Fatma op het Ubbo Emmius in Stadskanaal bij de scheikundeles. Foto: Harry Tielman
Wil Fatma Tümkaya (39) uit Stadskanaal een baan vinden, dan zal ze eerst het Nederlands moeten kennen. Dus is het zaak dat ze onze taal en cultuur zo snel mogelijk leert, vindt ze. En wat is daarvoor de beste manier? Juist: vrijwilliger worden, vertelt ze in de aanloop naar de Dag van de Vrijwilliger deze zondag.
Fatma’s man Yusuf (42) ontvluchtte vier jaar geleden het politieke regime van thuisland Turkije en kwam via asielzoekerscentra in Ter Apel, Leiden en Balk terecht in een gastgezin in Haren. Toen Yusuf bijna twee jaar later een verblijfsvergunning kreeg, mochten Fatma en hun twee kinderen van nu 13 en 10 ook naar Nederland komen. Na twee maanden in het azc in Paterswolde kwam er voor het gezin een huis beschikbaar in Stadskanaal.
Fatma is nu dus zo’n anderhalf jaar bezig met het leren van het Nederlands. Om daar een beetje vaart achter te zetten, besloot ze zich vorig jaar te melden bij het vrijwilligersinformatiepunt (VIP) van welzijnsorganisatie Welstad in haar woonplaats. „Ik wilde vrijwilligerswerk gaan doen om Nederlands te leren en om nieuwe mensen te ontmoeten”, vertelt ze.
De cijfers
Van voetbaltrainers tot natuuropruimers: vrijwilligers zijn er in alle soorten en maten. Je doet het omdat je een invulling van je dag zoekt, omdat je nieuwe mensen wil ontmoeten, omdat je de taal wil leren, maar bovenal doe je het vanuit je hart. Het gaat vaak over vrijwilligerstekorten, maar volgens het CBS komt Drenthe er nog goed vanaf: meer dan de helft van de Drenten (54,2%) deed in 2024 vrijwilligerswerk. Dat is bovengemiddeld veel. Alleen Friesland staat nog boven Drenthe met 55,2%. In Groningen doet iets minder dan de helft (48,6%) vrijwilligerswerk. Op 7 december, de Dag van de Vrijwilliger, worden ze in het zonnetje gezet.
Zo gezegd, zo gedaan. „Ik ben in contact gebracht met iemand die veel thuis zat en niet alleen naar buiten durfde. Dus gingen we samen wandelen”, zegt Fatma. Dat doet ze nog steeds iedere week. Een win-win. „Zij durft nu weer naar buiten en ik leer veel van haar.”
Scheikundedocent
Toen Fatma samen met haar gezin aanschoof bij het 5 mei-vrijheidsontbijt in het Julianapark in Stadskanaal raakte ze weer aan de praat met het vrijwilligerspunt. Ze vertelde dat ze in Turkije altijd scheikundedocent is geweest. Vijftien jaar lang stond ze voor de klas op de middelbare school, voor kinderen tussen de 15 en 19 jaar. Kon dat hier ook?
Fatma Tümkaya. Foto: Harry Tielman
Om te kijken hoe zo’n Nederlandse scheikundeles eraan toegaat, mocht ze wel meedoen bij havo-4 van het Ubbo Emmius aan de Stationslaan. Dat doet Fatma sinds juni. Het scheelt dat veel scheikundestoffen internationale namen hebben, lacht ze. „Ik kijk nu vooral naar de les. Wat doen de leerlingen, wat vertelt de docent? Als ik iets niet begrijp, dan vraag ik het.’’
'Ik wil graag kletsen’
De goedlachse Fatma is graag onder de mensen. Gelukkig heeft ze het getroffen met aardige buren die altijd in zijn voor een praatje – en een Turks hapje eten. Voor haar kook- en bakkunsten zwicht iedereen. „Toen ik hier kwam, hing ik een advertentie op bij de Albert Heijn: ‘Ik zoek een taalcoach. Ik wil graag samen kletsen. En ik maak lekkere koekjes’”, vertelt ze.
Nu zoekt ze in Stadskanaal een ruimte om met een groep van ongeveer vijftien mensen te kunnen koken. Daarvoor wil ze haar Turkse vriendinnen uit het azc uitnodigen, haar nieuwe Nederlandse vriendinnen uit de buurt en eigenlijk iedereen die zin heeft. „Sommige Turkse vrouwen zijn erg verlegen en blijven veel binnenshuis. Ik wil graag met hen en met Nederlanders activiteiten doen, want ik vind dat dat moet. We wonen nu in Nederland, dus we moeten hier wennen.”
Fatma en Yusuf hebben met iftar (de maaltijden tijdens ramadan) mensen uitgenodigd om mee te komen eten en met Burendag stond Fatma ook te kokkerellen. Wat de boer niet kent, mag-ie dan wel niet vreten – liefde gaat immers óók door de maag, nietwaar? „Ik wil graag samen Turks en Nederlands eten maken, want dan leren we elkaars cultuur.”