Verslaggever Ernst Slagter en de schilderijen van professor Pen uit Haren. Foto: Corné Sparidaens
Hup, daar liggen zomaar twee schilderijen in de kofferbak. Gratis en voor niets. Maar wat heeft verslaggever Ernst Slagter nou werkelijk aan de haak geslagen?
Zomaar een zonnige zondagochtend. Ik scrol op mijn telefoon en zie een korte weggeefadvertentie op de website van Haren de Krant.
‘Een lezer heeft twee originele schilderijen van de hand van professor Jan Pen uit Haren en moet deze wegens verhuizing overdragen aan een andere liefhebber. Wie snel kan beslissen, heeft nu de kans.’
Ik wrijf de slaap uit mijn ogen. Er is een foto van een van de schilderijen bijgevoegd. Als leek in de wereld van de schone kunsten, oordeel ik: leuk.
Vraag vooral niet verder.
En dan die naam. Jan Pen. Klinkt als een klok.
Maar eerlijk is eerlijk: ik ben van een andere generatie en moet mijn dorpsgenoot googelen.
Nou, dat zal ik weten ook.
De in Lemmer geboren Jan Pen (1921-2010) was een van de belangrijkste Nederlandse economen. Hij is vooral bekend geworden door zijn vermogen om complexe economische vraagstukken begrijpelijk te maken voor een groot publiek.
Pen schreef invloedrijke boeken, waaronder Moderne economie (1959). Hij bedacht in 1971 ook de Parade van Pen, een beeldende manier om inkomens- en vermogensongelijkheid te tonen. In deze denkbeeldige optocht lopen alle huishoudens voorbij, waarbij hun lengte evenredig is aan hun inkomen of vermogen.
Nog niet onder de indruk? Professor Pen heeft eigen Wikipedia-pagina’s in het Engels, Duits en Arabisch. Nu u weer.
Goed, een noorderling van internationale allure dus. Maar hoe zit het dan met zijn schilderijen?
Jan Pen. Foto: Nationaal Archief
Meesterwerk of miskoop: het kost me niets
Eerst snel reageren. Ik stuur een bericht naar het bijgesloten e-mailadres in de advertentie. Mensen geven van alles weg. Maar je moet er wel snel bij zijn. En dit voelt als een buitenkansje.
Binnen 10 minuten is er bericht terug. Ik kan de volgende ochtend langskomen om de schilderijen op te halen.
Hoera.
Wat krijg ik ineens zin om Tussen Kunst & Kitsch te kijken.
En ik vraag me tegelijkertijd af: met welke meester heb ik nu precies de eer?
Jan Pen was liefst 30 jaar hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij werd benoemd in 1956 en gaf zijn afscheidscollege in 1986, al bleef hij daarna als bijzonder hoogleraar verbonden aan de economische faculteit.
Niet zomaar iemand.
Wanneer Hans Wiegel in 1972 de aanval opent op Joop den Uyl met de klassieke woorden ‘Sinterklaas bestaat, hij zit daar!’ baseert hij zich op een publicatie van Pen. Saillant detail: Pen is zelf van PvdA-huize.
Professor Pen is bepaald geen saaie man. Neem het verhaal van de student die Pen toevallig tegenkomt in het centrum van Groningen. Hij mag mondeling tentamen doen terwijl ze ondertussen een paar rondjes fietsen over de Grote Markt.
En dan is er de student die het zich denkt te kunnen permitteren om in spijkerbroek langs te komen bij Pen thuis. Hij wordt subiet weggestuurd en moet zich eerst fatsoenlijk kleden. Als hij keurig in pak terugkeert doet professor Pen de voordeur open in zwembroek.
Noem het penstreken.
Foto: Nationaal Archief
Personage in ‘Onder Professoren’ van W.F. Hermans
Terug naar de twee schilderijen van de advertentie.
De volgende dag, op maandagochtend, kan ik ze komen ophalen. Onderweg naar het opgegeven adres rijd ik langs De Lindenhof, de voormalige villa van schrijver W.F Hermans aan de Julianalaan. Dorpsgenoot Hermans was vanaf eind jaren 60 een collega van Pen aan de universiteit. In Onder Professoren (1975), Hermans’ beroemde afrekening met de academische slangenkuil, herkent Pen zichzelf tot zijn plezier in het personage Tabe Pap.
Hoe veelkleurig is deze man eigenlijk?
Bij aankomst op het adres van de weggeefadvertentie staat de verhuiswagen al op de oprit. Een vriendelijke vrouw wacht in een leeggeruimde kamer bij de schilderijen. Ze zijn groter dan ik had gedacht.
De vrouw zegt dat haar overleden eerste man de schilderijen waarschijnlijk ooit cadeau gekregen heeft van Pen.
Ze gaat kleiner wonen en is blij dat de werken een nieuwe bestemming krijgen. Geld hoeft ze er niet voor. Geheel in de geest van de maker.
Zelf schildert Pen bijna zijn hele werkzame leven met een moordend tempo. Stoom afblazen als de x- en y-assen de knappe kop beginnen te duizelen. Soms maakt hij meerdere schilderijen per dag. Hij geeft ze allemaal weg, aan vrienden, goede bekenden en minder goede bekenden. Moet ook wel, gezien zijn enorme productiedrang.
