Foto: Zeehondencentrum Pieterburen/Sander van Dijk
Jaren geleden had in Nederland de helft van alle gewone en bijna alle grijze zeehondenpups wel eens tijd doorgebracht in een opvangcentrum. Hoe de dieren het na vrijlating weer in het wild doen, is decennia later nog steeds een groot vraagteken.
Witje de zeehond was er slecht aan toe voor hij naar de opvang werd gebracht. Een kapotte kaak en een steen in de maag hadden ertoe geleid dat het beestje nog maar 11 kilo woog. Door een pootverwonding moest ook een teen worden geamputeerd.
Na goede zorg kon het diertje enkele weken geleden weer in het wild worden vrijgelaten, maar dat ging niet zomaar: de zeehond kroop op de zandplaat zijn kist in, alsof hij weer terug wilde. Uiteindelijk betrad de zeehond toch zijn natuurgebied, maar we bleven achter met een vraag: weten we wel of een zeehond zich na vrijlating goed redt?
Eind vorig jaar startte hogeschool Van Hall Larenstein internationaal onderzoek naar de populatie van gewone zeehonden. Die krimpt gestaag, maar een duidelijke oorzaak hiervoor is niet bekend. „We zien wel dat er meer pups zijn, maar de algehele populatie groeit niet”, vertelt lector David Goldsborough. Terwijl de gewone zeehondenpopulatie daalt, neemt het aantal grijze zeehonden wel toe.
‘Geen onderzoek ’
„Er wordt bij ons geen rechtstreeks onderzoek gedaan naar hoe een dier zich kort na vrijlating gedraagt in het wild. Dat weten we gewoon niet”, vertelt curator Sander van Dijk van het Werelderfgoedcentrum (WEC) in Lauwersoog. Zeehondenwetenschapper Sophie Brasseur van de Wageningen Universiteit beaamt dat er weinig onderzoek is gedaan bij zeehonden kort na vrijlating. „We hebben in de jaren 90 zeehonden nabij de Rotterdamse haven vrijgelaten en gevolgd, waarvan toen een deel afreisde naar Texel. Er is verder geen structureel onderzoek gedaan naar het lot van gerevalideerde dieren.”
Wordt een zeehond dood gevonden, dan wordt volgens Van Dijk gekeken of daar iets uit te herleiden valt. „Af en toe worden eerder opgevangen zeehonden kort na vrijlating dood in de natuur gevonden, maar dan gaat het om enkelen per jaar.”
Dat zegt ook niet alles, omdat niet iedere zeehond die dood gaat aan de wal terechtkomt. „Hoe jonger ze zijn, hoe groter de kans dat ze bij ziekte of nood de neiging hebben naar de kant te kruipen.” Oudere zeehonden die overlijden doen dat meestal gewoon op zee. Dan hebben de onderzoekers en mensen die opvang verzorgen geen idee hoe het met ze gaat.
De tweede poging om de zeehond vrij te laten, direct aan zee. Foto: Anjo de Haan
Op zee volgen is lastig
Een zeehond in de diepte van die zee volgen is erg lastig. Wil je een dier op afstand volgen, en een beeld krijgen van diens gedrag, dan zou je een zender moeten geven. „Simpel gezegd is dat te duur”, vertelt een perswoordvoerder van het WEC. Bovendien kan dat alleen met toestemming van de Dierenexperimentencommissie.
Een gps-zender kan bovendien niet goed onder water een signaal doorgeven, weet Jarco Havermans van Ecomare op Texel. De zeehondenopvang experimenteerde in afgelopen jaren samen met Brasseur met een nieuw soort gps-zender die meer details over het gedrag verzamelt.
„Dat project ontstond omdat we tijdens corona ineens niet meer samen in een boot mochten om een zeehond te vangen”, vertelt Brasseur. „De bedoeling was om te werken aan een soort ‘happenteller’. Net als een stappenteller bij mensen, maar dan om te meten wanneer de zeehond probeert vis te vangen.”
De zender met happenteller bevat apparatuur die bewegingen van de zeehond meet. Een bijbehorend algoritme kan die data vervolgens analyseren om te zien wanneer een zeehond een vis probeert te vangen. Ook wordt gekeken wat voor duik een zeehond maakt. Dat zou zelfs verklappen achter wat voor soort vis hij aanzit.
In 2022 werden de eerste zeehonden met een voorloper van zo’n happenteller op pad gestuurd. „We probeerden dat eerst bij zeehonden in gevangenschap, maar die moest iedere keer omdraaien in het bassin waardoor we geen goede metingen kregen. Bij wilde zeehonden kregen we betere data.”
„Hoewel de jonge dieren gezenderd waren om zendertests uit te voeren, kregen we ook een beeld van hoe de zeehonden het na vrijlating in het wild deden. Maar zes is te weinig om echt te zeggen wat opvang doet met zeehonden. We zagen wel dat de foerageertochten die ze maakten veel langer waren dan wat we meestal in het wild zijn tegengekomen. Maar is dat omdat ze nog jong zijn, omdat ze uit gevangenschap komen of zit er een heel andere reden achter? Dat weten we nog niet”, aldus Brasseur.
