Wachtende asielzoekers in Ter Apel. Foto: Huisman Media
Al ruim twee weken verblijven asielzoekers voor de poort van het aanmeldcentrum in Ter Apel omdat er te weinig opvangplekken in Nederland zijn. Hoe ziet een dag in het leven van die mensen eruit? DVHN liep mee.
Donderdag 17 uur
Donkere wolken pakken samen boven het veld bij Ter Apel. Nog voor het eten – pasta in een plastic bakje – goed en wel is uitgedeeld, valt de regen met bakken uit de hemel. Even later volgt onweer. „Kom jongens, allemaal naar de sporthal”, roept een medewerker van het Rode Kruis. „Het is nu of nooit.”
Bij onweer moet iedereen naar binnen. Rolkoffers hobbelen door het natte gras en de groep zet het op een rennen. Binnen in de sportzaal van het aanmeldcentrum is het stil. Mensen laten zich op de banken of tegen de muur zakken en laden hun telefoons op.
Aziz (51) uit Algerije is er ook bij. In een overhemd en nette schoenen is hij allesbehalve gekleed op het noodweer. Hij is naar Ter Apel gekomen om asiel aan te vragen, vertelt hij, om religieuze redenen. Als christen voelt hij zich in zijn eigen land niet veilig.
Aziz (51) uit Algerije schuilt in de sporthal voor het onweer. Foto: DVHN
Hij woonde eerder in Nederland en spreekt de taal. „Ik wil niet in detail treden, het is een zwaar verhaal”, zegt hij. „Maar ik heb mij hier altijd thuis gevoeld. Nederland is voor mij een bijzonder land. Mensen zorgen hier voor elkaar.”
Dat hij vannacht naar de nachtopvang in Gieten gaat, wist hij nog niet. Hij haalt zijn schouders op. „Ik heb geen idee wat er gaat gebeuren, maar ik heb geduld.” In zijn koffer twee boeken om de tijd te doden.
19.30 uur
Eenmaal terug op het veld begint de zon te schijnen. Zo’n veertig asielzoekers staan of liggen verspreid op het veld, een stuk minder dan vorige week. De meesten zijn vandaag of gisteren aangekomen.
Jongens staan in groepjes, roken de ene sigaret na de andere en draaien Arabische muziek. Een paar meter verderop heeft iemand een goudkleurige warmtedeken zorgvuldig op het gras gelegd. Hij knielt erop en bidt. Anderen staan in hun eentje te wachten.
Het avondgebed op het veld van Ter Apel. Beeld: DVHN
Dan verschijnt een medewerker van het COA met een lijst in zijn hand. Wie op de lijst staat krijgt een plek in het aanmeldcentrum. Meteen komt het veld in beweging. De eerste naam wordt genoemd: „Aseel.” Mensen op het veld roepen de naam door naar elkaar. „Aseel? Is hier een Aseel?”
Zo gaat het ook met de andere namen. Dan klinkt: „Abdullah.” Abdullah staat bij het groepje. De anderen reageren meteen. „Mabrouk”, zeggen ze. „Gefeliciteerd, je mag naar binnen.”
Wie niet is geroepen, weet wat dat betekent: naar de nachtopvang.
Een medewerker van het COA noemt de namen van mensen die naar binnen mogen. Foto: DVHN
21.30 uur
De bus naar de nachtopvang komt aan. Weer worden de rolkoffers door het natte gras gesleept en onder in de bus gelegd.
In Gieten wachten de hulpverleners van het Rode Kruis en de burgemeester, Anno Wietze Hiemstra, de asielzoekers op. Gieten schoot eerder al te hulp. „Deze keer is het wel anders opgezet”, zegt Hiemstra. „Toen waren het veldbedjes; nu is het iets meer ingericht als opvang. Maar het blijft een noodoplossing.”
Binnen in de sporthal staan rijen slaapcabines, twee hoog opgestapeld, elk met een gordijntje. Er liggen pakketjes klaar: een kussen, een deken, een tandenborstel, zeep en een scheermesje. Op tafeltjes staan flesjes water, zakjes chips en oplaadpunten voor telefoons.
