Carleen (32) begint voor het eerst een moestuin bij haar huis in Noord-Groningen. Foto: Anjo de Haan
Ik volg een tuin-tiktokker die in bijna al zijn filmpjes zegt dat hij niet van zaadjes houdt. Liever koopt hij kleine plantjes in de tuinwinkel, zodat het eerste werk voor hem gedaan is. Zo ben ik niet, ik wil vanaf het prille begin groenten kweken. En dus besteedde ik de afgelopen weken aan voorzaaien.
De piek van het voorzaaiseizoen zit er zo’n beetje op. Het is bijna april, het moment dat er echt leven in de tuin begint te komen. Maar mensen die voorzaaien, weten maar al te goed dat het huis de afgelopen weken ook al vol leven was. De een zweert bij binnen voorzaaien, de ander waarschuwt voor de nadelen. Zo kan er te weinig licht zijn, waardoor de plantjes op de verkeerde manier groeien. Dan worden ze bijvoorbeeld slap en te lang.
De fout van de wc-rollen
Aan de andere kant zijn er voordelen. Tomaten doen er bijvoorbeeld lang over om van een zaadje uit te groeien tot plant waar je rijpe tomaten van oogst, namelijk vier maanden. Die zaadjes kun je pas vanaf eind mei buiten zaaien, dus dan zou je heel laat (of misschien helemaal niet) kunnen oogsten. Daarom zaai je ze in maart binnen voor, zodat ze in de warmte een voorsprong krijgen. Datzelfde geldt voor bijvoorbeeld courgettes, komkommers en pompoenen. Ook zijn kleine zaailingen extra kwetsbaar voor beesten met honger. Binnen zijn ze beschermd.
Je begint in kleine zaaibakjes. Mijn moestuinmentor Sanne Meijer adviseert me om voor kleine zaadjes (zoals tomaten) zaai en stekgrond te gebruiken. Grotere zaden (zoals bonen) kunnen in gewone - veenvrije - potgrond.
Ik heb de hele winter lege wc-rollen bewaard om te gebruiken als zaaipotjes. Maar Sanne raadt me af om die te gebruiken. En ook online lees ik dat plantjes in wc-rollen minder goed groeien. De wc-rollen kunnen te nat worden of juist uitdrogen en het materiaal is gevoelig voor schimmel.
Pronken in de serre
En ik maar denken dat ik duurzaam en circulair bezig was door her te gebruiken. Overigens is het kwaad al geschied. Als ik deze kennis tot me neem, zitten de eerste zaadjes al in de rolletjes. Gelukkig is er een oplossing.
Ik zet de plantjes op een gegeven moment in een groter potje. Dat kan als de zaailingen vier blaadjes hebben, zegt Sanne. „Dat zijn twee kiemblaadjes en twee echte blaadjes.”
Eind mei kunnen de planten naar buiten, dus nu staan ze nog te pronken in de vensterbank en de serre. Ik heb geluk met die ruimte, want het werkt als een soort kas en het licht komt ook van boven. Dat voorkomt dat de planten slap en lang worden.
Het nadeel van deze methode is natuurlijk wel dat ik vaak moet verpotten. Dat is meer werk en de plantjes worden vaker verstoord. Maar dat kunnen ze wel aan, de natuur kan tegen een stootje.