Vogels makkelijker te volgen
Bij vogels gaat het volgen een stuk makkelijker, weet Camilla Dreef, zelfstandig ecoloog en ambassadeur van Vogelbescherming Nederland. Bij vogels kun je een gekleurd ringetje met unieke code aanbrengen. „Die kun je op afstand aflezen. Zo kun je zien of ze een beetje goed terechtkomen zonder dat er spannende kosten bij komen kijken.”
Ook bij vogels wordt overigens niet zomaar gezenderd. Het is een dierproef, dus het belang van het onderzoek moet groter zijn dan het eventuele leed. De Dierenexperimentencommissie beslist daarover.
Bij zeehonden wordt ook een plastic plaatje in het zwemvlies tussen hun tenen aangebracht bij vrijlating. Soms is dat op afstand af te lezen, fotografen doen melding bij opvangcentra als ze er een zien. De poot van een zeehond in het water is bovendien veel lastiger te zien dan die van een vogel hoog in een boom. „Vogels zie je zo met een verrekijker, maar bij een zeehond zit al dat water er natuurlijk ook vaak tussen”, merkt Dreef op.
Brasseur: „Omdat veel gebeurtenissen niet worden gedocumenteerd, is het lastig om een oorzaak voor een dode zeehond te vinden. De bouw van windmolens zou bijvoorbeeld een rol kunnen spelen. We weten dan wel als ergens wordt gebouwd, maar niet wanneer ze aan het heien zijn.” Juist zulke details kunnen wetenschappers helpen om in beeld te brengen wat het leven van een zeehond heeft beïnvloed.
Een klap van de molen gehad
„Eerlijk is eerlijk, soms komt een zeehond twee keer in de opvang en vragen we ons af hoe dat kan”, vertelt Van Dijk. „Heeft die niet een klap van de molen gehad? Maar dat gaat echt om enkele individuen vergeleken met honderden andere zeehonden.” Soms zijn zeehonden zo ziek dat ze worden geëuthanaseerd.
Verder zijn het volgens de curator vrij zelfredzame dieren. „Zeehonden kennen maar drie weken moederzorg, daarna moeten ze het zelf uitzoeken. Daardoor hebben ze een sterk instinct om zelf te leren jagen. Ze gaan altijd ook weer op jacht nadat we ze in een korte periode hebben opgelapt.”
„Toen in 2014 de breuk met Lenie ‘t Hart plaatsvond, zijn we ook overgestapt naar de ‘no-stress policy’. Uit Amerikaans onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat zeehonden geen behoefte hebben aan knuffels. Die leveren vooral stress op. Onze nieuwe werkwijze lijkt daarom wat afstandelijker, maar het is eigenlijk beter voor de dieren.”
Sander van Dijk en Emmy Venema voor een grote kaart van het Waddengebied. Foto: Anjo de Haan
Actieve jacht op pups
Een gebrek aan onderzoek maakt het lastig om te zeggen wat de impact is van zeehondenopvang op de periode erna. Dat terwijl instanties zoals het WEC en Ecomare jarenlang een grote rol hebben gespeeld in de levens van de dieren: bij onderzoek van Brasseur naar de zeehondenpopulatie tussen 1990 en 2016 bleek dat in sommige jaren de helft van alle zeehondenpups naar een opvangcentrum is meegenomen. „Bij grijze zeehondenpups was dit een tijdje zelfs bijna 100 procent. Er was gewoon een actieve jacht op pups. Daar heb ik mij jarenlang tegen verzet.”
In 2020 werd uiteindelijk het zeehondenakkoord gesloten, dat richtlijnen geeft wanneer een zeehond mag worden meegenomen. Een pup moet eerst 24 uur lang in observatie, en pas als het dier zonder ouder en echt in de problemen blijkt te zijn, zal het WEC of een andere instantie het meenemen.
In de praktijk wordt er wel afgeweken van die regel: de eerste opgevangen pup in 2025 werd al eerder meegenomen, omdat deze door honden en mensen werd lastiggevallen. „Het is moeilijk omdat ook gezonde pups na drie weken al door hun moeder verlaten worden en dan dus ook 24 uur alleen zijn”, vertelt Brasseur. „Regelmatig zie je dat ze dan ook in die 24 uur wegzwemmen.”
Budget en mazzel
Hoe het er met zeehonden voor staat is volgens Brasseur van buitengewoon groot belang om te volgen, ook als indicator voor het hele ecosysteem. „Je kunt de populatie van zeehonden ontzettend goed monitoren, omdat je het merendeel kunt tellen en een volledig beeld hebt van de populatie.” Dat is anders dan bij bijvoorbeeld vissen, waarbij je het aantal getelde exemplaren nog moet vermenigvuldigen om een schatting te krijgen van de hoeveelheid.
Brasseur: „Dat het aantal zeehonden nu afneemt is daarom ontzettend zorgwekkend, omdat we weten dat er echt iets aan de hand is. Dit is geen telfout. En dat laat zien dat er ergens in de natuur iets aan de hand is.”
Hoe snel de oorzaak wordt gevonden hangt volgens Brasseur af van twee dingen: budget en mazzel. „We weten dat er iets aan de hand is, maar we weten niet precies waar we moeten zoeken. Je weet voorafgaand aan een onderzoek nooit wat je gaat vinden. Je moet geluk hebben.”