Bernard van der Leij herdenkt in de synagoge in Groningen zijn opa Bernard Simmeren (inzet). Foto: Corné Sparidaens. Bewerking: DVHN
Lang hoopt Bernard Simmeren dat zijn vrouw en kinderen de Tweede Wereldoorlog óók hebben overleefd. Dat ze ineens op de stoep van hun eigen huis aan de Herestraat 86a in Groningen staan. Maar alleen Bernard keert terug. De rest van zijn gezin is vermoord.
Een daadwerkelijk mensenleven later zoekt Bernard van der Leij (74) nog steeds naar woorden. Maar of hij die ooit gaat vinden voor het lot van de familie van zijn opa? Hij denkt van niet. ,,Ik ben in meerdere concentratiekampen geweest. Om met eigen ogen te zien waar de geliefden van mijn opa zijn vermoord. Maar hoe dichterbij je komt, hoe sprakelozer je bent. Dat is het gekke. Je weet meer, maar snapt er steeds minder van.”
De bijna geheel uitgemoorde familie Simmeren is donderdagavond even terug in Groningen. In een volgepakte synagoge aan de Folkingestraat om precies te zijn. Daar wil Van der Leij de Simmerens, die in 1865 aan de wieg staan van het huidige metaalrecyclingbedrijf Simmeren Schroot, met een speciale herdenking voor de vergetelheid behoeden. Dat doet hij met onvaste stem. De zaal, waaronder veel (oud-)medewerkers van Simmeren, is een half uur lang muisstil.
Zelf heet Van der Leij ook Bernard. De zeventiger uit Onnen is vernoemd naar Bernard Simmeren, zijn opa. Daarover straks meer.
Vorige week heeft hij eigenhandig, zittend op zijn knieën, de stolpersteine in de stoep gelegd. Negen stuks in totaal. Voor de panden aan de Herestraat 86a en de Prinsenstraat 17a in het stadshart van Groningen. Daar wonen tot 1942 de broers Bernard en Mozes met hun gezinnen, op steenworp afstand van elkaar. Gezellig.
Van al die negen Simmerens uit Groningen leeft na de Tweede Wereldoorlog alleen Bernard nog.
Foto: Corné Sparidaens
‘Rechtstreeks naar de gaskamer’
,,Mijn opa hoopte nog lang dat zijn vrouw Grietje en kinderen Ephraim, Benjamin en Betty ook terug zouden keren”, zegt Bernard van der Leij. ,,Hij heeft nooit geweten wat er met ze is gebeurd. Ik wel. Ik weet wat Grietje en Betty overkwam in Auschwitz. Ze hebben bij aankomst waarschijnlijk voor een bureautje gestaan. Daar mochten ze vertellen wie ze waren. Aan de andere kant van de tafel zat vaak een Nederlander. Wel zo makkelijk. Maar wat Grietje en Betty niet wisten, was dat ze na dat gesprekje rechtstreeks de gaskamer werden ingestuurd.”
Van der Leij schudt driftig zijn hoofd. Alsof hij de gedachte van zich af wil schudden. ,,Kun je dat bevatten?”
Bernard Simmeren meldt zich in 1942 samen met zijn zoons Ephraim en Benjamin in kamp Westerbork voor de Arbeitseinsatz. In dat geval, zo beloven de nazi’s, laten ze zijn vrouw Grietje en dochter Betty met rust.
Weet hij veel.
Van der Leij heeft een briefkaart van zijn opa in bezit. Daarin laat Bernard Simmeren in 1942 aan de bevriende familie Buitenkamp weten dat hij naar Westerbork moet. Hij spreekt de hoop uit dat de Buitenkampjes zijn vrouw Grietje zullen bezoeken en moed in willen spreken.
Weet hij veel.
Grietje en Betty belandden in dezelfde chaotische week als Bernard óók in Westerbork. Weer een paar dagen later deporteren de nazi’s het gezin naar het oosten. Vlak na aankomst in Auschwitz worden moeder en dochter op 19 oktober 1942 vergast.
Broers Ephraim en Benjamin leven nog twee jaar. Ze worden op respectievelijk 9 en 7 augustus 1944 vermoord in dwangarbeiderskamp Blechhammer.
Een ingekleurde foto van Betty Simmeren, op het Hereplein in Groningen. Beeld: Auschwitz Memorial/Palette
Een zucht.
