Carleen (32) begint, vergezeld door kat Nacho, voor het eerst een moestuin. Foto: Anjo de Haan
Moestuinieren blijkt een dankbaar onderwerp van gesprek, daar komt beginner Carleen snel achter. Lezers willen haar vooral geluk wensen en uitnodigen in hun tuin, terwijl collega’s waarschuwen voor onheil.
„Dus je begint een moestuin, geweldig!” Een variatie van deze zin hoor ik de weken na publicatie van mijn eerste verhaal in deze serie meerdere keren per dag. Mijn mailbox stroomt vol met goedbedoelde tips en gelukswensen. Van mensen die al tientallen jaren een moestuin bijhouden, tot mensen die het houden bij een tomatenplant op het balkon.
Ook collega’s weten me goed te vinden. Uit hun verhalen blijkt dat er onheil op de loer ligt.
‘Katten zijn vreselijk’
„Ik ben ermee gestopt toen mijn vrouw zwanger werd. Alle katten uit de buurt poepten en plasten alles onder, dat is hartstikke gevaarlijk voor zwangere vrouwen”, zegt collega M. „Katten zijn vreselijk.”
P. doet er een schepje bovenop: „Dat doen de katten ook bij ons. Ik stond eens met blote benen tussen de planten en toen werd ik ergens door geprikt. Nou ja, even krabben hè. Bleek ik kattenpoepbacterie onder mijn nagels te hebben. De volgende dag was mijn been helemaal dik. Nu zegt mijn vrouw elke keer dat ik een lange broek aan moet doen.”
„Je kunt ook laarzen dragen”, zeg ik, denkend aan mijn eigen mooie gele paar.
„Maar je been zit er gelukkig nog aan, zie ik”, reageert M. „Die katten vinden dat lekker hè. Lekker losse grond waar ze met hun pootjes in kunnen graven. Ik snap dat wel.”
„Ik snap katten sowieso wel”, reageer ik maar, om de stemming nog een beetje positief te houden.
‘Ik doe met je mee’
„Je moet opletten dat je sla niet doorschiet!” zegt collega W., waarvan ik vermoed dat hij nog nooit tuingereedschap heeft vastgehouden.
„Ik ben zo’n chaoot”, weet G. te zeggen. „Vorig jaar barstte de bak uit zijn voegen van de planten. Maar ik doe met je mee hoor dit jaar. Hartstikke leuk! Maar die slakken hè. Drie vreten alles op. Ach, zij moeten ook eten.”
„Mijn vrouw doet het denkwerk”, zegt A. „Zij bedenkt welke planten we moeten hebben en waar we ze neerzetten. Ik doe het zware werk. Ik heb net drie dagen besteed aan het omspitten van de grond.”
N. vertelt dat ze het liever houdt bij bloemen. Maar dan ook meteen graag veel bloemen. Prachtig vindt ze dat. „Moestuinieren vind ik te ingewikkeld. Mijn hoofd kan het niet aan om nog een stap toe te voegen aan het proces van eten maken.”
Midden in een trend
Het lijkt ineens alsof iedereen (moes)tuiniert. Ik krijg een mail over een onderzoek waaruit zou blijken dat maar liefst 34 procent van de 18 tot 34 jarigen overweegt om zelf groenten en fruit te kweken. Ik bevind me weer eens midden in een trend, blijkbaar.
Het onderwerp is een onuitputtelijke bron. Van zaadjes, tot grond en ongedierte, er is altijd wel iets te bespreken met mede-moestuiniers. De komende tijd kan ik talloze tips geven en ontvangen, ik kan de moestuin gebruiken in gesprekken om ongemakkelijke stiltes op te vullen en ik kan de moestuinen van anderen bewoneren. En natuurlijk tips uitwisselen om alle ongemakken te beperken.
Wil je reageren of heb je tips? Dat kan via carleen.dejong@mediahuis.nl of Instagram (@carleendej)