.’’
Een tijd later was Syto de timmerman opnieuw tegengekomen. Hij had die boot op de kop getikt. ,,Helemaal enthousiast. Ineens had hij de geweldigste verhalen.’’
De klusjesman dacht even na.
,,Weet je’’, vervolgde hij, ,,veel mensen vergeten te leven voordat ze er hier tussenuit knijpen. Jammer. Het leven duurt een stuk korter dan de dood. En er schijnt niet veel aan te zijn hoor, dood - van mensen die het zijn heb ik er tenminste weinig positieve berichten over gehoord.’’
Een jaar of dertig geleden werd Syto eigen baas. Een ongeremd klussen nam een aanvang. Er waren geen weken waarin hij minder dan zeventig uur maakte, want, vond hij, juist in die eerste jaren moest je als beginnend zelfstandige je slag slaan; contacten leggen, een naam opbouwen, geen ‘nee’ verkopen. Pas diep in de avond kwam hij thuis, uitgeput, maar nóg niet klaar met de dag. Want daar wachtten hem zijn ongeveer driehonderd vogels. Stond hij bij nacht en ontij hokken te verschonen en die krielen en ‘knarries’ te voeren, ,,zaklamp in de bek’’ - gékkenwerk.
Hoezeer hij ze ook liefhad, de vogels moesten weg.
Jaren gingen voorbij. Het kippenhok op zijn erf deed inmiddels dienst als opslagruimte, maar diep van binnen sluimerde zijn passie voor kleindieren nog.
Tot een jaar of vijf geleden zijn kleinzoon vroeg of pake niet tóch wat kippetjes voor hen beiden wilde kopen. Eerst wimpelde Syto dat af: ‘Geen tijd’, waarna het ventje kribbig was geworden. ‘Pake heeft nóóit tijd!’
Toen schrok Syto. Zijn kleinzoon had gelijk. Syto realiseerde zich: ik lijk wel op die timmerman, die zijn tijd verzwoegde, maar intussen vergat te leven. Nog dezelfde week liet hij zijn kleinzoon een paar kippetjes uitzoeken. Java-krieltjes. De allermooiste.