Van der Leij is een babyboomer. Als hij wordt geboren in 1950, is weduwnaar Bernard Simmeren al samen met Van der Leij’s oma Catharina, wier leven eveneens verscheurd is door de oorlog. Haar man Peter, Van der Leij’s biologische opa, is verzetsman, wordt opgepakt en eind 1944 geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte.
Van der Leij: ,,Mijn opa en oma waren voor de oorlog al met elkaar bevriend. Later hebben ze elkaar weer opgezocht. Om hun leven samen nog zo draaglijk mogelijk te maken.”
‘IJskoud onthaal in Groningen’
Bernard Simmeren overleeft de concentratiekampen Buchenwald, Groß-Rosenen tot slot Flossenburg. Van der Leij zal dat laatste kamp tachtig jaar later bezoeken, samen met zijn vrouw. ,,Kampleiders hielden onderling een competitie wie de meeste doden per dag had. Er was geen gaskamer maar alle andere mogelijkheden waren toegestaan.”
Over de oorlog zal Bernard Simmeren met zijn kleinzoon geen woord wisselen. Wel hoort hij later van zijn oma flarden van herinneringen aan de periode rond het einde van de oorlog.
Dat Simmeren vanuit Flossenburg een dodenmars naar Dachau moet lopen. Dat de Amerikanen hem onderweg bevrijden. Dat hij na alle verschrikkingen meer dood dan levend terugkeert in Groningen. Dat niemand staat te juichen als hij er weer is. Van der Leij: ,,Want vergis je niet: het onthaal voor teruggekeerde Joden was ijs- en ijskoud.”
Volgens informatie van Van der Leij wordt Bernard Simmeren bij thuiskomst geweigerd door het ziekenhuis in Groningen. Daarop nemen de twee zussen Olthof, verpleegsters die met de gebroken man te doen hebben, hem in huis aan de Turftorenstraat, pal boven Café Wolthoorn & Co.
,,Hij heeft daar tweeënhalf jaar gewoond. Om aan te sterken, maar ook simpelweg omdat hij niets meer had. Zijn huis aan de Herestraat was ingenomen door een NSB-buurman.”
Van der Leij vervolgt: ,,Mijn opa wilde zijn bedrijf weer opstarten. Dat was in de oorlog gevorderd door de Duitsers, want het metaal was goed bruikbaar voor de oorlogsindustrie. Samen met een in de oorlog ondergedoken Joodse advocaat heeft hij er jarenlang keihard voor moeten werken om zoveel mogelijk van zijn eigen bezittingen terug te krijgen. Alles was weg.”
Bernard Simmeren, hier op latere leeftijd. Foto: Bernard van der Leij
Simmeren vecht jarenlang juridische gevechten uit, ook om zijn bedrijf weer op poten te krijgen. De kleine Van der Leij wordt later zijn oogappel. Zijn grootvader leert hem het spel van handelen. Van der Leij rijdt hem als chauffeur het hele land door en zuigt alles wat hij hoort en ziet als een spons in zich op. Veel later, als de oude Bernard in 1979 al is overleden, zal Van der Leij in de voetsporen van zijn opa en vader Johan treden en zélf de baas worden bij Simmeren Schroot.
‘Wij zeiden opa. Op zijn uitdrukkelijke wens’
De twee weggevoerde gezinnen Simmeren zijn dan al schimmen uit een verleden. Grietje, Ephraim, Benjamin en Betty, vier van de vijf bewoners van de Herestraat 86a, worden weggevaagd. Ook Mozes, Helena, Ephraim en Béla, keren nooit meer terug in hun huis aan de Prinsenstraat 17a.
De nazi’s moorden de Simmerens uit Groningen bijna helemaal uit. Alleen Bernard Simmeren overleeft. Hoewel Ephraim, Benjamin en Betty hem nooit opa maken, krijgt Bernard toch nazaten én een naamgenoot.
Want stiefopa? Laat ‘stief’ alsjeblieft weg, zegt Bernard van der Leij. ,,Wij zeiden opa. Op zijn uitdrukkelijke wens.”
Stolpersteine voor de Simmerens
Herestraat 86a
Prinsenstraat 17a
Simmeren Schroot
Simmeren Schroot is tegenwoordig een metaalrecyclingbedrijf in Groningen. In 1865, het jaar van de oprichting in de Folkingestraat, handelde de Joodse familie Simmeren nog in papier, vodden en metalen.