Appie Beijer zit het liefst achter het stuur. Foto: Harry Tielman
Zondag is de Dag van de Vrijwilliger. En zeg je vrijwilliger, dan zeg je Appie Beijer (77) uit Gieten. Sinds 2019 rijdt hij met zijn witte Fiat mensen naar de kapper of dokter. „Mijn oor is groter dan mijn auto. Het verhaal dat ze kwijt kunnen, is veel belangrijker dan de taxidienst.”
Van pr-man bij het Drents Landschap en gastheer bij het Hunebedcentrum tot dorpsomroeper en bestuurslid van het plaatselijke zangkoor: de goedgemutste Gietenaar is nergens te beroerd voor. „Als mens iets betekenen voor een ander is een van de mooiste dingen die er is.”
Hij kan het niet genoeg benadrukken. Zeker omdat hij merkt dat sinds corona veel vrijwilligers zijn afgehaakt. Ondanks het gegeven dat Drenthe volgens het CBS bovengemiddeld veel vrijwilligers heeft, lukt het amper om vervanging te vinden als er iemand ziek of op vakantie is, merkt Appie. „Vrijwilligers vinden is op dit moment rampzalig. Wij zoeken al twee jaar nieuwe chauffeurs, maar dat blijkt heel moeilijk", vertelt hij. „Mensen willen gewoon niet meer, hebben geen greintje meer over voor elkaar. We leven in een ik-cultuur, dat vind ik heel jammer."
De cijfers
Van voetbaltrainers tot natuuropruimers: vrijwilligers zijn er in alle soorten en maten. Je doet het omdat je een invulling van je dag zoekt, omdat je nieuwe mensen wil ontmoeten, omdat je de taal wil leren, maar bovenal doe je het vanuit je hart. Het gaat vaak over vrijwilligerstekorten, maar volgens het CBS komt Drenthe er nog goed vanaf: meer dan de helft van de Drenten (54,2%) deed in 2024 vrijwilligerswerk, en dat is bovengemiddeld veel. Alleen Friesland staat nog boven Drenthe met 55,2%. In Groningen doet iets minder dan de helft (48,6%) vrijwilligerswerk. Op 7 december, de Dag van de Vrijwilliger, worden ze in het zonnetje gezet.
‘Laat mij maar rijden, prachtig’
Appie was de eerste chauffeur van ANWB AutoMaatje in Aa en Hunze, een service die minder mobiele mensen naar hun afspraken brengt. Voor een rit gebruiken de vrijwilligers hun eigen auto. Per kilometer staat er een onkostenvergoeding van 35 cent tegenover, plus eventuele parkeerkosten. Soms heeft Appie vijf ritten in een week, dan weer drie weken niks. Belt iemand naar welzijnsorganisatie Impuls met een verzoek en woont Appie het dichtstbij, dan is hij de man. „Ik vind autorijden machtig mooi”, vertelt hij. „Laat mij maar rijden."
Appie Beijer. Foto: Harry Tielman
Mensen kunnen bellen voor noodzakelijke afspraken, zoals de dokter of het ziekenhuis, maar ook voor plezierritjes als een verjaardagsvisite of winkelen in het dorp. Moet iemand in het ziekenhuis in Groningen zijn, dan vermaakt Appie zich even in de stad. En moet iemand een boodschapje halen, dan wil Appie best de tas op het aanrecht tillen.
Het openbaar vervoer is immers niet wat het geweest is en ook de WMO-taxi vindt niet iedereen om naar huis te schrijven. Vaak word je geacht al een uur van tevoren klaar te staan, moet de chauffeur eerst nog drie andere mensen ophalen voordat je bij je afspraak wordt afgeleverd of komt de taxi te laat. „Wij staan altijd op tijd klaar”, zegt Appie. „Maar ja, wij zijn dan ook geen taxibedrijf. Wij zijn gewoon vrijwilligers, daar hoef je financieel niets aan over te houden.”
Vertrouwenspersoon
Appie hoort het gemopper allemaal aan. „Ach, je hoort zo veel. Je bent ook een beetje een vertrouwenspersoon”, vertelt hij. „Mensen luchten hun hart in de auto. Soms zitten ze gewoon te huilen. Dan hebben ze bijvoorbeeld net te horen gekregen dat ze kanker hebben.”
Allerlei onderwerpen passeren de revue. De kinderen komen niet op visite, de kleinkinderen wonen zo ver weg, sinds het overlijden van een partner komt de ander nooit meer in het theater. „Als je hen vaker rijdt, dan vertellen ze steeds meer. Ik ben erg blij dat ik dan een luisterend oor kan bieden. En het kost mij niks.”
In coronatijd heeft hij de mensen voor wie hij regelmatig chauffeurt opgebeld. Elke week een ochtend, zes keer een halfuur aan de telefoon. „Er is een boel eenzaamheid onder de mensen, dat merkte ik toen wel.”
‘Ik ga door tot ik erbij neerval’
Zelf heeft Appie zijn partner al een tijd geleden verloren. Hij mag dan nu wel alleenstaand zijn, verveling staat niet in zijn woordenboek. En ook nu hij alleen woont, haalt hij wekelijks gewoon nog verse bloemen in huis. Zolang het maar geen geraniums zijn – die komen er niet in.
„Als ik hier ga zitten met een krantje, dan word ik gek. Ik moet wat te doen hebben. En je moet ook in je hoofd bezig blijven”, stelt Appie. „Ik geniet volop van mijn pensioen. Echt, ik doe niet anders. En ik ga door tot ik erbij neerval.”