Door de stromende regen komen de mannen binnen. Veel woorden worden er niet gewisseld. Wie binnen is, zoekt snel een plek. Even later gaan de eerste gordijntjes dicht. Bij de nacht mogen wij niet zijn.
De nachtopvang in Gieten. Foto: DVHN
Vrijdag 6.30 uur
De wekker gaat in Gieten. Een Snelle Jelle, water en een appel liggen klaar. Aziz komt met rode ogen aanlopen. „Ik heb geen oog dichtgedaan”, zegt hij. „Mensen vroegen me om hulp met hun papieren, dus ik ben de hele nacht bezig geweest.”
De nachtploeg van het Rode Kruis noemt het een rustige nacht. De groep is klein en de cabines geven meer rust dan de veldbedjes. Even later zwaaien ze de mannen uit. De bus naar Ter Apel staat al klaar.
In een tentje ligt vroeg op de ochtend een asielzoeker te slapen. Foto: DVHN
7.30 uur
Terwijl de bus nog onderweg is, staan vier tentjes in een nat, verlaten veld bij het aanmeldcentrum. Een man uit Syrië ritst zijn tent open en kijkt verdwaasd om zich heen. „Hallo”, vraagt hij, „weet je misschien hoe laat het is?”
Hij kwam vannacht pas aan. Even verderop gaat nog een rits open. Een man uit Gaza steekt zijn hoofd naar buiten. „Weet je waar ik heen moet? Ik snap er niks van.”
Samen lopen ze naar de ingang. Daar horen de asielzoekers dat ze naar binnen mogen voor registratie. Een uur later komt de man uit Gaza weer naar buiten, met een stapel papieren en een oranje bandje om zijn pols. Hij kijkt om zich heen. „En nu?”
De groep die heeft overnacht in Gieten kijkt hoopvol naar de ingang van het aanmeldcentrum. Foto: Huisman Media
8.30 uur
De bus uit Gieten komt aan. De regen valt weer met bakken uit de hemel. De mannen lopen zwijgend naar het veld, waar nog niets te doen is. Ze snakken naar een kopje koffie.
Onder de partytenten zoeken ze beschutting. Allemaal staan ze met het gezicht naar de ingang van het aanmeldcentrum, hopend op nieuws.
„Heb jij toevallig een vest voor mij?” vraagt Henry (30) uit Nicaragua. Hij zegt dat hij een politiek vluchteling is. In zijn T-shirt staat hij te bibberen. Uiteindelijk pakt hij een dekentje en slaat het als een cape om zijn schouders. „Hebben jullie eigenlijk wel zomer hier?” vraagt hij.
Samen kijken we naar de weersvoorspelling: regen, onweer en af en toe een zonnetje. „Nee dus”, zegt hij, met een lach. Hij kijkt weer naar de ingang, net als de anderen.
De Algerijnse Aziz (51) in de regencape die is uitgedeeld door het Rode Kruis. Foto: Huisman Media
11 uur
Na een broodje en water van het Rode Kruis, dat rond 10 uur arriveert op het veld, komt er nieuws: bijna de hele groep die in Gieten overnachtte, mag naar binnen. Opgelucht en zwaaiend lopen ze richting de ingang.
Het veld stroomt leeg, althans voorlopig.
15 uur
Langzaamaan vult het veld zich weer. De pendelbus uit Emmen brengt nieuwe asielzoekers.
Ondertussen gaat het roepen van namen door. „Dadi, is er een Dadi?”, klinkt het. Hussein (30) uit Jordanië grapt: „Is er een sugar daddy aanwezig?” Hij staat inmiddels twee dagen buiten, maar blijft positief. „Ik loop wat rond, praat met mensen. Ik vermaak me wel.”
De middag kabbelt voort zoals de dagen hier verlopen. In kleine groepjes zitten mensen op het veld. Er wordt koffie gedronken, muziek gedraaid, een balletje getrapt. En vooral: gewacht.