De garage van zijn villa in Haren is verbouwd tot studeerkamer en atelier. Er liggen altijd grote stapels beschilderde kranten. ‘Natuurlijk werkt een eind fietsen ook ontspannend, maar het atelier is droog en vlakbij’, zegt hij zelf in 2002.
‘Ik hang dus overal. In gangen, boven dressoirs, in studeerkamers. Bij een jaarproductie van vijfhonderd exemplaren gedurende dertig jaar levert dat al gauw vijftienduizend stuks op. Als daarvan 90 procent teloor is gegaan (weggegooid, uit elkaar gevallen, bij verhuizingen achtergelaten; de vele muurschilderingen zijn allemaal verdwenen) zijn er nog altijd vijftienhonderd authentieke Pennen over.’
Wat een man, denk ik als ik weer in de auto stap. De schilderijen liggen in de kofferbak. Hier kan ik mee thuiskomen, denk ik tevreden.
De signatuur van professor Pen op een van de schilderijen. Foto: Corné Sparidaens
‘Wie heeft dit gemaakt? En heb je het echt gratis gekregen?’
Voordat vriendin mag zeggen wat ze ervan vindt, leg ik eerst een foto van een van de schilderijen voor aan een collega, die kunstkenner is. „Ach, wat leuk”, zegt-ie. „Beetje post-cobra-achtig. Jaren 60 of 70, zo te zien. Nee, wel 60.”
Ik ben onder de indruk. Op een van de schilderijen staat een jaartal: 1968. De collega vervolgt: „Hij lijkt ook met zand gewerkt te hebben. Abstract, hoor. Best leuk om te zien. Wie heeft dit gemaakt? En heb je het écht gratis gekregen?”
Pen wordt minder actief nadat hij in 2003 een beroerte krijgt. Hij schrijft destijds zelf dat zijn buurman in zijn slaapkamer poolshoogte komt nemen.
‘Hij is weliswaar apotheker maar toch voorzien van zoveel medisch inzicht dat hij opperde om mijn buurman aan de andere kant er bij te roepen, want dat is een neuroloog. Die was al op en stond ook meteen tussen het bed en het bureau, waar het al aardig vol begon te worden. Zijn onderzoek duurde kort: ‘Knijp eens in mijn hand. Nu de andere. Til dat been eens op, en nu het andere. Ja, dat is een beroerte.’
In mei 2009 wordt Jan Pen op pijnlijke wijze verward met een overleden naamgenoot. Het Journaal en het ANP melden per abuis zijn overlijden en de Volkskrant pakt zelfs uit met een necrologie. Pen belt zelf met verschillende redacties om een en ander recht te zetten. ‘Ik ben niet dood. Ik zit hier springlevend op de bank in Haren. Ik speel nog iedere dag op het keyboard Bach en de blues van Jimmy Yancey. Kent u die niet?’
De Volkskrant gaat een paar maanden later op bezoek bij Pen in Haren. De weliswaar te vroeg gepubliceerde necrologie blijkt Pen wel te kunnen bekoren. ‘De Wim Kan van de economen. Dat is toch mooi gezegd.’
En zijn inwonende zoon Tiesse: ‘De hele dag was het een chaos. Ik had net een nieuwe heup, dus ik liep slecht, en ik moest almaar naar de telefoon draven. Vier keer achter elkaar Matthijs van Nieuwkerk. Ze zouden ons ophalen in een luxe auto om ons naar De Wereld Draait Door te brengen.’ Jan: ‘Dat wilde ik helemaal niet.’ Tiesse: ‘Ze bleven bellen.’ Jan: ‘Het hield niet op.’ Tiesse: ‘Na een dag was het weg.’ Jan: ‘Het gebeurt niet elke dag dat je doodgaat.’
Jan Pen. Foto: Nationaal Archief
‘Er is nog nooit een schilderij van mij verkocht’
Op 14 februari 2010, een dag voor zijn 89ste verjaardag, overlijdt Jan Pen werkelijk. Hij wordt begraven op De Eshof in Haren.
Hij gaat als vooraanstaand econoom de geschiedenis in. Maar hoe we Jan Pen als schilder moeten duiden?
De man die overal hangt geeft zelf een voorzetje in 2002:
‘Er is nog nooit een schilderij van mij verkocht. In één geval zijn exemplaren in handen gekomen van iemand wiens vrouw een kunsthandel bleek te drijven en dat heeft problemen gegeven. Want juridisch is het zo dat iemand die iets cadeau heeft gekregen het volste recht heeft om het te verkopen, maar netjes is dat eigenlijk niet. Het kan best zijn dat ergens een Pen hangt die voor veel geld is verworven, maar de kans is klein. Mijn oeuvre is gratis. De prijs is nul. Sommige economen zeggen dan: het is waardeloos.’
Het zal.
Ik kijk op maandagmiddag met een glimlach naar het schilderij dat ik zojuist boven de bank in de woonkamer heb gehangen.
Vriendin is bij thuiskomst blij verrast. Al helemaal als ze ziet dat ook de achterkant van de doeken is beschilderd.
Onze nog prille kunstverzameling is zogezegd niet twee, maar vier schilderijen rijker.
‘t Blijft een econoom natuurlijk.
Voor geschreven teksten van Jan Pen zelf is gebruikgemaakt van zijn publicaties in het archief van Hollands Weekblad.