Marike Hazenberg (41) met haar vader Meerten (79) op hun boerderij in Doezum. Foto: Jilmer Postma
Op je 41e nog in je ouderlijk huis wonen, dat is de realiteit van Marike Hazenberg (41) uit Doezum. Waarom vliegt ze niet uit? „Ik ben een laatbloeier.”
Net buiten de borden van Doezum staat een boerderij. Vanuit de stal klinkt het geluid van loeiende koeien, zoals het al sinds jaar en dag klinkt. De rode verf van de tractor in de stal is door al die jaren heen aangetast door roest. Tussen de betonnen platen groeit het gras stug door.
Zo’n plek waar de tijd aangenaam stil lijkt te staan.
Vader en dochter op de boerderij
Hier woont Marike Hazenberg (41) met haar vader, de 79-jarige Meerten. Ze is er geboren en getogen, aan vertrekken uit haar ouderlijk huis denkt ze niet. Haar vader ook niet. Hun levens zijn met elkaar verweven, zonder dat ze ze bewust op elkaar afstemmen.
Elke dag kookt Hazenberg het avondeten, vaak gekookte aardappelen of macaroni. „Mijn vader kan nog wel koffie zetten of een uitsmijter bakken, maar daar houdt het op.” Ze doet de digitale administratie, de was en houdt het huis schoon naast haar deeltijdbaan als schoonmaker in de zorg. Haar vader zorgt voor de laatst overgebleven 25 koeien, tegenwoordig meer hobby dan werk. Vanwege suikerziekte doet hij het rustiger aan.
Aan vertrekken denkt Marike nog niet. Foto: Jilmer Postma
Niet op kamers, maar met de bus
Waarom heeft Hazenberg nooit haar ouderlijk huis verlaten? Ze haalt haar schouders op. Aan de keukentafel vertelt ze over al de jaren op de boerderij waarvan ze elk hoekje kent. Van de klemmende wc-deur tot het losse plankje dat ze behendig met haar voet omhooghoudt bij het dichtslaan van de koelkast.
Op haar zestiende begint ze met een opleiding bloemschikken in Groningen. Elke ochtend stapt ze in de bus naar de stad, een tocht van een uur. Eerst met vrienden, maar steeds minder omdat ze op kamers gaan. Dat trekt Hazenberg niet. En het uur reizen vliegt voorbij, met muziek in de oren of een bekende die ze tegenkomt. Bovendien bespaart ze zo geld, kostgeld betalen aan haar ouders hoeft niet.
Het komt simpelweg niet in haar op om te vertrekken. „Ik ben een laatbloeier. Opleiding, werk of daten. Alles duurt langer bij mij. Ik heb ook nog steeds geen rijbewijs, ik doe alles lekker op de fiets”, zegt Hazenberg.
Niet per se hecht gezin
Als Hazenberg dertig is, wordt haar moeder plotseling ernstig ziek. In de paar maanden tot haar overlijden zorgt Hazenberg voor haar. Ze slaapt naast haar voor het geval ze ‘s nachts iets nodig heeft en rolt zo het huishouden in. „Een intense periode, maar op zo’n moment doe je het gewoon. Achteraf vraag je je af of het allemaal wel verstandig was.”
Zo ontstaat een nieuwe verstandhouding tussen vader en dochter. Hecht zouden beiden hun band niet omschrijven. Ze doen hun eigen ding. Wel eten de twee elke avond hun eten gezamenlijk aan de keukentafel. Soms kijken ze daarna televisie of dobbelen. Tot een paar jaar geleden woonde het broertje van Hazenberg ook thuis. Het gezin is dan niet hecht, standvastig zijn ze wel.
Zolang het kan, blijft Hazenberg op de boerderij bij haar vader wonen. Een paar jaar geleden heeft ze zich ingeschreven bij verschillende woningbouwverenigingen. „Mijn vader wordt een dagje ouder. Als hij er over jaren niet meer is, moet ik een dak boven mijn hoofd hebben.”
Meerten Hazenberg (79): ‘Nooit kostgeld’
Vader Meerten Hazenberg (79) uit Doezum. Foto: Jilmer Postma
Schouderophalend reageert de vader des huizes op de vraag of hij de kinderen niet het huis uit wil. „Nee, het gaat prima zo. Ik wil hier zo lang mogelijk blijven wonen en er is ruimte genoeg. We lopen elkaar niet in de weg.”
Van kostgeld wil hij niets weten. „Mijn vrouw was daar heel stellig in. We vragen geen kostgeld aan de kinderen als we het zelf kunnen opbrengen. Dat doe ik nog steeds niet.” En het is ook wel handig dat er elke avond een pan dampend eten op de eettafel verschijnt.
Nestblijvers
Dagblad van het Noorden (DVHN) portretteert in de serie Nestblijvers jongvolwassenen die in plaats van uit te vliegen nog - of weer - thuis bij hun ouders wonen. Uit cijfers van het CBS blijkt dat jongeren op steeds hogere leeftijd het huis uitgaan. Vaak, maar niet altijd, speelt de wooncrisis een rol.