Ida probeert haar probleem aan mij te verwoorden, maar ze vindt zichzelf zo vreselijk verachtelijk dat het niet lukt. Ze is al drie keer opnieuw begonnen. Ik kies een omweggetje en vraag haar het probleem te verwoorden, als ware het een vraag van een vriendin. Dat lucht op, het vermindert schaamte en daarmee weer toegang tot haar woorden.
Ida: ,,Mijn vriendin is directeur van een bedrijf, ze geeft leiding en ook regelmatig presentaties voor grote groepen. In die functie is haar rol duidelijk, ze weet wat er van haar verwacht wordt. Haar probleem ontstaat wanneer die rol niet duidelijk is, bijvoorbeeld wanneer ze naar een receptie moet of gevraagd wordt voor een etentje met mensen die niet tot haar intimi behoren, dan gaat het om ‘social talk’.’’
,,Niet dat ze ongezellig is, dat is het niet, maar met relatief onbekenden weet ze gewoon niet waar ze het over moet hebben, het voelt vreselijk oppervlakkig. Ze verzint meestal een smoes en eigenlijk weet niemand dat het haar zoveel moeite kost. Ze snapt het zelf ook niet, waarom kan ze wel een presentatie voor een volle zaal houden, maar niet gewoon een paar uur gezellig kletsen. Dat zou toch veel makkelijker moeten zijn? Wat moet vriendin nu doen?” Zo, dat is eruit.
In mijn reactie ga ik door in dezelfde lijn: ,,Goh, ik zou dat van mezelf ook schaamtevol vinden. Maar je vriendin zit er maar mooi mee en zoekt hulp. Zullen we samen eens een aantal suggesties voor haar verzinnen en kijken welke we gaan uitproberen? In haar eentje gaat ze dat toch niet durven, we doen het samen.”
Ida vindt de omweg zichtbaar amusant en stort direct haar ideeën over denkbeeldige vriendin uit: jezelf toespreken, communicatiecursus, psychotherapie, gewoon maar doen en op je bek gaan, alcohol drinken, pillen tegen angst. Ze heeft al veel oplossingen bedacht, maar bedenken is niet haar probleem, ze durft niet te doen, omdat al die oplossingen niet oké voelen.
Ik vraag Ida waarom vriendin dit eigenlijk zou moeten, ze hoeft toch niet alles te kunnen? Ida: ,,Tja, dat is waar, maar vriendin denkt dat iedereen dit kan.”
Nou nee dus, mensen verschillen enorm. Ik verklap haar dat ik er zelf ook niets van kan. Ida is het met me eens dat het heerlijk voor haar vriendin zou zijn als ze zou mogen zeggen: ,,Ik laat deze receptie aan iemand over die dit leuk vindt, ik ben er niet zo goed in.’’
We besluiten tot een experiment. De komende weken hoeft ‘vriendin’ dus helemaal niet te durven ‘socializen’, ze hoeft alleen te durven ‘eerlijk zijn’. Kijken wat het oplevert.